Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1211 - Rechtbank Midden-Nederland - 16 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1211•16 maart 2026
Uitspraak inhoud
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/605432 / KG ZA 26-15
Vonnis in kort geding van 16 maart 2026
in de zaak van
SEDICO B.V.,
te Eemnes,
eisende partij,
hierna te noemen: Sedico,
advocaat: mr. J.P.H. Visser,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. W.J. de Vries.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de mondelinge behandeling van 16 februari 2026 - de pleitnota van Sedico - de pleitnota van [gedaagde] .
2 De kern van de zaak
Sedico heeft [gedaagde] ingeschakeld om voor haar klanten te bemiddelen bij het sluiten van energiecontracten. Daarbij is volgens Sedico afgesproken dat [gedaagde] voor haar klanten geen vergoeding van de energieleverancier zou ontvangen. [gedaagde] heeft voor Vereniging Aangesloten Bedrijven HEMA (hierna: VAB HEMA), een klant van Sedico, een energiecontract met Eneco afgesloten. Sedico vermoedt dat [gedaagde] hiervoor een vergoeding van Eneco heeft ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelt dat [gedaagde] inzicht moet geven in deze (te) ontvangen vergoeding.
3 De achtergrond van het geschil
3.1. Sedico verleent vastgoeddiensten aan zakelijke klanten die op meerdere locaties vastgoed huren. Zo neemt Sedico de huuradministratie van hen over en bemiddelt zij bij de inkoop van hun energiecontracten. [gedaagde] is zzp'er en adviseert en begeleidt bij de inkoop van energiecontracten. VAB HEMA is een klant van Sedico.
3.2. [gedaagde] heeft in opdracht van Sedico bemiddeld bij de totstandkoming van twee energiecontracten tussen Eneco en VAB HEMA voor de periode van 2023 tot 2026. Begin september 2025 kwam VAB HEMA erachter dat in deze energiecontracten de volgende voorwaarde is verborgen achter een witte balk: "In de getoonde prijzen is een agency fee ten behoeve van adviseur [handelsnaam] opgenomen". VAB HEMA was hier zeer ontstemd over, omdat zij met Sedico een andere afspraak heeft. VAB HEMA heeft Sedico direct om opheldering gevraagd.
4 De beoordeling
Sedico heeft een spoedeisend belang bij toegang tot deze kortgedingprocedure
4.1. Om met succes een vordering in kort geding te kunnen instellen, moet Sedico een spoedeisend belang hebben bij haar vorderingen. Het begrip spoedeisend belang wordt op twee manieren ingevuld:
Voor de eerste eis is het genoeg dat Sedico stelt dat zij een spoedeisend belang heeft. Dat is hier zo, omdat Sedico zegt dat VAB HEMA haar dringend heeft verzocht uit te zoeken of [gedaagde] van Eneco voor haar energiecontract een vergoeding heeft ontvangen. VAB HEMA is een grote en belangrijke klant van Sedico. Het is voor Sedico dus belangrijk dat zij deze klant tevreden houdt en behoudt. Daarnaast heeft Sedico in september 2025 aan [gedaagde] al gevraagd of hij een vergoeding voor het energiecontract van VAB HEMA van Eneco heeft ontvangen en heeft zij gevraagd hoe dit probleem op te lossen. [gedaagde] geeft daarop geen concreet antwoord. Het is dus voor Sedico belangrijk dat er snel duidelijkheid over deze kwestie komt.
4.2. De tweede eis komt aan de orde bij de inhoudelijke beoordeling van iedere vordering van Sedico.
[gedaagde] moet inzicht geven in de mogelijk door hem ontvangen vergoeding
Sedico heeft een spoedeisend belang bij het inzicht in de vergoeding
4.3. Sedico vordert een gebod dat [gedaagde] inzicht geeft in de door hem van Eneco ontvangen en nog te ontvangen fee of vergelijkbare vergoeding ter zake de door tussenkomst van [gedaagde] gesloten energiecontracten tussen Eneco en VAB HEMA voor de periode 2023 tot 2026. Zij heeft om de redenen genoemd in 4.1 van dit vonnis een spoedeisend belang bij deze vordering.
[gedaagde] moet rekening en verantwoording afleggen
4.4. [gedaagde] moet als opdrachtnemer aan Sedico als opdrachtgever inzicht geven in de door hem van Eneco ontvangen fee of vergelijkbare vergoeding voor het door hem gesloten energiecontract tussen Eneco en VAB HEMA voor de periode van 2023 tot 206. Sedico en [gedaagde] hebben een overeenkomst van opdracht met elkaar gesloten[1] . Dit blijkt uit (i) de samenwerkingsovereenkomst die [gedaagde] en Sedico hebben gesloten en (ii) de factuur van [gedaagde] voor zijn werkzaamheden aan Sedico. [gedaagde] moet als opdrachtnemer aan Sedico verantwoorden hoe en waarom hij zijn werkzaamheden voor Sedico heeft gedaan.[2] De mate waarin van [gedaagde] rekening en verantwoording kan worden gevraagd moet redelijk zijn gelet op de aard van de opdracht.[3] Daarbij geldt dat de inhoud van hetgeen als rekening en verantwoording mag worden verlangd, wordt bepaald door de aard van de rechtsverhouding van [gedaagde] en Sedico en de omstandigheden van het geval.[4] De volgende omstandigheden brengen met zich mee dat [gedaagde] als opdrachtnemer inzicht moet geven in de mogelijk door Eneco ontvangen (of nog te ontvangen) vergoeding voor het energiecontract van Eneco en VAB HEMA:
[gedaagde] heeft erkend dat Eneco een vergoeding voor het energiecontract met VAB HEMA heeft gehanteerd, wat gevolgen heeft voor de kosten van VAB HEMA.
