Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:667 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:66720 februari 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5395

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, verweerder

(gemachtigde: M. Hol en mr. F.W. Hoffmann).

Inleiding

1.1. De heffingsambtenaar heeft op 11 mei 2024 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 9 juli 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.3. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Hieraan heeft eiser met instemming telefonisch deelgenomen en namens verweerder zijn gemachtigden fysiek verschenen.

Overwegingen

De feiten
  1. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 6 april 2024 om 15:25 uur aan de Ton Kootsingel in Muiden (gemeente Gooise Meren) stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.[1]
Het geschil
  1. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht een naheffing parkeerbelasting heeft opgelegd. Dat doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiser. In deze zaak betekent dit dat de rechtbank moet beoordelen of het voor eiser voldoende kenbaar was dat hij ter hoogte van de Ton Kootsingel in Muiden parkeerbelasting verschuldigd was. De rechtbank vindt dat dit het geval is. Zij is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht tot naheffing is overgegaan. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De gronden van beroep
  1. Eiser voert in beroep aan dat onvoldoende duidelijk is aangegeven dat in de zone waar hij zijn auto heeft geparkeerd betaald parkeren geldt. Er is niet aan het kenbaarheidsvereiste voldaan. Eiser stelt zich op het standpunt dat parkeerders onvoldoende worden geïnformeerd aan de hand van borden, en met name herhalingsborden, waaruit blijkt dat dat de verplichting geldt om parkeerbelasting te voldoen. Slechts bij de afslag Muiden heeft eiser een bord gezien. Op de Ton Kootsingel heeft eiser geen borden gezien. Verder wordt er in de parkeerapp 'Yellow Brick' die hij gebruikt aangegeven dat er 'waarschijnlijk' gratis geparkeerd kan worden aan de Ton Kootsingel in Muiden.
4.1. De heffingsambtenaar stelt dat de auto van eiser geparkeerd stond in een gebied waarin betaald parkeren geldt. Er zijn in het gebied meerdere borden zichtbaar geplaatst die aangeven dat er een betaald parkeerzone van toepassing is. De heffingsambtenaar heeft daarvan foto's meegestuurd. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de gemeente de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen om haar parkeerbeleid aan parkeerders kenbaar te maken.
4.2. De rechtbank overweegt dat voorop staat dat de heffingsambtenaar de taak heeft om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Dit kan blijken uit bebording of parkeerapparatuur in de directe omgeving van de parkeerplaats. Aan de andere kant heeft de parkeerder een onderzoeksplicht om zich op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat ter plaatse geldt. De rechtbank acht de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse voldoende kenbaar. De rechtbank legt dat hierna uit.
Gelet op de door de heffingsambtenaar overgelegde foto's, is de rechtbank van oordeel dat het voldoende kenbaar is dat parkeerbelasting is verschuldigd op de Ton Kootsingel en de directe omgeving. Op de foto's is immers duidelijk zichtbaar dat binnenkomst van de betaaldparkeerzone een bord is geplaatst. Ook is er een bord geplaatst binnen de betaaldparkeerzone. Er kan redelijkerwijs geen misverstand bestaan over de verschuldigdheid van parkeerbelasting en eiser had dan ook moeten weten dat de Ton Kootsingel in een betaald parkeerzone was gelegen. De rechtbank volgt eiser niet dat sprake is van te weinig bebording. Dat er in de parkeerapp 'Yellow Brick' volgens eiser aangegeven wordt dat er 'waarschijnlijk' gratis geparkeerd kan worden, maakt het niet anders. Niet alleen geeft de app geen zekerheid gelet op het woord 'waarschijnlijk', maar ook doet dat niets af aan de ter plaatse aanwezige bebording.
  1. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep van eiser ongegrond.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Daarom blijft de uitspraak op bezwaar in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
20 februari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024. - - - ## Voetnoten
Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024.