Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1100 - Rechtbank Midden-Nederland - 20 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:110020 februari 2026

Uitspraak inhoud

Familie - en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/606452 / FZ RK 26-98
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend en verblijvend in [plaats] ,
advocaat mr. N. van der Vegt.

1 Het verloop van de procedure

1.1. De rechtbank heeft op 5 februari 2026 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
1.2. De zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

2 Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De beoordeling

3.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is namelijk voldaan aan alle voorwaarden uit de Wet zorg en dwang (Wzd). Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie. Dit blijkt uit de medische verklaring van
3 februari 2026.
3.3. De rechtbank dient ambtshalve te toetsen of de medische verklaring aan de wettelijke voorschriften voldoet. Een van de vereisten is dat een ter zake kundige arts de medische verklaring heeft opgesteld. In onderhavige zaak heeft een klinisch geriater de verklaring opgesteld. In de parlementaire geschiedenis is opgenomen dat in het kader van de Wzd in de regel de arts voor verstandelijk gehandicapten, een specialist ouderen geneeskunde of een psychiater aangemerkt moeten worden als een ter zake kundig arts[1]. Uit de woorden 'in de regel' kan afgeleid worden dat de wetgever geen limitatieve opsomming beoogd heeft. Een klinisch geriater is niet genoemd. Evenwel neemt de rechtbank in onderhavige kwestie aan dat de klinisch geriater ook aangemerkt kan worden om als een ter zake kundig arts te fungeren nu er sprake is van dementie, en dementie behoort tot het vakgebied waar een klinisch geriater op toelegt. Een klinisch geriater is in de vijfjarige specialisatie opgeleid in aspecten van interne geneeskunde, somatische problematiek bij ouderen en ouderenpsychiatrie en kan als deskundig gelden ten aanzien van complexe problematiek bij de oudere patiënt. In dit kader is van belang dat een klinisch geriater als medisch specialist geregistreerd dient te staan op grond van artikel 14 BIG. De rechtbank komt tot het oordeel dat de medische verklaring is opgesteld door een ter zake kundig arts, en dus voldoet aan de wettelijke voorschriften.
3.4. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
3.5. Betrokkene heeft een andere perceptie van hoe het met hem gaat en wil graag thuis blijven wonen. De advocaat van betrokkene verzoekt daarom om afwijzing van het verzoek. De advocaat van betrokkene stelt verder dat het ernstig nadeel vooral ziet op de overbelasting van het netwerk en dat er nog alternatieven zijn die ingezet kunnen worden om dit ernstig nadeel te verminderen.
3.6. De casemanager geeft hierover aan dat de echtgenote van betrokkene de zorg niet langer aankan. Zij is overbelast. Er kan weliswaar meer zorg van buitenaf worden ingezet, maar niet 24 uur per dag. Hierdoor blijven er veel zorgmomenten over waarin er geen zorg is.
3.7. De rechtbank is van oordeel dat uit de medische verklaring en hetgeen ter zitting naar voren gebracht voldoende blijkt dat er sprake is van ernstig nadeel. Het gaat niet goed met betrokkene thuis en de echtgenote van betrokkene kan de zorg voor hem niet meer aan. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uur per dag zorg nodig en dat kan thuis niet geboden worden. Bovendien willen zowel betrokkene als zijn echtgenote niet nog meer zorg in huis.

4 De beslissing

De rechtbank:
4.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1948 in [geboorteplaats] ;
4.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 augustus 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Kamerstukken 2015/16, 32399, nr. 25, pag. 92 en Kamerstukken II 2018/19, 35087, nr. 7 - - - ## Voetnoten
Kamerstukken 2015/16, 32399, nr. 25, pag. 92 en Kamerstukken II 2018/19, 35087, nr. 7