Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1366 - Rechtbank Midden-Nederland - 4 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:13664 maart 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11766634 \ UC EXPL 25-5449
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] , gemeente Stichtse Vecht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D.W. Ruys.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het incidenteel vonnis van 1 oktober 2025, - de rolvoeging van deze zaak met de zaak van [eiseres] tegen [A] (25-5447), de zaak van [eiseres] tegen [B] (25-5448) en de zaak van [eiseres] tegen [C] (25-5450), - de akte van mr. Ruys, de gemachtigde van [gedaagde] en [B] , met productie 10.
1.2. Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak wordt gedaan.

2 De beoordeling

2.1. De vader van [eiseres] heeft kort voor zijn overlijden € 23.000, - aan [gedaagde] geschonken. [eiseres] vordert (in conventie) - samengevat - dat de kantonrechter voor recht verklaart dat deze schenking is vernietigd wegens misbruik van omstandigheden en [gedaagde] veroordeelt het door hem ontvangen bedrag aan de nalatenschap van vader te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, en € 1.105, - aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten te betalen.
2.2. De vader van [eiseres] heeft ook bedragen geschonken aan [A] , [B] en [C] . [eiseres] heeft in de gevoegde zaken tegen hen soortgelijke vorderingen ingesteld.
2.3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. [gedaagde] heeft ook tegenvorderingen ingesteld. Hij vordert (in reconventie) - kort gezegd - dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de vernietiging van de schenking rechtsgevolg mist en dat de schenking rechtsgeldig is gedaan en [eiseres] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
2.4. De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om bij akte een verklaring van de executeur in de nalatenschap van vader over te leggen waaruit volgt dat zij - zoals [gedaagde] stelt - nog altijd in functie is als executeur. (De gemachtigde van) [gedaagde] heeft bij akte een verklaring overgelegd van mr. J.H. Lusseveld van 16 oktober 2025, waarin zij heeft verklaard dat zij nog in functie is als executeur in de nalatenschap van vader.
2.5. Uit artikel 4:145 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat de executeur gedurende haar beheer bij de vervulling van haar taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid is privatief oftewel exclusief. Dat betekent dat alleen de executeur de bevoegdheid toekomt om namens de nalatenschap vorderingen in te stellen en dat de erfgenamen dit slechts met toestemming van de executeur kunnen doen. Van die toestemming is hier niet gebleken. Daarom zal de kantonrechter [eiseres] niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen die zij heeft ingesteld. Ook [gedaagde] is niet-ontvankelijk in zijn vorderingen. Uit het voorgaande blijkt dat deze tegen de executeur hadden moeten worden gericht.
2.6. [eiseres] zal in conventie de proceskosten (inclusief nakosten) moeten betalen. Omdat [gedaagde] en [B] samen één conclusie van antwoord hebben ingediend, moeten zij de proceskostenvergoeding daarvoor delen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
2.7. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals is vermeld in de beslissing.
2.8. [gedaagde] zal in reconventie de proceskosten moeten betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1. verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
3.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 432,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3. veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
3.5. verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
3.6. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op
4 maart 2026.