Zo schrijft [gedaagde] in zijn e-mail aan Sedico van 8 september 2025: - "Het blijkt dat er in de aanvraag geen fee is opgenomen, maar vanuit de afspraken die we eerder hebben gemaakt met de [functie] van Eneco wel een minimum fee is gehanteerd." - "De hulp van [functie] [A] om te komen tot een portfoliovergoeding is in deze situatie nu verkeerd uitgepakt." - "Kortom, het is dus inderdaad misgegaan en voor VAB HEMA leden heeft dit een directe impact op de totale kosten van de levering voor energie." - "Vanuit het verschil in de kosten en opslagen tussen beide contracten zou er ook de minimale fee kunnen zijn berekend in de ruimte van € 6.187.-. Dit kan dus kloppen." - "Omdat de tarieven op de overeenkomsten zo scherp geprijsd waren door Eneco heb ik er ook niet over getwijfeld dat er een fee op zou zitten, maar dit blijkt dus wel."
Zo schrijft [gedaagde] in zijn e-mail aan Sedico van 8 september 2025: - "Bij deze wil ik direct aangeven dat een vergoeding aan VAB HEMA kan worden terugbetaald op hun verzoek." - "En ik zou graag zelf aan de heren van VAB HEMA even toelichting geven over (…) hoe we de verrekening in de toekomst kunnen verzorgen."
[gedaagde] wilde in eerste instantie wel openheid van zaken geven over de vergoeding, maar is daarop teruggekomen.
In de email van 8 september 2025 schrijft [gedaagde] hij dat hij een vergoeding ontvangt en zegt hij dat hij VAB HEMA graag een toelichting wil geven "over onze werkwijze, hoe dit mis heeft kunnen gaan en hoe we de verrekening in de toekomst kunnen verzorgen." Vervolgens heeft hij geen openheid van zaken gegeven en neemt hij in de conclusie van antwoord ook het standpunt in dat hij helemaal geen vergoeding van Eneco heeft ontvangen.
[gedaagde] en Sedico hadden de afspraak dat [gedaagde] geen vergoeding voor VAB HEMA zou krijgen naast de vergoeding van Sedico aan [gedaagde] .
Sedico heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] geen vergoeding voor de klanten van Sedico zou ontvangen. Sedico heeft [gedaagde] tijdelijk ingeschakeld om haar medewerker tijdens haar zwangerschapsverlof te vervangen. VAB HEMA betaalt Sedico een vergoeding voor haar werkzaamheden. [gedaagde] moest dan ook begrijpen dat VAB HEMA niet nogmaals voor een vergoeding wilde betalen, doordat een eventuele vergoeding van Eneco aan [gedaagde] , aan haar werd doorbelast. Uit de e-mail van [gedaagde] aan Sedico van 8 september 2025 volgt dat [gedaagde] wist dat hij geen vergoedingen van Eneco mocht ontvangen voor de klanten waarvoor hij in opdracht van Sedico in die periode bemiddelde (zie de citaten hiervoor).
4.5. [gedaagde] moet inzicht geven in door hem van Eneco ontvangen of te ontvangen vergoeding voor het aanbrengen van VAB HEMA bij Eneco als klant. Het gaat bijvoorbeeld om een eenmalig of periodiek bedrag van Eneco voor [gedaagde] als commissie in verband met VAB HEMA, maar is hiertoe niet beperkt. Tijdens de zitting is gebleken dat het ook om een portfoliovergoeding kan gaan. Dit is een vergoeding die gebaseerd is op de grootte en diversiteit van de klanten die [gedaagde] heeft aangebracht bij Eneco. Doordat de klanten in deze portefeuille op verschillende momenten stroom vragen, kan de stroomvraag van alle klanten bij elkaar beter matchen met het stroomaanbod en zo het risico van de Eneco op disbalans en dus de kosten voor Eneco verminderen. [gedaagde] moet ook inzicht geven in deze eventuele portfolio - of vergelijkbare vergoeding als hij die van Eneco ontvangt of zal ontvangen voor het energiecontract met VAB HEMA voor de periode van 2023 tot 2026.
4.6. [gedaagde] moet de toelichting op de (te) ontvangen vergoeding onderbouwen. Dit kan hij bijvoorbeeld doen met een verklaring van Eneco, waarin Eneco bevestigt of en zo ja welke vergoeding [gedaagde] voor VAB HEMA heeft of zal ontvangen. Omdat deze onderbouwing ook op een andere manier kan, wordt de vordering van Sodeco afgewezen dat Eneco de informatie schriftelijk moet accorderen.
