Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1245 - Rechtbank Midden-Nederland - 18 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1245•18 maart 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK
**MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11861467 \ UC EXPL 25-6990
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
INFOMEDICS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 3 december 2025 - de conclusie van repliek van Infomedics.
1.2. [gedaagde] mocht een conclusie van dupliek indienen om te reageren op de conclusie van repliek van Infomedics. Dat heeft hij niet gedaan.
1.3. Daarna is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
2 De verdere beoordeling
2.1. [gedaagde] heeft de tandartsrekening van € 356,84 tijdens deze procedure voldaan. De procedure gaat dus alleen nog om de vordering tot betaling van de bijkomende kosten (rente, incassokosten en proceskosten). In het tussenvonnis heeft de rechter geoordeeld dat Infomedics nog mocht reageren op het verweer van [gedaagde] dat hij de factuur en aanmaning niet heeft ontvangen. Alleen als [gedaagde] de factuur en aanmaning had ontvangen, zijn deze kosten toewijsbaar.
[gedaagde] heeft de factuur en de aanmaning ontvangen
2.2. De rechter stelt vast dat [gedaagde] de factuur en de aanmaning heeft ontvangen. Infomedics mocht redelijkerwijs aannemen dat zij deze heeft verzonden naar het adres van [gedaagde] . Zij heeft de factuur en aanmaning namelijk verstuurd naar het adres dat [gedaagde] zelf heeft opgegeven aan zijn tandarts. Voor de aanmaning heeft de deurwaarder het adres gecontroleerd in het BRP van de gemeente. Dat is ook het adres waar de dagvaarding is betekend (die [gedaagde] heeft ontvangen) en waar [gedaagde] op dit moment woont. Bovendien heeft Infomedics onderbouwd gesteld dat [gedaagde] naar aanleiding van de aanmaning op 21 juli 2025 telefonisch contact heeft opgenomen met de deurwaarder om aan te geven dat hij bezwaar wilde maken. [gedaagde] heeft de kans gehad om met een conclusie van dupliek te reageren op deze stellingen van Infomedics, maar hij heeft dit allemaal niet weersproken. Daarom komt vast te staan dat [gedaagde] de factuur en de aanmaning heeft ontvangen.
[gedaagde] moet wettelijke rente betalen
2.3. [gedaagde] heeft de hoofdsom van € 356,84 op 2 september 2025 aan Infomedics betaald. Dat is te laat, zodat [gedaagde] op basis van de wet de wettelijke rente over dit bedrag moet betalen vanaf de dag van verzuim tot de dag van betaling. Infomedics hanteert als moment van intreden van het verzuim de 31ste dag na de datum van de factuur. Zij heeft op de achterkant van haar factuur echter ook staan dat het kan voorkomen dat de consument de betaling vergeet. Daarom stuurt zij een betalingsherinnering waarin zij vraagt alsnog binnen 15 dagen na ontvangst van de herinnering te betalen; pas als betaling dan uitblijft, brengt zij rente en incassokosten in rekening. Die brief is verzonden op 3 juli 2025, zodat die volgens Infomedics uiterlijk op 8 juli 2025 is ontvangen en vanaf 22 juli 2025 wettelijke rente is verschuldigd. De wettelijke rente zal dus worden toegewezen vanaf 22 juli 2025 tot 2 september 2025.
[gedaagde] moet € 53,53 aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.4. Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Hiervoor is al vastgesteld dat Infomedics aan [gedaagde] een aanmaning heeft gestuurd. Deze voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 53,53 worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.5. [gedaagde] heeft de hoofdsom pas na het uitbrengen van de dagvaarding betaald. Dat betekent dat Infomedics [gedaagde] terecht in rechte heeft betrokken. Op het moment van betaling had Infomedics al kosten gemaakt. [gedaagde] krijgt in deze procedure ongelijk (hij moet de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten betalen). Hij moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op:
3 De beslissing
De kantonrechter:
3.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het (al betaalde) factuurbedrag van € 356,84, met ingang van 22 juli 2025 tot 2 september 2025,
3.2. Veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 53,53 als bedoeld in artikel 6:96 BW,
3.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op
18 maart 2026.
ES50694