Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1095 - Rechtbank Midden-Nederland - 25 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:109525 februari 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2765
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: R. Moszkowicz)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: P.E. Boersma).

Inleiding

1.1 In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 juni 2022 (de bestreden uitspraak), waarbij de aan haar opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting van 21 december 2021 voor een bedrag van € 69,69 is gehandhaafd.
1.2 De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.3 De zaak is behandeld op de zitting van 26 juni 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Na de zitting is gebleken dat eiseres de zittingsuitnodiging niet in goede orde heeft ontvangen. Daarom is op verzoek van eiseres het onderzoek heropend om partijen de mogelijkheid te geven alsnog op een nadere zitting te worden gehoord.
1.4 De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van 25 februari 2026. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn zonder bericht niet verschenen.
1.5 Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

  1. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

  1. Op 21 december 2021 om 15:31 uur heeft een scanauto vastgesteld dat de auto van eiseres met kenteken [kenteken] stilstond op de Herenweg in Utrecht. Deze straat ligt in de zone waarvoor betaald parkeren geldt. Eiseres heeft geen parkeerbelasting betaald. Daarom is aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 69,69. De naheffingsaanslag is in bezwaar gehandhaafd.
  1. Eiseres voert aan dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd omdat er geen sprake was van parkeren. Eiseres stond namelijk alleen enkele seconden stil om iemand op te halen om vervolgens direct weer weg te rijden.
  1. Dit betoog slaagt niet. De hoofdregel is dat degene die zijn voertuig parkeert op een betaald parkeren plaats, parkeerbelasting is verschuldigd. Het onmiddellijk laten in - of uitstappen van personen is daarop een uitzondering.[1] Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat sprake is geweest van in - of uitstappen van personen.[2] De heffingsambtenaar heeft bij het verweerschrift het brondocument overgelegd met daarin foto's van de scanauto. Op de foto's is te zien dat de auto recht in een parkeervak staat. Rondom de auto zijn geen personen te zien. Ook zijn er geen personen in het voertuig te zien. Gelet daarop acht de rechtbank het aannemelijk dat van het onmiddellijk in - en uitstappen van personen geen sprake was.
  1. Het beroep is ongegrond en er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.
  1. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.WA. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dat volgt uit art. 225, tweede lid, van de Gemeentewet.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4311. - - - ## Voetnoten
Dat volgt uit art. 225, tweede lid, van de Gemeentewet.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4311.