4.7. [gedaagde] heeft aangevoerd dat er door Eneco geen vergoeding is betaald en hij daarom niet aan deze veroordeling kan voldoen. Dat is onjuist. Als er geen vergoeding van Eneco voor VAB HEMA is ontvangen of zal worden ontvangen, moet [gedaagde] dit onderbouwen met bijvoorbeeld een verklaring van Eneco of op een andere manier mede gezien zijn eerdere erkenning dat hij een vergoeding ontvangt van Eneco voor VAB HEMA.
4.8. Tot slot heeft [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling over deze vordering nog aangevoerd dat hij een geheimhoudingsovereenkomst met Eneco heeft en deze informatie mogelijk niet mag verschaffen. Dit heeft [gedaagde] op geen enkele manier onderbouwd. Het gaat ook niet om gevoelige bedrijfsgegevens van Eneco. Het ziet enkel op een (mogelijk) betaalde en te betalen vergoeding aan [gedaagde] voor VAB HEMA. Bovendien heeft Sedico tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat haar contactpersoon bij Eneco juist aangeeft dat [gedaagde] deze informatie wel mag verstrekken en Eneco – zonder toestemming van [gedaagde] – niet.
De geldvordering van Sedico wordt afgewezen
4.9. Sedico vordert ook dat [gedaagde] de vergoeding inzake het energiecontract van Eneco met VAB HEMA aan VAB HEMA betaalt. Feitelijk vordert zij een geldbedrag. Dit is dan ook een geldvordering. Bij de vraag of een geldvordering in kort geding kan worden toegewezen, moet de voorzieningenrechter onderzoeken of er zo'n spoed is dat een veroordeling nu nodig is. Daarbij moet de voorzieningenrechter terughoudend zijn.
4.10. Er is geen reden om ook deze geldvordering toe te wijzen in kort geding. Sedico heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij een bodemprocedure niet kan afwachten. Daar komt bij dat niet zonder meer vaststaat dat ook een portfoliovergoeding zodanig aan VAB HEMA is gebonden, dat die vergoeding (althans een deel daarvan) aan VAB HEMA toekomt.
Het gebod dat [gedaagde] geen vergoedingen accepteert wordt afgewezen
4.11. Sedico vordert ook een gebod dat [gedaagde] zich onthoudt van het accepteren van een toekomstige vergoeding van Eneco voor het energiecontract tussen Eneco en VAB HEMA voor de periode van 2023 tot 2026. Deze vordering wordt afgewezen, omdat Sedico niet heeft gesteld waarom zij spoedeisend belang heeft bij deze vordering.
De gevorderde dwangsom wordt toegewezen
4.12. Sedico vordert dat de voorzieningenrechter aan het niet uitvoeren van het gebod door [gedaagde] een dwangsom verbindt. Dat zal de voorzieningenrechter doen. Sedico vraagt al langer aan [gedaagde] om inzicht in de vergoeding van Eneco te geven. Ondanks dat [gedaagde] hiertoe als opdrachtnemer verplicht is, heeft hij dat inzicht niet vrijwillig aan Sedico gegeven. Het is dus belangrijk dat er een pressiemiddel is. Daarom zal er een dwangsom worden opgelegd, maar deze wordt wel gematigd. Een dwangsom van € 500,00 per dag, met een maximum van € 50.000,00 is op zijn plaats.
[gedaagde] moet de proceskosten van Sedico betalen
4.13. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld. Sedico heeft inzicht nodig in de vergoeding van [gedaagde] om te beoordelen of een verdere actie nodig is en zo ja welke. [gedaagde] komt zijn toezegging op dit vlak niet na. Daardoor komt er geen oplossing voor VAB HEMA. [gedaagde] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sedico worden begroot op:
4.14. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad
4.15. Deze uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad, omdat Sedico dat heeft gevorderd en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt.[5] Dat betekent dat deze uitspraak meteen ten uitvoer gelegd mag worden, ook als één van partijen een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. gebiedt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan Sedico volledig, schriftelijk en onderbouwd inzicht te geven in de door [gedaagde] van Eneco reeds ontvangen en nog te ontvangen agency fee en/of andere commissies en/of soortgelijke vergoedingen ter zake de door tussenkomst van [gedaagde] gesloten energieleveringscontracten tussen Eneco en VAB HEMA voor de periode van 2023 tot 2026,
5.2. veroordeelt [gedaagde] tot het betalen aan Sedico van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 50.000,00 voor het niet (volledig) voldoen aan het gebod dat hiervoor onder 5.1. is gegeven,
5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.227,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5. wijst het meer of anders gevorderde af,
5.6. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
MvD 5633
In hoeverre de relatie tussen [gedaagde] en Sedico meer in het bijzonder moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van bemiddeling maakt voor de beslissing in dit kort geding niet uit en kan dus in het midden blijven.
Art. 7:403 lid 2 BW en A.G. Castermans & H.B. Krans in: T&C BW, commentaar op art. 7:403 BW,aant. 3.
Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2022/112.
HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1561, NJ 1995/548.
Art. 223 Rv. - - - ## Voetnoten