Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1033 - Rechtbank Midden-Nederland - 17 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2026:1033•17 februari 2026
Uitspraak inhoud
Familie - en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummers:
C/16/604560 / JL RK 25-896 (verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1] en [minderjarige 2] )
C/16/600396 / JL RK 25-695 (machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1])
C/16/601060 / JL RK 25-734 (gedeeltelijke gezagsbelasting medisch [minderjarige 1])
C/16/601063 / JL RK 25-735 (gedeeltelijke gezagsbelasting onderwijs [minderjarige 1])
C/16/600683 / JL RK 25-712 (machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 2])
C/16/601068 / JL RK 25-737 (gedeeltelijke gezagsbelasting onderwijs [minderjarige 2])
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling, een (verlenging van) een machtiging tot uithuisplaatsing, gedeeltelijke gezagsbelastingen onderwijs en een gedeeltelijke gezagsbelasting voor een medische behandeling
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F.P. Slijkhuis LLM,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
In de zaak met zaaknummer C/16/604560 / JL RK 25-896 (verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1] en [minderjarige 2] )
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de overige zaaknummers
1.2. De rechtbank heeft bij de beschikking van 27 november 2025 de verzoeken aangehouden tot 17 februari 2026. De kinderrechter heeft hierna de volgende stukken ontvangen:
In alle zaaknummers
1.3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - [A] namens de GI.
1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. Zij heeft (samen met de moeder) een filmpje opgenomen en gestuurd naar de kinderrechter. De kinderrechter heeft het filmpje van ongeveer 30 minuten (grotendeels) bekeken toen de zitting was geschorst. Ook de vader heeft het filmpje gezien.
2 De feiten
2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 27 februari 2026.
3 Het verzoek
In de zaak met zaaknummer C/16/604560 / JL RK 25-896 (verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1] en [minderjarige 2] )
3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , na wijziging van haar verzoek tijdens de zitting, te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een regulier pleeggezin en subsidiair in een netwerkpleeggezin, te weten bij de oma (moederszijde), te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de overige zaaknummers
3.2. Voor de verzoeken verwijst de kinderrechter naar de beschikking van
27 november 2025.
4 De standpunten
In alle zaken
4.1. De GI handhaaft haar verzoeken. Zij geeft aan dat een deel van de gestelde doelen binnen de ondertoezichtstelling behaald zijn, maar niet allemaal. Zo heeft de GI nog steeds geen zicht op [minderjarige 2] en heeft de GI geen informatie gekregen van de ouders over een eventueel kinderdagverblijf voor haar. De GI benoemt dat het positief is dat [minderjarige 1] inmiddels onderwijs volgt en dat dit goed lijkt te gaan, maar geeft ook aan dat het pas een korte periode betreft en bezien moet worden of dit op de langere termijn zo blijft. Het is de GI ook nog steeds niet gelukt om in gesprek te komen met de moeder, waardoor dat doel niet behaald is. Ook is er nog steeds geen ouderschapsplan. De GI wil de komende periode meer zicht krijgen op [minderjarige 2] en werken aan de overige nog openstaande doelen. Omdat de moeder de GI in het kader van de ondertoezichtstelling nog steeds niet binnenlaat vindt de GI het voor het werken aan de doelen noodzakelijk dat de kinderen uit huis worden geplaatst. De GI is voornemens om de kinderen bij de oma (mz) te plaatsen. De oma zal dan ondersteund worden door een team dat gespecialiseerd is in diabeteszorg.
4.2. De moeder kan niet instemmen met de verzoeken. Zij vindt dat zij en de vader hebben voldaan aan de eisen die zijn gesteld sinds de laatste beschikking van de rechtbank. Zo gaat [minderjarige 1] inmiddels fijn naar school, is de medische zorg voor haar geregeld, heeft er een kennismakingsgesprek voor [minderjarige 2] plaatsgevonden op een kinderdagverblijf en zal [minderjarige 2] als zij oud genoeg is naar dezelfde basisschool gaan als [minderjarige 1] . De moeder vindt het niet nodig dat er nog een ondertoezichtstelling is nu de ouders bewezen hebben dat zij het samen kunnen regelen. Een uithuisplaatsing vindt zij al helemaal niet nodig. De kinderen hebben het fijn bij haar en daarnaast hebben zij de oma al twee jaar niet gezien.
