Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2025:7515 - Rechtbank Midden-Nederland - 28 januari 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2025:7515•28 januari 2025
Uitspraak inhoud
RECHTBANK
**MIDDEN-NEDERLAND**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11410285 \ LC EXPL 24-3027
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. W. Korbecka,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D. Talsma.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 juli 2025, - de akte overlegging productie 14 van [eiseres] , - de conclusie van antwoord in reconventie.
1.2. Op 27 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen [A] namens [eiseres] met zijn gemachtigde en [B] namens [gedaagde] met zijn gemachtigde. Aan de zijde van [eiseres] waren verder aanwezig [C] en [D] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Deze aantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2 De kern
2.1. [eiseres] heeft bij [gedaagde] een Kärcher B250 gekocht voor de schoonmaakwerkzaamheden bij haar klant Welkoop. [eiseres] heeft zich vóór de koop laten adviseren door [gedaagde] , die bekend is met de situatie bij Welkoop. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] geadviseerd dat het voldoende is dat één machine, namelijk de Kärcher B250, zou worden aangeschaft voor de werkzaamheden bij Welkoop. Achteraf is gebleken dat deze machine het vuil niet allemaal alleen kan verwerken. [eiseres] wil haar geld terug en vordert onder meer de ontbinding van de koopovereenkomst. Volgens [gedaagde] is geen sprake van een tekortkoming en kan de overeenkomst niet worden ontbonden. [gedaagde] voert aan dat zij voor het vuil bij Welkoop een combinatie van de Kärcher B250 en de Karcher KM85/50 heeft geadviseerd en niet het gebruik van alleen de Kärcher B250. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] haar advies niet opgevolgd. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. [gedaagde] heeft ook een aantal tegenvorderingen ingediend. De kantonrechter wijst een deel van die vorderingen toe.
3 De beoordeling
In conventie
Er is geen tekortkoming die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt
3.1. Partijen zijn het ten tijde van de mondelinge behandeling met elkaar eens dat de Kärcher B250 niet al het vuil bij Welkoop alleen kan verwerken. Naast deze machine moet een tweede machine worden gebruikt voor harde en grote stukken vuil. [eiseres] stelt dat voorafgaand aan de koop van de Kärcher B250 bij haar door [gedaagde] de verwachting is gewekt dat de machine wèl geschikt was om de vervuiling bij Welkoop alleen te verwerken. [eiseres] stelt dat [gedaagde] heeft geadviseerd dat de Kärcher B250 geschikt was om als enige machine te worden gebruikt voor de werkzaamheden. Voor toewijzing van de vorderingen van [eiseres] moet komen vast te staan dat [gedaagde] dit heeft geadviseerd of dat zij de verwachting bij [eiseres] heeft gewekt dat de Kärcher B250 geschikt was om als enige machine in te zetten voor het vuil bij Welkoop. [eiseres] stelt dat dit het geval is, maar [gedaagde] heeft dit betwist.
3.2. [eiseres] beroept zich voor de onderbouwing van haar stelling allereerst op een Whatsappbericht van [gedaagde] (productie 3 bij de dagvaarding). In dit bericht staat het volgende:
"Maar dit heb ik aangeboden:
Gebruikte Karcher BR250
100 cm werkbreedte
Schrob-veeg-zuigmachine
Met 2 x zij borstel
Bouwjaar dec. 2018
Geleverd in 2019
Machine heeft 67 draaiuren
Verkeert in nieuw! staat
Nieuwprijs ca. €55.000
Prijs gebruikte machine €20.000"
Daarnaast beroept [eiseres] zich op een Whatsappgesprek met de heer [E] namens [gedaagde] (productie 5 bij de dagvaarding). In dit gesprek schrijft de heer [E] – voor zover hier relevant – het volgende:
"(…). Wegens persoonlijke omstandigheden heeft [B] mij gevraagd even het voorstel voor de Kärcher B260 naar jullie te sturen. (…).
