Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1293 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:129320 maart 2026

Uitspraak inhoud

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/604070 / KG ZA 25-616
Vonnis in kort geding van 20 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaten: mr. D. Britsemmer en mr. M.C.B. Beck,
tegen
GEMEENTE HILVERSUM,
te Hilversum,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mr. S.C. Brackmann en mr. J.H.J. Bax,
met als tussenkomende partij
[derde belanghebbende] B.V.,
te [plaats] ,
hierna te noemen: [derde belanghebbende] ,
advocaat: mr. A. Stellingwerff Beintema.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 15 december 2025 met 5 producties, - de conclusie van antwoord met 8 producties, - de conclusie tot tussenkomst (primair) en voeging (subsidiair) met 3 producties, - de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van [eiseres] , - de pleitnota van [derde belanghebbende] .
1.2. Tijdens de mondelinge behandeling is het incident tot tussenkomst subsidiair voeging behandeld. [eiseres] en de gemeente hebben geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek van [derde belanghebbende] om te mogen tussenkomen. De voorzieningenrechter heeft vervolgens beslist dat het [derde belanghebbende] wordt toegestaan om in het kort geding tussen te komen. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd. Dit betekent dat [eiseres] , de gemeente en [derde belanghebbende] in het incident ieder hun eigen kosten dragen.

2 De kern van de zaak

2.1. De gemeente heeft een Europese aanbesteding gehouden voor Locatiebeheer Oekraïne Opvang. Onder meer [eiseres] en [derde belanghebbende] hebben zich ingeschreven. De gemeente heeft de opdracht voorlopig gegund aan [derde belanghebbende] , omdat zij de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft. [eiseres] is op de vijfde plek geëindigd. Volgens [eiseres] is sprake van één of meer fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure. Zij vordert daarom – samengevat – dat de gemeente een heraanbesteding moet organiseren. De voorzieningenrechter stelt [eiseres] in het gelijk en legt dit hierna uit.

