Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1334 - Rechtbank Midden-Nederland - 18 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:133418 maart 2026

Uitspraak inhoud

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/607624 / KG ZA 26-97
Vonnis in kort geding van 18 maart 2026
in de zaak van

1 [eiser sub 1] B.V.,

te [plaats 1] ,
  1. [eiser sub 2],
te [plaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers c.s] en afzonderlijk: [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ,
advocaat: mr. P.A. Kerkhof te Breda,
tegen
NETWERK NOTARISSEN B.V.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Netwerk Notarissen,
advocaat: mr. M.R. Ruygvoorn te Utrecht.

1 De procedure

1.1. Partijen hebben de volgende stukken ingediend: - de dagvaarding van 2 maart 2026 met producties 1 tot en met 41 - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met productie 1 - de door [eiser sub 2] op 5 maart 2026 ingediende producties 42 tot en met 47.
1.2. Bij de mondelinge behandeling van 10 maart 2026 zijn verschenen: - [eiser sub 2] , voor zich zelf en als statutair bestuurder van [eiser sub 1] - mr. Kerkhof - mevrouw [A] , statutair bestuurder van Netwerk Notarissen - mr. Ruygvoorn - twee belangstellenden.
De beide advocaten hebben spreekaantekeningen voorgelezen, die aan het dossier zijn toegevoegd. De zittingsgriffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter aangekondigd dat uiterlijk 24 maart 2026 vonnis wordt gewezen.

2 De kern van de zaak

2.1. [eiser sub 2] is notaris en drijft via [eiser sub 1] een notarispraktijk in Helmond. [eiser sub 2] is sinds 2014 aangesloten bij Netwerk Notarissen, een landelijke samenwerkingsverband van notarissen en houdt certificaten in Netwerk Notarissen (hierna: de certificaten).
2.2. In deze procedure komt [eiser sub 2] op tegen de beëindiging van de samenwerking die medio 2025 door Netwerk Notarissen in gang is gezet. [eiser sub 2] wil dat Netwerk Notarissen wordt veroordeeld om – kort aangeduid – de dienstverlening weer voort te zetten[1]. Netwerk Notarissen heeft een tegenvordering. Zij wil dat [eiser sub 2] haar certificaten overdraagt, stopt met het gebruik van de modellen van Netwerk Notarissen en zich niet meer als Netwerknotaris voordoet.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser sub 2] af. De door Netwerk Notarissen gevorderde medewerking aan overdracht van haar certificaten wordt afgewezen. De twee andere verboden worden toegewezen. Dit oordeel wordt hierna verder toegelicht.
De verdere achtergrond van het geschil.
2.3. De aanleiding voor de beëindiging van de deelnameovereenkomst van [eiser sub 2] met Netwerk Notarissen is de fusie van de notarispraktijk van [eiser sub 2] medio 2025 met de notarispraktijk van [B] (hierna: [B] ). [B] was ook Netwerknotaris, maar dat is door Netwerk Notarissen in 2022 beëindigd. [B] heeft begin 2025 aan Netwerk Notarissen gevraagd of zij weer Netwerknotaris kon worden. Dat verzoek is afgewezen
2.4. De tussen partijen in 2014 gesloten deelnemersovereenkomst bepaalt dat Netwerk Notarissen voorafgaand schriftelijk toestemming moet geven voor samenwerkingen tussen Netwerknotarissen en niet-Netwerknotarissen. Op het moment dat [eiser sub 2] Netwerk Notarissen op de hoogte stelde van de fusieplannen, was de toelatingsprocedure van [B] nog niet afgerond. Netwerk Notarissen heeft toen aangegeven dat als zij [B] niet zou toelaten, zij ook geen toestemming voor de fusie zou geven.
2.5. Netwerk Notarissen heeft [eiser sub 2] op 20 juni 2025 bericht dat het verzoek van [B] werd afgewezen. In dat bericht wordt ook gemeld dat zij [eiser sub 2] zullen missen als Netwerknotaris, nu [eiser sub 2] heeft laten weten dat zij de fusie door zal zetten ook als [B] niet zou worden toegelaten als Netwerknotaris.[2]
2.6. De praktijken van [eiser sub 2] en [B] zijn medio 2025 inderdaad gefuseerd.

