Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:694 - Rechtbank Midden-Nederland - 17 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:69417 februari 2026

Uitspraak inhoud

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11848731 ME VERZ 25-121 RD/960
Beschikking van 17 februari 2026
inzake

1 [verzoekster sub 1] ,

wonende te [plaats 1] ,

2 [verzoeker sub 2] ,

wonende te [plaats 1] ,

3 [verzoekster sub 3] ,

wonende te [plaats 2] ,

4 [verzoekster sub 4] ,

wonende te [plaats 3] ,
gezamenlijk verder ook te noemen [verzoekster sub 1] c.s.,
verzoekende partij,
procederende in persoon,
tegen:
de vereniging,
VERENIGING VAN EIGENAREN [.] [straat] NUMMERS [nummeraanduiding 1] TOT EN MET [nummeraanduiding 2] ( [..] ) TE [plaats 4],
gevestigd te [plaats 4] ,
verder ook te noemen de VVE,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. C. Canters.

1 Het verloop van de procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026. Namens [verzoekster sub 1] c.s. zijn [verzoekster sub 1] , [verzoekster sub 3] , [verzoeker sub 2] en [verzoekster sub 4] verschenen. Namens de VVE is haar beheerder [A] verschenen met de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. [verzoekster sub 1] c.s. heeft dit gedaan aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft daarvan aantekening gehouden.
1.3. Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1. [verzoekster sub 1] c.s. is sinds 8 december 2021 gezamenlijk eigenaar van het appartementsrecht aan de [straat] [nummeraanduiding 1/letter] te [plaats 4] . Dit appartementsrecht betreft de enige kantoorruimte binnen de VVE. Voor het overige bestaat de VVE uit woningen en parkeerplaatsen.
2.2. [verzoekster sub 1] c.s. wil de functie van het appartementsrecht wijzigen van kantoorruimte naar woonruimte.
2.3. De gemeente [gemeente] heeft in januari 2024 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de kantoorruimte naar woonruimte.
2.4. De VVE heeft vanaf 2022 herhaalde verzoeken van [verzoekster sub 1] c.s. voor een gebruik als woning afgewezen.
2.5. In de notulen van de VVE vergadering van 24 juli 2025 is het volgende opgenomen:
"Toestemming vragen voor het gebruiken van de [straat] [nummeraanduiding 1/letter] als woonruimte in plaats van kantoorruimte*(zie 3 bijlages)*
Over dit onderwerp is in de vorige ALV uitgebreid gesproken. De eigenaar heeft inmiddels een huurder gevonden. De vergadering geeft met grote meerderheid aan nog steeds geen wijziging van de bestemming te willen."
2.6. [verzoekster sub 1] c.s. verhuurt de kantoorruimte op tijdelijke basis. Vanaf 1 juni 2025 huurt de stichting [stichting] de kantoorruimte voor de duur van een jaar.

3 Het verzoek en het verweer

3.1. [verzoekster sub 1] c.s. verzoekt om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
Subsidiair:
3.2. [verzoekster sub 1] c.s. voert daartoe aan dat het gebruik als woning goed aansluit bij de rest van het complex. De vraag naar woningen is ook groot tegenover een geringe vraag naar kantoorruimte rondom de [straat] . De vraag naar kantoorruimte zal in de toekomst niet groeien. Het creëren van woonruimte is in het algemeen belang. Het is moeilijk betrouwbare en bestendige huurders te vinden voor de kantoorruimte. Bij een gebruik als woonruimte is het makkelijker om huurders te selecteren op betrouwbaarheid en goed gedrag. De kans op overlast van huurders van de woonruimte is daardoor kleiner. [verzoekster sub 1] c.s. wil in overleg met de VVE de kans op overlast zo klein mogelijk maken. De VVE is echter niet bereid om mee te denken over een situatie waarin bewoning mogelijk zou kunnen worden. De kantoorruimte is zonder grote ingrepen om te bouwen tot woning, kan worden voorzien van een eigen buitenruimte in de vorm van een loggia en kan na bijvoorbeeld 25 jaar weer als kantoorruimte verhuurd worden.
3.3. De VVE stelt daartegenover dat op de vergadering van 24 juli 2025 geen besluit is genomen. Een grote meerderheid van de leden heeft slechts aangegeven dat de mening over dit onderwerp onveranderd is gebleven. Voor zover een besluit is genomen is dat niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Een besluit zou ook nietig zijn geweest omdat een gewijzigd gebruik zoals [verzoekster sub 1] c.s. wenst, een wijziging van de bestemming is waarvoor een wijziging van de splitsingsakte noodzakelijk is. Het afwijkend gebruik is niet van tijdelijke aard. Verder ontbreekt een belang aan de zijde van [verzoekster sub 1] c.s. omdat voor de verbouwing ook toestemming van de VVE noodzakelijk is. De VVE vreest grotere overlast bij een gebruik als woning dan bij een gebruik als kantoorruimte. Er is geen eigen buitenruimte waardoor bewoners gebruik kunnen gaan maken van de gemeentelijke groenvoorziening. Het verstrekken van de omgevingsvergunning staat los van de toestemming van de VVE.

