Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1187 - Rechtbank Midden-Nederland - 4 maart 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1187•4 maart 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7641
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: A. Teunissen).
Inleiding
1.1. De heffingsambtenaar heeft op 25 oktober 2024 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 6 november 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.3. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen.
Overwegingen
De feiten
- Eiser is houder van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). Deze GPK is niet aan een kenteken gebonden. In de gestelde voorwaarden op de GPK is aangegeven dat de originele parkeerkaart duidelijk zichtbaar en goed leesbaar achter de voorruit van het voertuig moet zijn geplaatst.
2.1. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 13 oktober 2024 om 19:02 uur aan de Rentmeesterstraat in Almere stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.[1]
2.2. Voor houders van een GPK geldt een vrijstelling, mits deze parkeerkaart op een goed zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig is aangebracht.
Geschil
- In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
3.1. Eiser heeft gesteld dat hij voldoende heeft aangetoond over een GPK te beschikken en dat de naheffingsaanslag daarom onterecht aan hem is opgelegd. Eiser voert aan dat hij een parkeerrecht heeft omdat hij wel in het bezit is van een GPK. Hij stelt zich op het standpunt dat op de foto's die door de heffingsambtenaar zijn overgelegd ook blijkt dat de GPK wel op het dashboard van de auto ligt.
3.2. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat er geen GPK dan wel een geldig parkeerkaartje in de auto lag en dat de gemaakte foto's dit bevestigen.
Beoordeling van het geschil
- Op grond van artikel 225, eerste lid, van de Gemeentewet, kan de gemeente parkeerbelasting heffen ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Van deze mogelijkheid heeft de gemeente Almere met het vaststellen van de Verordening gebruik gemaakt.
- Niet in geschil is dat de parkeerplaats op de locatie waar eiser zijn auto geparkeerd heeft, een parkeerplaats is waar op dat tijdstip uitsluitend tegen betaling van parkeerbelasting, dan wel met een GPK zonder betaling van parkeerbelasting, mocht worden geparkeerd. Voorwaarde daarbij is dat de GPK op een goed zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig is aangebracht.
- Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast aannemelijk te maken dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar in die bewijslast geslaagd. De heffingsambtenaar heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat ten tijde van de controle door de parkeercontroleur geen GPK in de auto aanwezig was. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de GPK wel op zijn dashboard had liggen. Er is dan ook niet voldaan aan alle voorwaarden om te worden vrijgesteld van het betalen van parkeerbelasting. Nu geen parkeerbelasting is betaald, is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Hoewel de rechtbank er begrip voor heeft dat een houder van een GPK kan vergeten om deze tijdens het parkeren achter de voorruit te leggen, dient dit voor zijn rekening en risico te blijven. De rechtbank is ook niet bevoegd de naheffingsaanslag om redenen van coulance te vernietigen.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Daarom blijft de uitspraak op bezwaar in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
4 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Verordening parkeerbelastingen Almere 2024. - - - ## Voetnoten