Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:387 - Rechtbank Midden-Nederland - 14 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:38714 januari 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11739433 \ LC EXPL 25-1259 BW 31650
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.L. Bron,
tegen
PROVINCIE FLEVOLAND,
gevestigd in Lelystad,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Provincie Flevoland,
gemachtigde: mr. C. Riemens.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 mei 2025, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De kern van de zaak

2.1. [eiser] is van 1 april 2004 tot 1 december 2024 in dienst geweest bij Provincie Flevoland, laatstelijk als [functie] . De arbeidsovereenkomst is geëindigd door een vaststellingsovereenkomst. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer overeengekomen dat [eiser] een beëindigingsvergoeding ontvangt, dat zijn vakantie - en spaarverlofsaldo wordt uitbetaald en dat partijen elkaar finale kwijting verlenen.
2.2. [eiser] maakt in deze procedure aanspraak op betaling van 131,67 ADV-uren en een aanvullende vergoeding voor juridische kosten voor het voeren van deze procedure. Provincie Flevoland betwist dat zij ADV-uren (en aanvullende juridische kosten) moet uitbetalen aan [eiser] .
De kantonrechter is dat met Provincie Flevoland eens en wijst de vorderingen van [eiser] af.

3 De beoordeling

Toetsingskader
3.1. De vraag die voorligt is of Provincie Flevoland gelet op de in de vaststellingsovereenkomst vastgelegde afspraken over de eindafrekening nog ADV-uren aan [eiser] moet betalen.
Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van het Haviltex-criterium, omdat de inhoud van (één van de bepalingen uit) de vaststellingsovereenkomst in geschil is. Die maatstaf houdt in dat de betekenis van contractsbepalingen niet alleen neerkomt op de taalkundige betekenis van de bewoordingen in de overeenkomst, maar dat dit ook wordt bepaald door de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen en door hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval.
3.2. In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen het volgende overeengekomen over de eindafrekening:
"Artikel 4 - de eindafrekening
1. Na beëindiging van het dienstverband vindt een eindafrekening plaats waarbij het reeds
opgebouwde en nog niet uitgekeerde individueel keuzebudget wordt uitbetaald.
Eventueel opgebouwde maar niet genoten vakantie - en spaarverlofuren, worden per de
einddatum uitbetaald. (…)"
ADV-uren komen bij de Provincie Flevoland niet voor vergoeding in aanmerking
3.3. De vraag is of [eiser] er vanuit mocht gaan dat zijn ADV-uren zouden worden uitbetaald bij de eindafrekening.
[eiser] vindt dat hij daar vanuit mocht gaan, omdat Provincie Flevoland geen uitzondering heeft gemaakt in de vaststellingsovereenkomst voor de ADV-uren. Volgens [eiser] vallen ADV-uren onder vakantie - of spaarverlofuren. Provincie Flevoland benadrukt dat zij het individueel keuzebudget, vakantie - en spaarverlofuren heeft uitbetaald en dat ADV-uren daar niet onder vallen.
Provincie Flevoland wijst erop dat het binnen Provincie Flevoland het beleid is dat ADV-uren aan het eind van ieder kalenderjaar komen te vervallen en dat deze uren nooit bij het einde van het dienstverband worden uitbetaald. Volgens Provincie Flevoland wist [eiser] dat ook, mede gelet op zijn positie van [functie] .
Provincie Flevoland beroept zich daarbij op het in het Personeelshandboek bepaalde over ADV-uren. Daarin staat onder meer: "De ADV uren zijn vrij opneembaar in het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, tenzij de medewerker daarvoor op grond van het dienstbelang geen toestemming krijgt.
(…)
ADV uren die in het betreffende kalenderjaar niet zijn opgenomen kunnen niet:
a. aan de aanspraak op ADV van het daaropvolgende kalenderjaar worden toegevoegd;
b. op enigerlei wijze voor vergoeding in aanmerking komen. (…)"
[eiser] heeft niet duidelijk gemaakt dat hij zijn ADV-uren uitbetaald wilde krijgen
3.4. De kantonrechter stelt vast dat het Personeelshandboek op de arbeidsovereenkomst van [eiser] van toepassing is verklaard. [eiser] betwist het beleid omtrent ADV-uren zoals dat in het Personeelshandboek staat vermeld ook niet, maar hij zegt dat in een vaststellingsovereenkomst kan worden afgeweken van dergelijk beleid en dat dit ook de bedoeling van partijen is geweest.
Ter onderbouwing van dat standpunt verwijst [eiser] onder meer naar een e-mail die tijdens de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst door zijn gemachtigde is verzonden en waarin het gaat om uitbetaling van resterend verlof. In die e-mail staat: "Onderdeel van het tegenvoorstel is dat het opgebouwde verlof van cliënt wordt geacht te zijn genoten. Dit is een nieuw ingebrachte voorwaarde, maar bovenal een aspect waarmee cliënt absoluut niet kan instemmen. Ter onderbouwing geldt dat het nu juist cliënt is die graag wil doorwerken tot einde dienstverband en daarbij ook een groot belang heeft.
