Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:426 - Rechtbank Midden-Nederland - 15 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:42615 januari 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11960340 \ LV EXPL 25-47 AW/1583
Vonnis in kort geding van 15 januari 2026
in de zaak van
WOONSTICHTING CENTRADA,
gevestigd te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. L. Wanders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1 De procedure

1.1. Centrada heeft [gedaagde] op 5 december 2026 in kort geding gedagvaard om op 8 januari 2026 voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft Centrada dertien producties meegestuurd. Voor de zitting heeft Centrada nog twee producties toegezonden.
1.2. De zaak is op 8 januari 2026 bij de kantonrechter besproken. Centrada is verschenen. Centrada is tijdens de zitting bijgestaan door haar gemachtigde mr. Wanders. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3. De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2 De kern van de zaak

2.1. Centrada vordert in dit kort geding om [gedaagde] te veroordelen de woning aan de [adres] in [plaats] te ontruimen. [gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De kantonrechter wijst de vordering toe.

3 De beoordeling

3.1. [gedaagde] huurt vanaf 25 oktober 2025 van Centrada de woning aan de [adres] in [plaats] . De huurprijs is op dit moment € 641,80 per maand. Centrada stelt dat de huurovereenkomst door [gedaagde] op 16 september 2025 is opgezegd. Centrada heeft de opzegging geaccepteerd. [gedaagde] heeft het gehuurde op 16 oktober 2025 niet aan Centrada leeg en ontruimd opgeleverd. Centrada kan hierdoor niet over haar eigendom beschikken. [gedaagde] verblijft zonder recht of titel in het gehuurde.
3.2. Centrada vordert in dit kort geding – samengevat – [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen. Daarnaast vordert Centrada [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de achterstallige huur van € 2.516,57 en de gebruiksvergoeding van € 641,80 per maand vanaf 17 oktober 2025. Tot slot vordert Centrada veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Verstek
3.3. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] verstek zal worden verleend.
Het toetsingskader in dit kort geding
3.4. In dit kort geding moet allereerst worden beoordeeld of Centrada een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is en van partijen niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Vervolgens moet worden beoordeeld of aannemelijk is dat de vordering van Centrada in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. In dit vonnis geeft de kantonrechter alleen een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
3.5. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
Spoedeisend belang
3.6. Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vordering en het daarover door Centrada is gesteld, aanwezig. Dit betekent dat de vordering van Centrada inhoudelijk kan worden behandeld.
[gedaagde] moet de woning ontruiming
3.7. Centrada heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Dit rechtvaardigt de gevorderde ontruiming. De vordering van Centrada komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor. De gevorderde ontruiming van de woning wordt dan ook toegewezen. De termijn voor ontruiming wordt bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
[gedaagde] moet ook de huurachterstand en gebruiksvergoeding betalen
3.8. De vordering tot betaling van de huurachterstand van € 2.516,57 en de gebruiksvergoeding van € 641,80 met ingang van 17 oktober 2025 tot de dag van ontruiming wordt ook toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.8. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Centrada worden begroot op:
3.9. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10. Centrada verzoekt het vonnis uitvoer bij voorraad te verklaren. [gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Evenmin zijn feiten en/of omstandigheden gebleken die aan toewijzing van deze vordering in de weg staan. Dit vonnis wordt daarom uitvoer bij voorraad verklaard.

4 De beslissing

De kantonrechter
4.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Centrada zijn, en de sleutels af te geven aan Centrada, en verbeidt [gedaagde] de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken c.q. te gebruiken,
4.2. veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Centrada:
a. a) binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis € 2.516,57 aan achterstallige huur tot en met 16 oktober 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
b) € 641,80 per maand vanaf 17 oktober 2025 aan gebruiksvergoeding totdat de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.337,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.