Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1367 - Rechtbank Midden-Nederland - 4 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1367•4 maart 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK
**MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11766641 \ UC EXPL 25-5450
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 7, - de brief van [gedaagde] van 23 juli 2025 met bijlagen, - de rolvoeging van deze zaak met de zaak van [eiseres] tegen [A] (25-5447), de zaak van [eiseres] tegen [B] (25-5448) en de zaak van [eiseres] tegen [C] (25-5449).
1.2. Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak wordt gedaan.
2 De beoordeling
2.1. De vader van [eiseres] heeft kort voor zijn overlijden € 16.000, - aan [gedaagde] geschonken. [eiseres] vordert (in conventie) - samengevat - dat de kantonrechter voor recht verklaart dat deze schenking is vernietigd wegens misbruik van omstandigheden en [gedaagde] veroordeelt het door haar ontvangen bedrag aan de nalatenschap van vader te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, en € 1.105, - aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten te betalen. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.
2.2. De vader van [eiseres] heeft ook bedragen geschonken aan [A] , [B] en [C] . [eiseres] heeft in de gevoegde zaken tegen hen soortgelijke vorderingen ingesteld.
2.3. [B] en [C] hebben in hun zaken verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. [A] heeft zich daar in zijn zaak bij aangesloten.
2.4. De kantonrechter heeft [B] en [C] in de gelegenheid gesteld om bij akte een verklaring van de executeur in de nalatenschap van vader over te leggen waaruit volgt dat zij - zoals [B] en [C] stellen - nog altijd in functie is als executeur. Mr. Ruys, de gemachtigde van [B] en [C] , heeft mede namens [gedaagde] en [A] bij akte een verklaring overgelegd van mr. J.H. Lusseveld van 16 oktober 2025, waarin zij heeft verklaard dat zij nog in functie is als executeur in de nalatenschap van vader.
2.5. Uit artikel 4:145 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de executeur gedurende haar beheer bij de vervulling van haar taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid is privatief oftewel exclusief. Dat betekent dat alleen de executeur de bevoegdheid toekomt om namens de nalatenschap vorderingen in te stellen en dat de erfgenamen dit slechts met toestemming van de executeur kunnen doen. Van die toestemming is hier niet gebleken. Daarom zal de kantonrechter [eiseres] niet-ontvankelijk verklaren in de door haar ingestelde vorderingen.
2.6. [eiseres] zal de proceskosten moeten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.
3 De beslissing
De kantonrechter
3.1. verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
3.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op
4 maart 2026.