Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1188 - Rechtbank Midden-Nederland - 4 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1188•4 maart 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2429
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: A. Teunissen).
Inleiding
1.1. De heffingsambtenaar heeft op 28 april 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 8 februari 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3. Eiser heeft hiertegen een beroep niet tijdig beslissen ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen.
Overwegingen
De feiten
- De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 17 april 2023 om 10:00 uur aan het Hospitaalterrein in Almere stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.
[1]
2.1. Er bestaat geen geschil over dat daar op dat moment parkeerbelasting verschuldigd was.
Het geschil
- Eiser heeft op de zitting zijn standpunt toegelicht. Zijn beroep alleen ziet op het punt dat de heffingsambtenaar niet meer bevoegd was een uitspraak op bezwaar te nemen, omdat hij dat buiten de beslistermijn heeft gedaan en ten onrechte de beslistermijn niet heeft verlengd.
- De heffingsambtenaar heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat de uitspraak op bezwaar weliswaar buiten de termijn is genomen, maar wel een rechtsgeldig besluit is. Op de zitting heeft de heffingsambtenaar verder toegelicht dat het netter was geweest als een brief was gestuurd naar eiser waarin meegedeeld wordt dat de beslistermijn zou worden verlengd, maar dat ze hoe dan ook, ook buiten de termijn rechtsgeldig een besluit mogen nemen.
- De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn standpunt. De uitspraak op bezwaar is rechtsgeldig tot stand gekomen. Het beroep is ongegrond.
- Nu het beroep ongegrond is komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling om het verzoek om schadevergoeding.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
4 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Verordening parkeerbelastingen Almere 2023. - - - ## Voetnoten