Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:747 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:74720 februari 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: 11950768 \ LE VERZ 25-71 BW 31650
Beschikking van 20 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonend in [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
procederend in persoon,
tegen
URETEK BENELUX B.V.,
gevestigd in Lelystad,
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek
hierna te noemen: Uretek,
gemachtigde: mr. J.M.P. Blom.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingekomen op 31 oktober 2025, - het verweerschrift met producties (van 15 januari 2026), - de aanvulling op het verzoekschrift met producties 1-15 (van 16 januari 2026).
1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026 op de zittingslocatie van deze rechtbank in Almere. [verzoekster] is verschenen. Namens Uretek is mevrouw [A] ( [functie] ) verschenen, bijgestaan door mr. Blom. [verzoekster] heeft haar standpunt nader toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Deze zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3. Tijdens de zitting is bepaald dat uiterlijk op 20 februari 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1. [verzoekster] is vanaf 15 december 2022 werkzaam geweest voor Uretek. In eerste instantie was zij werkzaam in België voor Uretek Benelux Bvba en aansluitend is zij in Nederland gaan werken en in dienst getreden bij Uretek Benelux B.V..
Partijen hebben een arbeidsovereenkomst ondertekend waarin is overeengekomen dat [verzoekster] per 1 september 2024 in Nederland zou gaan werken. Uretek heeft op 17 september 2024 laten weten dat de arbeidsovereenkomst (toch) niet wordt verlengd. Vervolgens heeft Uretek op 27 september 2024 meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst alsnog per 1 oktober 2024 zal worden verlengd. [verzoekster] vraagt om toekenning van een immateriële schadevergoeding, omdat Uretek in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door haar handelswijze rond het verlengen van deze arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter is het met [verzoekster] eens dat Uretek heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap en kent [verzoekster] een immateriële schadevergoeding van € 5.000,00 toe.