4.3. Ook de vader vindt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet nodig. De doelen zijn wat hem betreft behaald en het gaat goed met de kinderen.
5 De beoordeling
In de zaak met zaaknummer C/16/604560 / JL RK 25-896 (verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing [minderjarige 1] en [minderjarige 2] )
5.1. De kinderrechter overweegt het volgende. [minderjarige 1] gaat na twee jaar inmiddels weer naar school en uit de schoolverslagjes blijkt dat zij het naar haar zin heeft en goed mee kan komen met de lessen en sociaal. Ook de zorg rondom de diabetes van [minderjarige 1] is weer opgestart bij Diaboss. Dit betekent dat Diaboss weer zicht heeft op de waardes en het verloop van de diabetes van [minderjarige 1] en daarover zijn op dit moment geen zorgen. Voor [minderjarige 2] is er een passend kinderdagverblijf gevonden, waarover de ouders enthousiast zijn. Volgens de vader hoeven alleen de formaliteiten nog afgerond te worden en kan [minderjarige 2] daar met één of twee weken terecht. Als ze vier jaar wordt, zal [minderjarige 2] naar dezelfde basisschool gaan als [minderjarige 1] . De intake zal in de zomer zijn. Hiermee is er nu meer zicht op de kinderen. De school van [minderjarige 1] en Diaboss hebben op dit moment geen zorgen. Het is voor de verdere ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heel belangrijk dat zij naar school/het kinderdagverblijf blijven gaan en dat de medische zorg/controle door Diaboss wordt voortgezet. De ouders hebben aangegeven dat dit ook hun intentie is. Het bovenstaande betekent dat het verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing worden afgewezen omdat naar het oordeel van de kinderrechter op dit moment onvoldoende duidelijk is dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en het noodzakelijk is hen uit huis te plaatsen.
5.2. De kinderrechter merkt nog wel op dat een groot deel van de onrust en spanning van het afgelopen jaar, die ook een negatieve invloed heeft gehad op de kinderen, waarschijnlijk voorkomen had kunnen worden als de moeder meer openheid had getoond en in gesprek was gegaan met de Raad en de GI. De hulpverlening had dan eerder een beeld van de kinderen kunnen krijgen, waardoor het wellicht niet zo ver had hoeven komen. Dat had de ouders en de kinderen, en dan vooral [minderjarige 1] die al wat ouder is, een hoop spanning en stress kunnen besparen. De kinderrechter hoopt dat de moeder er vertrouwen in krijgt dat andere betrokkenen bij de kinderen, zoals school, de medische zorg en de hulpverlening, net als zij zelf het beste willen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het kan zijn dat zij anders denken over bepaalde onderwerpen, maar juist dan is het belangrijk om het gesprek aan te gaan en niet de deur dicht te doen. Misschien kan het voor de moeder helpend zijn om hier hulp bij te zoeken.
De overige verzoeken
5.3. Nu de kinderrechter de ondertoezichtstelling niet zal verlengen, komt zij niet meer toe aan de beoordeling van (het restant van) de overige verzoeken. De GI zal immers (na 27 februari 2026) niet meer betrokken zijn. Dit betekent dat de kinderrechter alle overige verzoeken zal afwijzen.
6 De beslissing
De kinderrechter wijst alle verzoeken, dus de verlenging van de ondertoezichtstelling, (de verlenging van) de machtiging tot uithuisplaatsing, de gedeeltelijke gezagsbelasting onderwijs en een gedeeltelijke gezagsbelasting voor een medische behandeling, af.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: