Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:602 - Rechtbank Midden-Nederland - 6 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:602•6 maart 2026
Uitspraak inhoud
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6894
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
- De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
- Verweerder heeft op 10 november 2025 een beslissing op bezwaar genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 5 december 2025 heeft verweerder medegedeeld dat de onderhavige in geschil zijnde naheffingsaanslag parkeerbelasting is vernietigd. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft op 10 december 2025 het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
- Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
- Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
- Verweerder moet wel het griffierecht van € 53, - aan verzoeker betalen. Dit volgt rechtstreeks uit de wet (artikel 8:41 Awb). Verzoeker kan zich hiervoor tot verweerder wenden.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier*.*De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.