3 De beoordeling

[verzoekster] heeft een groot deel van haar verzoeken ingetrokken
3.1. In haar verzoekschrift heeft [verzoekster] gevraagd om voor recht te verklaren dat haar arbeidsovereenkomst per 31 augustus 2025 onrechtmatig is opgezegd en is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ook heeft [verzoekster] in dat kader verzocht om toekenning van een billijke vergoeding. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] al deze verzoeken ingetrokken (omdat zij hier in België over wil procederen). Dat betekent ook dat de kantonrechter niet toekomt aan beoordeling van het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek van Uretek, omdat dit verzoek gedaan is voor het geval dat wordt geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestaat.
3.2. [verzoekster] heeft aan de kantonrechter gevraagd alleen nog te oordelen over het concurrentiebeding en over haar verzoek tot toekenning van een immateriële schadevergoeding.Om proceseconomische redenen en de aanvankelijke samenhang met de verzoeken in het kader omtrent de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:686a BW, zal de kantonrechter deze vorderingen in deze verzoekschriftprocedure beoordelen.
Het concurrentiebeding is nietig
3.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Uretek erkend dat het concurrentiebeding nietig is en dat zij [verzoekster] daar dus ook niet aan kan en zal houden. Over dit verzoek hoeft dus niet meer geoordeeld te worden.
3.4. Dat betekent dat alleen nog de vraag voorligt of Uretek in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld rondom de verlenging van de arbeidsovereenkomst in september 2024 en of Uretek aan [verzoekster] een immateriële schadevergoeding moet betalen.
Uretek heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap
3.5. [verzoekster] heeft verteld dat zij op 7 augustus 2024 een nieuwe arbeidsovereenkomst heeft ondertekend, waarbij zij per 1 september 2024 in dienst zou treden bij Uretek Benelux B.V. Op dat moment was [verzoekster] zwanger. Begin september 2024 is [verzoekster] opgenomen in het ziekenhuis na een fysieke aanval van een collega (tevens (ex-)partner). Tijdens een gesprek op 17 september 2024 laat [A] weten aan [verzoekster] dat zij niet naar behoren zou functioneren en dat haar arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd. Uretek zegt dat [A] op dat moment niet op de hoogte was van de al ondertekende arbeidsovereenkomst.
3.6. Het verweer van Uretek is voor de kantonrechter niet te volgen en is op meerdere punten innerlijk tegenstrijdig. Vast staat namelijk dat de arbeidsovereenkomst met Uretek Benelux B.V. al per 1 september 2024 was aangegaan. Dat [A] daar op 17 september 2024 niet van op de hoogte was is niet geloofwaardig, aangezien deze arbeidsovereenkomst ook aan haar ter ondertekening is voorgelegd en is voorzien van haar parafen en handtekening. Daar komt bij dat [A] in het gesprek van 17 september 2024 aan [verzoekster] heeft meegedeeld dat zij onvoldoende functioneert en daarom geen verlenging van de arbeidsovereenkomst zou plaatsvinden. [verzoekster] heeft daarop laten weten dat dit volledig uit de lucht komt vallen en dat de arbeidsovereenkomst al is verlengd. Na 10 dagen komt Uretek uiteindelijk met de conclusie dat het functioneren van [verzoekster] nu wel op orde zou zijn en dat de arbeidsovereenkomst verlengd kan worden per 1 oktober 2024, omdat [verzoekster] inmiddels een BSN-nummer heeft.
3.7. Dit handelen van Uretek roept de nodige vraagtekens op. Allereerst is van belang dat [verzoekster] zwanger was en begin september als gevolg van een fysieke aanval door een collega in het ziekenhuis terecht is gekomen. In plaats van het bieden van hulp en een luisterend oor aan [verzoekster] en het vorm geven aan haar zorgplicht als werkgever, deelt Uretek kort na deze ziekenhuisopname aan [verzoekster] mee dat haar arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Daarbij wordt door [A] ook nog vermeld dat de reden daarvoor zou zijn dat [verzoekster] niet naar behoren functioneert en dat zij niet op de hoogte is van de (door haar zelf) ondertekende arbeidsovereenkomst. Binnen 10 dagen komt Uretek daar op terug, omdat zou zijn geconcludeerd dat [verzoekster] nu wel naar behoren functioneert. Hieruit volgt wel de bevestiging dat van onvoldoende functioneren geen sprake is geweest en dat geen reden kon zijn voor het afzien van verlengen van de arbeidsovereenkomst. Het is namelijk niet realistisch om binnen een tijdsbestek van 10 dagen te kunnen concluderen dat nu wel voldoende wordt gefunctioneerd.
Tijdens de zitting heeft [A] hierover nog weer iets anders verklaard, namelijk dat zij in het gesprek van 17 september 2024 bedoeld heeft te zeggen dat zij onder de huidige omstandigheden niet weer zou hebben gekozen voor een verlenging van de arbeidsovereenkomst. Dit is evident in strijd met hoe de gesprekken daadwerkelijk zijn verlopen. Maar dat is nog niet alles. In plaats van dat Uretek aan [verzoekster] haar excuses maakt, door te erkennen dat de arbeidsovereenkomst al was verlengd en dat ook in het geheel geen sprake was van disfunctioneren, heeft Uretek vervolgens aan [verzoekster] te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst niet per 1 september 2024 kon ingaan, vanwege het ontbreken van een BSN-nummer. Ook tijdens de zitting heeft Uretek dit als reden genoemd, maar de feiten bevestigen dat dit anders is gelopen. Weliswaar heeft Uretek vooraf, in de correspondentie in juni 2024 laten weten dat een BSN-nummer vereist is, maar daar is Uretek op of rond 1 september 2024 helemaal niet over begonnen richting [verzoekster] . Uretek had als de daadwerkelijke reden van het niet ingaan van de arbeidsovereenkomst per 1 september 2024 zou zijn gelegen in het ontbreken van een BSN-nummer, namelijk [verzoekster] meteen per 1 september 2024 of hooguit een paar dagen daarna moeten laten weten, dat zij nog geen BSN-nummer had en dat dit aan de weg zou staan aan het laten ingaan van de arbeidsovereenkomst. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan is met allerhande (voorgewende) redenen door Uretek getracht om onder de verlenging van de arbeidsovereenkomst uit te komen.
Uretek moet een immateriële schadevergoeding aan [verzoekster] betalen
3.8. Het handelen van Uretek is niet alleen kwalijk te noemen, maar dit handelen betreft een dusdanige schending van goed werkgeverschap dat aanleiding bestaat Uretek te veroordelen tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan [verzoekster] . Daarbij weegt zwaar mee dat [verzoekster] op dit moment in een zeer kwetsbare positie verkeerde en van Uretek juist des te meer verwacht mocht worden dat zij als goed werkgever zou voldoen aan haar zorgplicht richting [verzoekster] .
[verzoekster] wijst erop dat zij door de mededeling van [A] op 17 september 2024 veel stress heeft ervaren. Zij was zwanger, had al veel stress door de aanval van haar (ex-) partner/collega en daarbij kwamen ook nog financiële zorgen vanwege de mededeling dat haar arbeidsovereenkomst niet voortgezet zou worden. Uretek betwist dat op zich niet, maar wijst erop dat het hier om een korte periode gaat waarin [verzoekster] in onzekerheid heeft verkeerd.
3.9. [verzoekster] heeft voldoende onderbouwd dat zij immateriële schade heeft geleden door het handelen van Uretek. [verzoekster] heeft echter onvoldoende onderbouwd waaruit blijkt dat daar een schadevergoeding van € 25.000,00 tegenover zou moeten staan.
Bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding weegt de kantonrechter de ernst van het handelen van Uretek mee, evenals de specifieke omstandigheden waarin [verzoekster] verkeerde. [verzoekster] bevond zich in een uiterst kwetsbare positie, terwijl Uretek volledig aan haar zorgplicht in deze omstandigheden voorbij is gegaan en onder valse voorwendselen de arbeidsovereenkomst niet heeft willen verlengen. Aan de andere kant weegt hier ook mee dat de periode kort is geweest (namelijk 10 dagen) waarin [verzoekster] deze stress en onzekerheid heeft moeten ervaren.
De kantonrechter zal de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 5.000,00. De grondslag daarvoor kan worden gevonden in een naar maatstaven van billijkheid te begroten schadevergoeding op grond van artikel 7:611 BW wegens het meedelen de arbeidsovereenkomst niet te verlengen wegens onvoldoende functioneren, terwijl de arbeidsovereenkomst al was verlengd en nergens uit is gebleken dat sprake zou zijn geweest van disfunctioneren. Dat dit alles speelde terwijl [verzoekster] zich in een zeer kwetsbare positie bevond, speelt daarbij een grote rol.
Uretek moet de reis - verblijf - en verletkosten van [verzoekster] betalen
3.10. De proceskosten komen voor rekening van Uretek, omdat Uretek ongelijk krijgt en sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Uretek. Omdat [verzoekster] zich niet heeft laten bijstaan door een professioneel gemachtigde, worden de proceskosten op nihil gesteld. Wel moet Uretek een (forfaitair vastgesteld) bedrag van € 50,00 betalen aan [verzoekster] voor reis - verblijf en verletkosten.

4 De beslissing

De kantonrechter:
4.1. veroordeelt Uretek om aan [verzoekster] een immateriële schadevergoeding te betalen van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking tot aan de dag van de gehele betaling,
4.2. veroordeelt Uretek in de reis - verblijf - en verletkosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.3. wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.R. van der Vos, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.