Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2025:6646 - Rechtbank Midden-Nederland - 12 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2025:6646•12 december 2025
Uitspraak inhoud
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2733
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 21 februari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
[1]
- Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.
[2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[3]
- Eiseres heeft op 29 april 2025 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Eiseres stelt dat zij verweerder op 22 juli 2025 in gebreke heeft gesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling.
- Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet ontvankelijk is in haar beroep omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen. Verweerder licht toe dat in de systemen van verweerder ook geen ontvangstbevestiging van een ingebrekestelling is aangetroffen.
- De rechtbank heeft eiseres bij brief van 14 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Eiseres heeft hierop gereageerd.
- Eiseres heeft als bijlage een papieren exemplaar van een ingebrekestelling overgelegd, gedateerd 22 juli 2025 en voorzien van een handtekening. Zij heeft evenwel geen bewijsstukken verstrekt waaruit volgt dat dit stuk daadwerkelijk per post is verzonden.
- Daarnaast heeft eiseres een kopie van een door haar verzonden e-mail ingebracht, welke ertoe strekt aan te tonen dat zij verweerder op 18 augustus 2025 via het e-mailadres [e-mailadres] in gebreke heeft gesteld.
- Op grond van artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht is bij de digitale verzending van berichten aan een bestuursorgaan beslissend het moment waarop het bericht elektronisch door dat bestuursorgaan is ontvangen. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd (bijvoorbeeld afkomstig van haar internetprovider) waaruit kan worden afgeleid dat verweerder de e-mail heeft ontvangen. Zij heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden.
- De rechtbank stelt daarom vast dat er geen sprake is van een (rechtsgeldige) ingebrekestelling.
- Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. - - - ## Voetnoten