3 De beoordeling

3.1. In de aanbestedingsleidraad is voor het gunningscriterium 'prijs' een formule opgenomen om de score van de inschrijvers te bepalen op dit criterium. Na het sluiten van de inschrijving heeft de gemeente de prijsformule aangepast, omdat de formule een fout bevatte. Volgens [eiseres] levert dit een fundamenteel gebrek op in de aanbestedingsprocedure. Daarnaast heeft de gemeente volgens [eiseres] geschiktheidseisen gehanteerd als gunningscriterium. Ook dit vormt een fundamenteel gebrek. De gemeente is het hier niet mee eens. Voordat de voorzieningenrechter de inhoudelijke argumenten van partijen bespreekt (zie hierna in 3.4 en verder), gaat zij eerst in op twee formele punten.
[eiseres] heeft belang bij haar vorderingen
3.2. De gemeente en [derde belanghebbende] hebben zich op het standpunt gesteld dat [eiseres] geen belang heeft bij haar vorderingen, omdat zij de aanbesteding sowieso niet zou hebben gewonnen. Ook bij toepassing van de oorspronkelijke prijsformule zou [derde belanghebbende] namelijk de beste prijs-kwaliteitsverhouding hebben en de aanbesteding hebben gewonnen. Ondanks de fout en vervolgens het herstel van die fout, zou [eiseres] dus niet in haar belangen zijn geschaad. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Bij een toewijzing van de vordering tot heraanbesteding, bestaat voor [eiseres] namelijk nog steeds een kans dat de opdracht aan haar wordt gegund. [eiseres] heeft dus belang bij haar vorderingen.
[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
3.3. Het spoedeisend belang van [eiseres] vloeit voort uit de aard van het gevorderde.
Het gunningscriterium 'prijs'
3.4. In paragraaf 5.3.1. van de aanbestedingsleidraad staat dat aan de inschrijving met het laagste all-in tarief exclusief btw het maximum te behalen aantal punten wordt toegekend. De overige inschrijvers krijgen punten, gerelateerd aan de laagst ingediende inschrijvingsprijs. Dat puntenaantal wordt, blijkens de aanbestedingsleidraad, berekend volgens deze formule:
Daarnaast schrijft de aanbestedingsleidraad voor dat als het toegekende aantal punten leidt tot een negatieve score, de score op 0 gesteld zal worden.
3.5. In de gunningsbeslissing van 11 november 2025 heeft de gemeente aan de inschrijvers meegedeeld dat de prijsformule in de aanbestedingsleidraad een fout bevatte. Met het hanteren van de prijsformule uit de aanbestedingsleidraad werden uitsluitend negatieve scores berekend. Dat zou betekenen dat alle overige inschrijvers (dat wil zeggen: alle inschrijvers behalve de inschrijver met de laagste inschrijfprijs) een score 0 zouden krijgen. Dit zou leiden tot een onvolledige totaalscore. De gemeente heeft daarom in plaats van die formule de volgende prijsformule toegepast bij alle inschrijvers: score = maximaal aantal punten * (laagste inschrijfprijs/ inschrijfprijs). De teller en de noemer zijn dus omgedraaid en de '1' is weggelaten.
3.6. De voorzieningenrechter overweegt dat niet kan worden uitgesloten dat potentiële gegadigden zich niet hebben ingeschreven vanwege de in de aanbestedingsleidraad geformuleerde formule, omdat de prijsformule voor hen zou leiden tot een negatieve score en dus tot 0 punten. Potentiële gegadigden konden en hoefden er geen rekening mee te houden dat de prijsformule een fout bevatte en dat de gemeente de prijsformule – en daarmee de aanbestedingsleidraad – zou aanpassen na het sluiten van de inschrijving. Deze handelwijze van de gemeente is in strijd met het transparantiebeginsel.
3.7. Verder heeft [eiseres] er terecht op gewezen dat de gemeente de prijsformule ook op verschillende andere manieren had kunnen aanpassen. Daarvan heeft [eiseres] tijdens de zitting een voorbeeld genoemd. Waar de gemeente in de aangepaste prijsformule de '1' heeft weggelaten, had zij er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om de '1' te vervangen door een '2'. Hiermee wordt een geheel andere score behaald. Aan de hand van een rekenvoorbeeld heeft [eiseres] geïllustreerd dat het hanteren van verschillende prijsformules leidt tot verschillende scores en daarmee van de rangorde van inschrijvingen. Dit zou er toe kunnen leiden dat de gemeente een bepaalde inschrijver zou kunnen bevoordelen, afhankelijk van de gekozen nieuwe prijsformule. De gemeente heeft aangevoerd dat zij heeft gekozen voor een aangepaste prijsformule die het meest dichtbij de prijsformule uit de aanbestedingsleidraad ligt en die het meest logisch is, maar dat maakt het voorgaande niet anders. De gemeente heeft niet gehandeld op de wijze die zij vooraf heeft bepaald in de aanbestedingsstukken en heeft achteraf de prijsformule aangepast op een door haar (willekeurig) gekozen manier. Dit is voor de inschrijvers vooraf niet inzichtelijk, niet te controleren en dus niet transparant.
3.8. De gemeente en [derde belanghebbende] hebben zich op het standpunt gesteld dat door niemand en dus ook niet door potentiële gegadigden (die zich uiteindelijk niet hebben ingeschreven) is geklaagd bij de gemeente over de (foute) prijsformule die is opgenomen in de aanbestedingsleidraad. Ook zouden hierover geen vragen zijn gesteld aan de gemeente. Dit standpunt is echter onvoldoende voor een ander oordeel. Het is namelijk aan de aanbestedende dienst om ervoor te zorgen dat de aanbestedingsstukken geen fouten bevatten en dat de aanbestedingsprocedure correct verloopt.