(…). Ik stuur in iedergeval even het voorstel door zoals het er nu ligt. Willen jullie dan een voorstel voor een nieuwe veegmachine en een nieuwe schrobmachine? Of mogen deze bijvoorbeeld ook gereconditioneerd zijn. (…)."
Tot slot beroept [eiseres] zich op een e-mailbericht van [gedaagde] (productie 4 bij de dagvaarding). In dit bericht staat – voor zover hier relevant – het volgende:
"Mijn advies:
Jong gebruikte Karcher B250
Veeg-schrob-zuigmachine
Perfecte staat
Nieuwe accu!!!!
HF lader
Nieuw ca. €45.000
Karcher KM85/50
Hufterproof kleine opzit veeg-zuigmachine
Zeer geschikt voor vegen bij bv calamiteiten of back up
Nieuw 2023
lx demo mee gedaan
Compleet batterij en lader
Bruto €12.000
Netto €7.500
(…)"
3.3. De kantonrechter beoordeelt deze berichten als volgt. In geen van deze berichten is te lezen dat [gedaagde] adviseert dat de Kärcher B250 geschikt is om als enige machine te worden gebruikt voor de werkzaamheden bij Welkoop. De Whatsappberichten betreffen een (prijs)aanbod voor de Kärcher B250 en een voorstel voor een veegmachine en schrobmachine. Daarin wordt geen advies gegeven. En in het e-mailbericht van [gedaagde] staat juist het advies om naast de Kärcher B250 een tweede machine aan te schaffen, namelijk de Kärcher KM85/50. [eiseres] heeft in haar reactie op het e-mailbericht (productie 6 bij de conclusie van antwoord) laten weten dat zij van deze tweede machine afziet. Dat er andere stukken zijn waaruit blijkt dat [gedaagde] de Kärcher B250 op zichzelf adviseert voor het vuil bij Welkoop is niet gesteld of gebleken. Dat [gedaagde] het advies heeft gegeven dat [eiseres] aan zijn vordering ten grondslag legt, komt dus niet vast te staan.
3.4. [gedaagde] heeft niet alleen betwist dat zij de Kärcher B250 als enige machine heeft geadviseerd, maar zij heeft ook naar voren gebracht dat bij [eiseres] sowieso nooit de gerechtvaardigde verwachting heeft kunnen ontstaan dat de Kärcher B250 geschikt was om als enige machine gebruikt te worden voor de werkzaamheden bij Welkoop. De kantonrechter gaat hierin mee. [eiseres] had kunnen of moeten voorzien dat de Kärcher B250 het vuil bij Welkoop niet alleen kan verwerken. [eiseres] gebruikte vóór de koop van de Kärcher B250 ook steeds een combinatie van twee machines voor de schoonmaak bij Welkoop. Eerst was dat de Tennant 6400 veegmachine met de Tennant 7300 schrobmachine en daarna de Kärcher B260 met de Tennant 6400. Omdat de Kärcher B260 naast een tweede machine werd gebruikt, lag het voor de hand dat de Kärcher B250 ook naast een tweede machine moet worden gebruikt. De Kärcher B250 is tenslotte het model dat aan de Kärcher B260 voorafging en volgens [eiseres] zijn de functionaliteiten van het nieuwe model beter dan die van het oude model.
3.5. Gelet op het voorgaande is niet gebleken dat [gedaagde] de Kärcher B250 op zichzelf heeft geadviseerd voor het vuil bij Welkoop. Ook is vastgesteld dat [eiseres] niet door uitlatingen van [gedaagde] de gerechtvaardigde verwachting kon hebben gekregen dat de Kärcher B250 geschikt zou zijn voor al het vuil bij de Welkoop. Dit betekent dat de grondslag van de vorderingen van [eiseres] niet vaststaat. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten in conventie betalen
3.6. [eiseres] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
In reconventie
[eiseres] moet vijf facturen betalen aan [gedaagde]
3.7. [gedaagde] vordert de betaling van negen openstaande facturen. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij vijf van deze facturen moet betalen. Het gaat om de facturen 202410627 (€ 546,35), 202410659 (€ 288,51), 202410671 (€ 136,29), 202410679 (€ 550,77) en 202410689 (€ 183,60). [eiseres] zal daarom worden veroordeeld tot betaling van deze facturen.
