Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:444 - Rechtbank Midden-Nederland - 28 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:44428 januari 2026

Uitspraak inhoud

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/604492 / HL RK 25-62
Beschikking van 28 januari 2026
in de zaak van
GEMEENTE HILVERSUM,
te Hilversum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
tegen
[belanghebbende],
te [plaats 1] ,
belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende] .

1 De procedure

1.1. De Gemeente heeft bij verzoekschrift, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op 19 december 2025, een verzoek op grond van artikel 54a Onteigeningswet (Ow) ingediend. Het verzoek strekt tot benoeming van een rechter-commissaris en drie deskundige ten behoeve van een vervroegde opneming van een onroerende zaak in het kader van een voorgenomen onteigening, met bepaling van de dag waarop de opneming door de deskundigen zal plaatsvinden, en met de bepaling dat de deskundigen conform artikel 54e Ow een voorlopig oordeel geven over de schadeloosstelling.
1.2. Op 23 december 2025 heeft de Gemeente de exploten van betekening – conform artikel 54b lid 1 Ow – overgelegd.
1.3. Ten slotte is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.

2 De feiten

2.1. Bij besluit van 27 september 2023 heeft de gemeenteraad van Hilversum [A] verzocht over te gaan tot aanwijzing ter onteigening van de onroerende zaak zoals hierna nader omschreven.
2.2. Het ontwerp Koninklijk Besluit heeft met de daaraan ten grondslag liggende stukken van 26 februari 2025 tot en met 8 april 2025 ter inzage gelegen binnen de gemeente Hilversum. De Gemeente heeft het bewijs als bedoeld in artikel 23 onder 2° Ow overgelegd.
2.3. Bij Koninklijk Besluit van 30 augustus 2025 (nummer [nummer 1] ), gepubliceerd in de Staatscourant van 23 september 2025 (nummer [nummer 2] ) is ten name van de Gemeente de volgende onroerende zaak ter onteigening aangewezen:
2.4. Blijkens de openbare registers van het Kadaster is [belanghebbende] de eigenaar van de onroerende zaak.
2.5. Van het bestaan van andere zakelijk gerechtigden of belanghebbenden in de zin van artikel 3 en 4 Ow is niet gebleken.

3 De beoordeling

3.1. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Onteigeningswet is komen te vervallen. Op grond van artikel 4.4 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is de Onteigeningswet in deze zaak nog van toepassing, omdat vóór 1 januari 2024 een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 78 Onteigeningswet is ingediend.
3.2. De Gemeente heeft verzocht een rechter-commissaris en drie deskundigen te benoemen voor een vervroegde opneming door de deskundigen van de te onteigenen onroerende zaak, zoals bedoeld in artikel 54a Ow.
3.3. De Gemeente is voornemens om de vervroegde onteigening van de onder randnummer 2.3 genoemde onroerende zaak te vorderen.
3.4. De Gemeente is voornemens om bij dagvaarding aan [belanghebbende] als schadeloosstelling voor de onteigening van de onroerende zaak een bedrag van € 323.000,00 aan te bieden.
3.5. De stukken bedoeld in artikel 54a lid 2 Ow zijn overgelegd en overeenkomstig artikel 54b Ow is aan belanghebbenden een afschrift van het verzoek betekend.
3.6. Bij e-mail respectievelijk brief van 13 januari 2026 zijn de Gemeente en [belanghebbende] bericht dat de rechtbank voornemens is om de onder 4.1 genoemde personen als deskundigen te benoemen. Zij hebben daartegen geen bezwaar gemaakt.
3.7. Verder is het verzoek op de wet gegrond en kan het worden toegewezen als hierna vermeld.

4 De beslissing

De rechtbank
4.1. benoemt mr. J.M. van Wegen tot rechter-commissaris;
4.2. benoemt tot deskundigen voor de opneming van de ligging en gesteldheid van de
onroerende zaak:
[deskundige 1] (voorzitter)
adres: [adres 1] , [postcode 1] [plaats 2]
telefoon: [telefoonnummer 1]
e-mail: [e-mailadres 1]
[deskundige 2]
adres: [adres 2] , [postcode 2] [plaats 3]
telefoon: [telefoonnummer 2] ,
e-mail: [e-mailadres 2]
[deskundige 3]
adres: [adres 3] , [postcode 3] [plaats 4]
telefoon: [telefoonnummer 3]
e-mail: [e-mailadres 3]
4.3. bepaalt dat verzoekster, belanghebbende en de deskundige uiterlijk op
11 maart 2026 bij brief aan de rechtbank kunnen opgeven op welke dagen zij in de maanden mei tot en met september 2026 verhinderd zijn, daarbij moeten ten minste 20 dagen, of 40 dagdelen, vrij zijn gelaten waarop de opneming van de ligging en gesteldheid van de onroerende zaak kan plaatsvinden;
4.4. bepaalt dat voor het opgeven van verhinderdagen geen nader uitstel zal worden verleend;
4.5. bepaalt dat wanneer de tijd en plaats van de plaatsopneming bekend zijn de in de gemeente Hilversum verschijnende editie van het Algemeen Dagblad als nieuws - en advertentieblad wordt aangewezen als het nieuwsblad waarin de aankondiging als bedoeld in artikel 54d Ow moet geschieden;
4.6. bepaalt dat de Gemeente kopieën van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken aan de deskundige moet toesturen;
4.7. bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken voor de datum van de descente de stukken waarop zij tijdens de descente een beroep wensen te doen en ook de stukken die voor de plaatsopneming relevant zijn moeten toesturen aan de rechtbank met een afschrift aan de andere partij en de deskundige;
4.8. bepaalt dat de kosten van dit verzoek, waaronder de advertentiekosten en van de opneming door de deskundige ten laste van de Gemeente komen;
4.9. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
5274