3.9. De conclusie is dat de aanbestedingsprocedure fundamenteel gebrekkig is, omdat de gemeente de prijsformule voor het criterium 'prijs' na sluiting van de inschrijving heeft aangepast. De vraag of sprake is van een fundamenteel gebrek omdat de gemeente geschiktheidseisen als gunningscriterium heeft gebruikt, hoeft daarom niet meer te worden besproken.
Het beroep op rechtsverwerking slaagt niet
3.10. De gemeente en [derde belanghebbende] hebben aangevoerd dat [eiseres] haar rechten heeft verwerkt door de fout in de prijsformule in de aanbestedingsleidraad niet tijdig te melden (Grossmann-verweer). Dit verweer slaagt niet. Zoals hiervoor is overwogen, is sprake van een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsprocedure. De redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver op grond van artikel 6:2 van het Burgerlijk Wetboek beheerst, brengt mee dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken de aanbestedende dienst zich er niet tegen kan verzetten dat een inschrijver dit gebrek in de procedure voor de rechter aan de orde stelt, ook al heeft deze vóór de inschrijving daarover geen bezwaren geuit. Bij zo'n fundamenteel gebrek mag de aanbestedende dienst er niet op vertrouwen dat de inschrijver door na te laten vóór inschrijving actie te ondernemen, dit aspect niet meer aan de rechter ter beoordeling kan voorleggen (zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1150, r.o. 3.28).
3.11. [derde belanghebbende] heeft in dit kader nog gesteld dat een beroep op rechtsverwerking aanvaardbaar is, omdat de andere inschrijvers bij een heraanbesteding een kans krijgen om hun inschrijving te verbeteren, terwijl die mogelijkheid voor [derde belanghebbende] beperkt is. De andere inschrijvers hebben namelijk een afwijzingsbrief van de gemeente gekregen met daarin de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van [derde belanghebbende] . De prijs van [derde belanghebbende] zou hierdoor 'op straat liggen'. De voorzieningenrechter onderkent dat [derde belanghebbende] zich in een lastig parket bevindt omdat derden kennis kunnen nemen van de prijs die [derde belanghebbende] hanteert, maar dit kan niet aan dit [eiseres] worden tegengeworpen. Het is namelijk niet aan [eiseres] te wijten dat er een fundamenteel gebrek is in de aanbestedingsprocedure.
Conclusie: de vordering tot heraanbesteding wordt toegewezen
3.12. De voorzieningenrechter oordeelt dat het de gemeente moet worden verboden uitvoering te geven aan het gunningsvoornemen van 11 november 2025. De gemeente zal daarom worden geboden om het gunningsvoornemen in te trekken. De opdracht moet opnieuw worden aanbesteed, als de gemeente de opdracht nog wenst te gunnen. De vorderingen van [eiseres] worden dus toegewezen.
De gemeente moet de proceskosten van [eiseres] betalen
3.13. De gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
3.14. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De vorderingen van [derde belanghebbende] worden afgewezen
3.15. [derde belanghebbende] heeft kort gezegd gevorderd om (primair) de vorderingen van [eiseres] af te wijzen en (subsidiair) de gemeente te verbieden over te gaan tot heraanbesteding van de onderhavige aanbestede opdracht.
3.16. Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [derde belanghebbende] worden afgewezen.
[derde belanghebbende] moet de proceskosten van [eiseres] betalen
3.17. [derde belanghebbende] moet als verliezende partij de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiseres] betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
3.18. De proceskosten tussen [derde belanghebbende] en de gemeente worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt. Omdat de gemeente geen verweer heeft gevoerd tegen het standpunt van [derde belanghebbende] , heeft de gemeente geen kosten gemaakt.
Uitvoerbaar bij voorraadverklaring
3.19. De voorzieningenrechter zal het vonnis uitvaar bij voorraad verklaren. Dit betekent dat dit vonnis moet worden uitgevoerd, óók als een van de partijen hoger beroep instelt. Dit vonnis geldt dan totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1. verbiedt de gemeente uitvoering te geven aan het gunningsvoornemen van 11 november 2025 en gebiedt de gemeente het gunningsvoornemen in te trekken,
4.2. gebiedt de gemeente om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te gunnen, daartoe een heraanbesteding te organiseren,
4.3. veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 2.812,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4. veroordeelt de gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5. veroordeelt [derde belanghebbende] in de proceskosten van € 1.955,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [derde belanghebbende] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7. compenseert de proceskosten tussen [derde belanghebbende] en de gemeente, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.8. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken door mr. J.G. van Ommeren op 20 maart 2026.
WM (5442)