Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:622 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:622•20 januari 2026
Uitspraak inhoud
Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11976153 UB VERZ 25-471
Beschikking van 20 januari 2026
Inzake het verzoek van:
Stichting Veritas,
gevestigd in Rotterdam,
handelend als beschermingsbewindvoerder over het vermogen van:
[verzoeker],
wonend in [woonplaats] ,
gemachtigde mr. P.M. Boiten, advocaat,
verder te noemen: verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in hoedanigheid van belanghebbende in de nalatenschap van:
**[erflater] ,**geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, overleden in [plaats] op [overlijdensdatum] 2025, laatst gewoond hebbend in [plaats] , verder te noemen: erflater.
Ook als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
wonend in [woonplaats] ,
hierna: de andere belanghebbende.
1 De procedure en de verzoeken
1.1. Op 14 november 2025 heeft de griffie een verzoekschrift ontvangen waarin verzoeker vraagt om de termijn om een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen in de nalatenschap van erflater te verlengen en om machtiging te verlenen tot kennisneming van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers ten name van erflater.
1.2. De griffier heeft op 10 december 2025 een brief aan de andere belanghebbende gezonden. In deze brief is de andere belanghebbende in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen het verzoek en het verzoek op een zitting te laten behandelen.
1.3. De griffie heeft op 7 januari 2026 een brief van de andere belanghebbende ontvangen, waarin staat dat de andere belanghebbende geen bezwaar heeft tegen toewijzing van de verzoeken.
1.4. Aangezien de andere belanghebbende geen bezwaar heeft tegen toewijzing van de verzoeken, er naast de andere belanghebbende en verzoeker geen andere op te roepen belanghebbenden zijn en de kantonrechter zich op grond van de overgelegde stukken voldoende geïnformeerd acht, zal zonder mondelinge behandeling op het verzoek worden beslist.
2 De overwegingen van de kantonrechter
Verlenging termijn
2.1. De wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam is in beginsel verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt. De nalatenschap van erflater is genoemde [verzoeker] toegekomen op het moment van overlijden van erflater, te weten op [overlijdensdatum] 2025. Dit brengt met zich dat de wettelijk vertegenwoordiger in beginsel uiterlijk op 17 november 2025 een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping diende af te leggen.
2.2. De termijn voor het maken van een keuze tot beneficiaire aanvaarding of verwerping van een nalatenschap kan op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam een of meerdere malen worden verlengd.
2.3. Het verzoek tot verlenging van de termijn van drie maanden is voor de afloop hiervan ingediend. Verzoeker vraagt de termijn met drie maanden te verlengen. Gezien het tijdsverloop tussen indiening van het verzoekschrift en deze beschikking, acht de kantonrechter het redelijk de termijn met zes maanden te verlengen, derhalve tot 27 mei 2026.
Machtiging inzage
2.4. De wet schrijft in artikel 4:185 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor dat schuldeisers gedurende een termijn van drie maanden na het overlijden van een schuldenaar geen verhaal kunnen nemen op goederen van de nalatenschap. Deze bepaling beoogt potentiële erfgenamen de tijd te bieden om de nalatenschap te inventariseren teneinde een weloverwogen keuze uit te kunnen brengen. Gedurende deze termijn kan de kantonrechter voorts de maatregelen voorschrijven die zij geboden acht. Deze termijn kan worden verlengd.
2.5. Hoewel de bevoegdheid tot het voorschrijven van maatregelen hoofdzakelijk lijkt te zijn ingegeven door de belangen van de schuldeisers, kent deze bepaling – met het oog op het belang van potentiële erfgenamen om een afgewogen keuze te kunnen maken rondom de vererving van een nalatenschap – een discretionaire bevoegdheid aan de kantonrechter toe wat betreft het voorschrijven van maatregelen.
2.6. De kantonrechter zal bij wijze van maatregel als bedoeld in artikel 4:185 lid 2 BW verzoeker machtigen tot inzage in en het verlangen van afschriften van alle gegevensdragers en administratie van erflater. Voor alle duidelijkheid merkt de kantonrechter op dat verzoeker op grond van deze machtiging van derden/instanties (waaronder Loket Slapende Tegoeden, banken, verzekeringsmaatschappijen, de belastingdienst en dergelijke), inzage dient te verkrijgen in alle bancaire gegevens en (belasting)administratie van erflater en dat eventuele schuldeisers van de nalatenschap op verzoek van verzoeker hun vorderingen op de nalatenschap aan verzoeker dienen op te geven en desgevraagd met bescheiden dienen te onderbouwen. De kantonrechter stelt verzoeker hiermee in staat de samenstelling en omvang van de nalatenschap nader te inventariseren. Dit gedurende dezelfde termijn als waarbinnen een keuze gemaakt dient te worden voor het beneficiair aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap van erflater, derhalve tot 27 mei 2025.
3 De beslissing
De kantonrechter: - verlengt de termijn waarbinnen verzoeker, in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [verzoeker], de verklaring van beneficiaire aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap van erflater dient af te leggen tot 27 mei 2025; - machtigt verzoeker tot kennisneming (waaronder te verstaan: inzage in en voor zover nodig afschrift) van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers ten name van erflaatster en kent uitsluitend daartoe voor zover nodig aan verzoeker het beheer over de nalatenschap toe, een en ander tot 27 mei 2025.