4 De beoordeling

4.1. De kantonrechter neemt aan dat [verzoekster sub 1] c.s. op 24 juli 2025 heeft beoogd toestemming te vragen voor een gewijzigd gebruik van haar appartementsrecht. Tussen partijen staat immers vast dat voor een wijziging van de bestemming een wijziging van de splitsingsakte noodzakelijk is en dat een dergelijke wijziging op dit moment niet aan de orde is.
4.2. [verzoekster sub 1] c.s. en de VVE verschillen van mening over de vraag of er in de vergadering van 24 juli 2025 een besluit is genomen waarvan [verzoekster sub 1] c.s. aan de kantonrechter de vernietiging kan vragen op grond van artikel 5:130 BW.
4.3. Op grond van artikel 5:130 lid 1 juncto artikel 2:15 lid 1 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen. De artikelen 14-16 van Boek 2 BW zijn geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken. Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil.
4.4. De kantonrechter oordeelt dat het door [verzoekster sub 1] genoemde besluit tot weigering voor het gebruik als woonruimte er niet is. De (algemene ledenvergadering van de) VVE heeft op 24 juli 2025 slechts geïnventariseerd of de leden de behoefte hadden om over het voorstel van [verzoekster sub 1] c.s. te stemmen. De meerderheid van de leden had deze behoefte niet. Deze inventarisatie is geen besluit want het is niet op rechtsgevolg gericht. De inventarisatie heeft immers geen verandering in de rechtstoestand bewerkstelligd. Deze beslissing kan daarom niet als door de VVE genomen besluit worden vernietigd. Het verzoek dat wel te doen is, zal dan ook worden afgewezen.
4.5. Hoewel er dus formeel geen besluit is genomen over de het gewijzigde gebruik leidt de feitelijke gang van zaken tijdens die vergadering voor de kantonrechter echter wel tot de conclusie dat de VVE op dat moment haar toestemming voor het gewijzigde gebruik heeft geweigerd in de zin van artikel 5:121 lid 1 BW. [verzoekster sub 1] c.s. is dan ook gerechtigd om vervangende machtiging te verzoeken.
4.6. [verzoekster sub 1] c.s. verzoekt de vervangende machtiging onder de volgende voorwaarden:
4.7. De kantonrechter zal het verzoek tot het verlenen van een vervangende machtiging gewijzigd gebruik eveneens afwijzen. Volgens vaste rechtspraak kan toestemming voor een afwijkend gebruik – en een vervangende machtiging daartoe – slechts worden gegeven indien dat afwijkend gebruik (1) tijdelijk van aard is, (2) persoonlijk is en (3) op eenvoudige wijze te herstellen is. Indien dit niet opgaat, moet een wijziging van de bestemming plaatsvinden door wijziging van de splitsingsakte.
4.8. Met betrekking tot de tijdelijke aard van het afwijkende gebruik voert [verzoekster sub 1] c.s. aan dat de goedkeuring voor het gebruik als woonruimte voor maximaal 25 jaar verleend zou kunnen worden, waarna het gebruik naar kantoorruimte wordt teruggebracht. Tijdelijke verhuur is in bepaalde omstandigheden nog mogelijk en met huurders zijn goede afspraken te maken over een tijdelijke huurovereenkomst. Het verbouwen van de kantoorruimte naar woning is volgens [verzoekster sub 1] c.s. niet ingrijpend en makkelijk terug te draaien. Het kantoor heeft al twee toiletten en een keuken. Een toilet zou kunnen worden omgebouwd tot douche.
4.9. De kantonrechter is van oordeel dat, los van de vraag of een periode van 25 jaar nog als echt tijdelijk valt aan te merken, van tijdelijk afwijkend gebruik geen sprake is. Het sluiten van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd voor woonruimte is (op dit moment) slechts beperkt mogelijk. Onzeker is dan ook of het gebruik als woning na afloop van de bepaalde periode terug te draaien is, omdat de dan lopende huurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan zijn. Daarnaast is het de vraag of de ombouw tot woning op termijn makkelijk is te herstellen. Dit geldt zeker als [verzoekster sub 1] c.s. een loggia aan wil brengen om huurders een eigen buitenruimte te verschaffen.
4.10. Gelet op het vorenstaande houdt realisatie van de verbouwplannen van [verzoekster sub 1] c.s. dan ook een goederenrechtelijke wijziging in waarvoor de splitsingsakte moet worden gewijzigd.
4.11. Tegen die achtergrond kan de door [verzoekster sub 1] c.s. verzochte vervangende machtiging, evenals een redelijke andere beslissing, niet door de kantonrechter worden gegeven. Het verzoek van [verzoekster sub 1] c.s. zal dan ook afgewezen worden.
4.12. Gelet op de uitkomst van de procedure zal [verzoekster sub 1] c.s. veroordeeld worden in de proceskosten, inclusief nakosten, van de VVE. Deze worden tot op heden begroot op
€ 720,00, bestaande uit € 576,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten.

5 De beslissing

De kantonrechter:
5.1. wijst het verzoek af;
5.2. veroordeelt [verzoekster sub 1] c.s. in de proceskosten aan de zijde van de VVE, tot deze beschikking begroot op € 720,00, waarin begrepen € 576,00 aan salaris gemachtigde. De proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoekster sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [verzoekster sub 1] c.s. ook de kosten van betekening betalen;
5.3. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. B.G.W.P. Heijne, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.