Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1348 - Rechtbank Midden-Nederland - 25 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1348•25 maart 2026
Uitspraak inhoud
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/606873 / HL ZA 26-43
Vonnis van 25 maart 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
GEMEENTE HILVERSUM,
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. G.J.M. de Jager.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de akte van de Gemeente waarin ter depot worden aangeboden een afschrift van het Koninklijk besluit en een verklaring van de burgemeester; - de dagvaarding van 6 februari 2026 met producties 1 tot en met 8; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 9; - het exploot van 6 februari 2026, waarbij de dagvaarding is overbetekend aan Netwerk Exploitatiemaatschappij B.V, als rechtsopvolger van Reggefiber Finance Holding Company 1 B.V.
1.2. Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.
2 Het geschil en de beoordeling
2.1. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Onteigeningswet is komen te vervallen. Op grond van artikel 4.4 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is de Onteigeningswet in deze zaak nog van toepassing, omdat vóór 1 januari 2024 een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 78 Onteigeningswet is ingediend.
2.2. De Gemeente vordert de vervroegde onteigening als bedoeld in artikel 54f Onteigeningswet van de aan [gedaagde] in eigendom toebehorende onroerende zaken kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummers [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] . Verder vordert de Gemeente – wanneer het aanbod tot schadeloosstelling niet wordt aanvaard zoals in deze zaak – (het voorschot op) de schadeloosstelling te bepalen op € 640.000,00, de Gemeente te veroordelen tot gestanddoening van het aanbod tot voortgezet gebruik en de in de verzoekschriftprocedure met nummer C/16/604501 / HL RK 25-63 benoemde deskundigen op te dragen de schadeloosstelling te begroten.
2.3. In haar conclusie van antwoord voert [gedaagde] verweer tegen de gevorderde vervroegde onteigening en de aangeboden schadeloosstelling.
2.4. De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen voor de meervoudige kamer om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat de mondelinge behandeling enkel ziet op de vervroegde onteigening en dus (nog) niet op de begroting van de schadeloosstelling.
2.5. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
2.6. Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van spreekaantekeningen.
2.7. Voor de behandeling van de zaak wordt een dagdeel (ochtend of middag) uitgetrokken. De mondelinge behandeling zal gelijktijdig worden gepland met de zaak Gemeente Hilversum / [A] (zaaknummer [nummer 4] ).
2.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beoordeling
De rechtbank
3.1. beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door de meervoudige kamer van deze rechtbank, in het gerechtsgebouw te Lelystad, Stationsplein 15, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd;
3.2. bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat de Gemeente dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen;
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 8 april 2026 voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden september 2026 tot en met november 2026, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald;
3.4. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen;
3.5. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd;
3.6. wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling een dagdeel (ochtend of middag) zal worden uitgetrokken en dat de mondelinge behandeling gelijktijdig zal worden gepland met de zaak Gemeente Hilversum / [A] (zaaknummer [nummer 4] );
3.7. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2026.
45353