Daartegenover staat dat uw cliënte er belang bij heeft dat cliënt zijn werkzaamheden eerder
neerlegt. Cliënt heeft zich na veel wikken en wegen uiteindelijk bereid verklaard om onder
de juiste voorwaarden zijn recht op tewerkstelling (eerder) prijs te geven, maar dit dient
alsdan niet afgestraft te worden met het inleveren van zijn opgebouwde en nog op te bouwen verlof. Dit dient voor rekening van de werkgever te komen en het opgebouwde niet genoten verlof dient dan ook bij het einde van het dienstverband te worden uitbetaald. "
De kantonrechter is het met [eiser] eens dat in die e-mail wordt benadrukt dat hij zijn verlofrechten niet wil prijsgeven en dat dit verlof ondanks de door hem niet gewenste vrijstelling moet worden uitbetaald. Door Provincie Flevoland is daarop per e-mail te kennen gegeven dat zij het resterend verlof zullen uitbetalen en is vervolgens in artikel 4 (zoals hierboven geciteerd) van de vaststellingsovereenkomst opgenomen dat de vakantie - en verlofspaaruren naast het individueel keuzebudget zullen worden uitbetaald.
Dat Provincie Flevoland in reactie op de e-mail van [eiser] heeft laten weten het resterende verlof uit te betalen, betekent nog niet dat Provincie Flevoland daaronder ook ADV-verlof heeft moeten verstaan of dat [eiser] daarop mocht vertrouwen.[eiser] wist namelijk, dan wel had moeten weten, dat ADV-verlof binnen Provincie Flevoland in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking komt, maar aan het eind van een kalenderjaar komt te vervallen. [eiser] had dus expliciet moeten benoemen dat hij ook zijn ADV-verlof uitbetaald wilde hebben. Ook op het moment dat hij de vaststellingsovereenkomst heeft ontvangen en in artikel 4 geen ADV-uren stonden vermeld, heeft [eiser] daar geen navraag naar gedaan. Dat had wel op zijn weg gelegen.
3.5. [eiser] wijst er verder op dat AVD-uren ook worden omschreven als verlof door de Provincie Flevoland en dus onder het resterend verlof horen te worden meegenomen. Die tekstuele duiding brengt op zichzelf niet met zich mee dat die uren bij de eindafrekening moesten worden uitbetaald.
Verder heeft [eiser] nog naar voren gebracht dat het ADV-saldo op zijn verlofkaart staat en hij er daarom vanuit mocht gaan dat dit saldo zou worden uitbetaald. De kantonrechter is dat niet met [eiser] eens. Dat het ADV-saldo op de verlofkaart wordt vermeld betekent nog niet, dat die uren daarmee ook voor betaling in het kader van de eindafrekening in aanmerking komen, gelet op het onder 3.4 overwogene.
3.6. Met Provincie Flevoland is de kantonrechter van oordeel dat het op de weg van [eiser] had gelegen om expliciet te benoemen dat hij als onderdeel van de betaling van zijn verlofuren, ook zijn ADV-uren uitbetaald wilde krijgen, omdat het uitgangspunt binnen Provincie Flevoland is dat i) deze uren aan het einde van het kalenderjaar vervallen en ii) niet voor vergoeding in aanmerking komen. Zo staat dat in het Personeelshandboek vermeld. Daarvan was [eiser] op de hoogte, of dat had hij in elk geval moeten zijn, zeker gelet op zijn positie van voormalig [functie] binnen Provincie Flevoland. Daarbij komt dat [eiser] ook werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde tijdens de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst. Dat [eiser] de uitbetaling van de ADV-uren niet expliciet ter sprake heeft gebracht, komt voor zijn rekening en risico.Rekening houdend met alle hiervoor genoemde omstandigheden, in het bijzonder het beleid van de Provincie Flevoland en de positie van [eiser] , mocht [eiser] er niet vanuit gaan dat ADV-uren bij de eindafrekening zouden worden uitbetaald. Gelet op de in artikel 15 van de vaststellingsovereenkomst overeengekomen finale kwijting, kan [eiser] ook niet alsnog (op een andere grondslag) aanspraak maken op uitbetaling van ADV-uren.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen
3.7. De slotsom is dat de vordering van [eiser] tot betaling van ADV-uren zal worden afgewezen. Dit brengt als vanzelfsprekend met zich mee dat ook zijn nevenvorderingen (waaronder een aanvullende vergoeding voor juridische kosten), zullen worden afgewezen. Daar bestaat immers geen grondslag voor, omdat [eiser] in het ongelijk wordt gesteld.
[eiser] moet de proceskosten betalen
3.8. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Provincie Flevoland worden begroot op:

4 De beslissing

De kantonrechter:
4.1. wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de aanschrijving, tot de dag van volledige betaling,
4.3. veroordeelt [eiser] in de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.