[eiseres] moet factuur 202410510 ook betalen aan [gedaagde]
3.8. [eiseres] heeft verweer gevoerd tegen de vordering van factuur 202410510 (€ 1.309,19). Deze factuur betreft de kosten voor de vervanging van de borstels van de Kärcher B250 in mei 2024. [eiseres] voert aan dat de borstels die [gedaagde] onder de machine had geplaatst niet geschikt waren voor het terrein bij Welkoop. [gedaagde] heeft daarom de borstels vervangen en, zo voert [eiseres] aan, toegezegd dat zij de factuur zal crediteren. [gedaagde] betwist dat zij heeft toegezegd dat zij factuur 202410510 zal crediteren. Volgens [gedaagde] heeft deze factuur geen betrekking op de vervanging van niet geschikte borstels, maar op de vervanging van versleten borstels. [gedaagde] voert aan dat de vervanging die [eiseres] bedoelt in januari 2024 heeft plaatsgevonden. Toen heeft [gedaagde] groene borstels geleverd waarmee de niet geschikte rode borstels onder de Kärcher B250 zijn vervangen. Volgens [gedaagde] is die factuur gecrediteerd. [gedaagde] verwijst naar productie 17 bij de conclusie van antwoord. Daarin is een factuur uit januari 2024 opgenomen, waarin staat dat [gedaagde] twee groene borstels heeft geleverd bij [eiseres] en dat het totaalbedrag van de borstels uit coulance is verminderd naar € 0,00.
3.9. Dat [gedaagde] heeft toegezegd dat zij factuur 202410510 zal crediteren is niet komen vast te staan. Het verweer van [eiseres] slaagt niet. [eiseres] zal daarom worden veroordeeld tot betaling van deze factuur.
[eiseres] hoeft facturen 202410835, 202411043 en 202410093 niet te betalen
3.10. [eiseres] heeft ook verweer gevoerd tegen de vordering van facturen 202410835 (€ 968,00) , 202411043 (€ 544,50) en 202410093 (€ 544,50). Deze facturen betreffen de kosten die [gedaagde] stelt te hebben gemaakt voor het transport, de opslag en het onderhoud van de Kärcher B250. [eiseres] voert aan dat zij [gedaagde] geen opdracht heeft gegeven tot het verrichten van deze werkzaamheden. Daarnaast voert [eiseres] aan dat [gedaagde] in het verleden geen opslagkosten bij [eiseres] in rekening heeft gebracht. [gedaagde] heeft dit alles niet voldoende onderbouwd weersproken.
3.11. Dat partijen waren overeengekomen dat [gedaagde] de Kärcher B250 transporteert, opslaat en onderhoud voor een tarief als vermeld in de facturen is niet gebleken. Zonder een overeenkomst ontbreekt een grondslag voor de vordering tot betaling van deze facturen. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
[eiseres] moet de wettelijke rente over de verschuldigde facturen betalen
3.12. [gedaagde] vordert wettelijke handelsrente over de facturen vanaf de datum van opeisbaarheid tot en met de dag van betaling. [eiseres] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
[eiseres] moet de proceskosten in reconventie betalen
3.13. [eiseres] heeft grotendeels ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
4 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
4.1. wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.696,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
4.3. veroordeelt [eiseres] tot betaling van een bedrag van € 3.014,71 aan [gedaagde] , te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW daarover vanaf het moment van opeisbaarheid van de onderliggende facturen tot aan de dag van algehele betaling,
4.4. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 508,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
4.5. veroordeelt [eiseres] tot betaling van de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en dit vonnis daarna wordt betekend,
4.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.