3 De beoordeling

Het gaat om een spoedeisende zaak
3.1. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eisers c.s] daarbij een spoedeisend belang heeft. Zij heeft op dit punt aangevoerd dat zij geen toegang meer heeft tot de ondersteuning van Netwerk Notarissen op het gebied van opleiding, vakkennis, bedrijfsvoering en marketing, terwijl die ondersteuning onontbeerlijk is voor een gezonde en toekomstbestendige uitoefening van haar notarispraktijk. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat Netwerk Notarissen heeft aangegeven haar certificaten aan een derde te zullen overdragen. Het spoedeisend belang van [eisers c.s] is daarmee voldoende onderbouwd.
Onvoldoende kans dat [eiser sub 2] in een bodemprocedure in het gelijk wordt gesteld
3.2. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
3.3. Bij die beoordeling gaat het in de eerste plaats om de vraag of de deelnemersovereenkomst met [eiser sub 2] inmiddels is geëindigd. In artikel 2.2 van de deelnemersovereenkomst is bepaald dat toestemming nodig is van Netwerk Notarissen voor samenwerking met derden.[3]
3.4. Het is niet in geschil dat [eiser sub 2] medio 2025 zonder goedkeuring van Netwerk Notarissen is gaan samenwerken met [B] en dat [B] een derde is in de zin van artikel 2.2 deelnemersovereenkomst. Netwerk Notarissen heeft de aanvraag van [B] om weer opnieuw Netwerknotaris te worden immers op 23 juni 2025 afgewezen. De vraag of die afwijzing wel terecht is, valt buiten het bestek van deze procedure, alleen al omdat [B] geen partij is.
3.5. Het is juist dat het doorzetten van die samenwerking zonder toestemming grond is voor beëindiging van de deelnemersovereenkomst. Daarvoor geldt het volgende.
3.6. Hieruit volgt dat de deelnemersovereenkomst met [eiser sub 2] in ieder geval is geëindigd door de opzegging op 25 februari 2025. Daarom kan in het midden blijven of de overeenkomst als eerder is geëindigd of dat Netwerk Notarissen die overeenkomst ook met succes heeft ontbonden.
Conclusie
3.7. Omdat voldoende aannemelijk is dat de deelnemingsovereenkomst van [eiser sub 2] met Netwerk Notarissen is geëindigd, hoeft zij [eiser sub 2] geen toegang meer te verlenen tot haar dienstverlening en hoeft zij ook haar brief van 16 februari 2026 (dat [eiser sub 2] geen Netwerknotaris meer is) niet hoeft te rectificeren. Verder mag zij de voorgenomen overdracht van de certificaten voortzetten. De vorderingen van [eiser sub 2] worden afgewezen. De vordering van Netwerk Notarissen om veroordeling van [eiser sub 2] om mee te werken aan de overdracht van de certificaten, wijst de voorzieningenrechter af wegens gebrek aan belang. Netwerk Notarissen heeft de bevoegdheid om die certificaten over te dragen zonder medewerking van [eiser sub 2][5]. Netwerk Notarissen heeft onvoldoende onderbouwd waarom zij een (spoedeisend) belang heeft bij haar vordering op dit punt. Het verbod voor [eiser sub 2] om zich te afficheren als Netwerknotaris en het verbod om gebruik te maken van modellen van Netwerk Notarissen wordt wel toegewezen.
[eisers c.s] moet een proceskostenvergoeding betalen aan Netwerk Notarissen
3.8. [eisers c.s] is zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Netwerk Notarissen worden begroot op:
3.9. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
4.1. wijst de vorderingen van [eisers c.s] af,
in reconventie
4.2. verbiedt [eisers c.s] om vanaf de zevende dag na betekening van dit vonnis:
4.3. veroordeelt de [eisers c.s] om aan Netwerk Notarissen een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat niet aan alle verboden onder 4.2 is voldaan, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt,
zowel in conventie als in reconventie
4.4. veroordeelt [eisers c.s] in de proceskosten van € 2.796,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5. veroordeelt [eisers c.s] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6. verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.5 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
JO/4972
[eiser sub 2] vordert: - voortzetting van de dienstverlening; - rectificatie van de brief van 16 februari 2026 waarin Netwerk Notarissen de andere Netwerknotarissen heeft bericht dat [eiser sub 2] geen Netwerknotaris meer was; en - een verbod om de certificaten over te dragen.
Er staat: "Je hebt vooraf aangegeven dat je de fusie zou doorzetten, ook als aansluiting van het kantoor van [B] niet mogelijk zou blijken. Het is uiteraard heel teleurstellend dat het besluit niet anders kon uitvallen. Je bent altijd zeer actief geweest binnen Netwerk Notarissen – zowel regionaal als landelijk – en je hebt je met grote betrokkenheid ingezet voor het Netwerknotariaat. Jouw bijdrage is zeer gewaardeerd en zal zeker gemist worden."
Artikel 2.2.: "Indien Deelnemer beoogt te gaan samenwerken met derden, dan is daarvoor voorafgaande schriftelijk goedkeuring van NNCO[lees Netwerk Notarissen, invoeging rechtbank]vereist. NNCO kan aan het verlenen van die voorwaarden goedkeuring verbinden."
E-mail van 28 juli 2026.
Artikel 6.2.2 lid 11 onder e en artikel lid 5 van de statuten van Netwerk Notarissen, toepasselijk op certificaten op grond van hoofdstuk 3 van de Administratievoorwaarden van de Stichting Administratiekantoor Netwerk Notarissen - - - ## Voetnoten
[eiser sub 2] vordert: - voortzetting van de dienstverlening; - rectificatie van de brief van 16 februari 2026 waarin Netwerk Notarissen de andere Netwerknotarissen heeft bericht dat [eiser sub 2] geen Netwerknotaris meer was; en - een verbod om de certificaten over te dragen.
Er staat: "Je hebt vooraf aangegeven dat je de fusie zou doorzetten, ook als aansluiting van het kantoor van [B] niet mogelijk zou blijken. Het is uiteraard heel teleurstellend dat het besluit niet anders kon uitvallen. Je bent altijd zeer actief geweest binnen Netwerk Notarissen – zowel regionaal als landelijk – en je hebt je met grote betrokkenheid ingezet voor het Netwerknotariaat. Jouw bijdrage is zeer gewaardeerd en zal zeker gemist worden."
Artikel 2.2.: "Indien Deelnemer beoogt te gaan samenwerken met derden, dan is daarvoor voorafgaande schriftelijk goedkeuring van NNCO[lees Netwerk Notarissen, invoeging rechtbank]vereist. NNCO kan aan het verlenen van die voorwaarden goedkeuring verbinden."
Artikel 6.2.2 lid 11 onder e en artikel lid 5 van de statuten van Netwerk Notarissen, toepasselijk op certificaten op grond van hoofdstuk 3 van de Administratievoorwaarden van de Stichting Administratiekantoor Netwerk Notarissen