Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:1638 - Rechtbank Midden-Nederland - 18 februari 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2025:163818 februari 2025

Uitspraak inhoud

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6458

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. F.J. Boonstra),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder.
Overwegingen
  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet
nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de
zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  1. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is
gemaakt (artikelen 6:7, 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel
3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
  1. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 7 februari 2024. Het beroepschrift had
dus uiterlijk op 21 maart 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft
het beroepschrift ontvangen op 15 oktober 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat
de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een
geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan
oni omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  1. Eiser zegt dat het beroepsschrift niet te laat is ingediend, omdat het beroep al op
10 april 2024 via Veilig Mailen is ingediend. Er werd door eiser verondersteld dat er een
ontvangstbevestiging met zaaknummer zou worden toegezonden, zodat de zaak vervolgens
in de digitale omgeving aangemeld kon worden.
  1. De rechtbank is van oordeel dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen ingediend kon
worden en dat het beroep van 15 oktober 2024 te laat is ingediend.
  1. In artikel 1.8, vierde lid, van het procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021
(versie per 1 juli 2024)[1] 1 is opgenomen dat een elektronisch ingediend beroepschrift dat niet
is ingediend door middel van digitaal procederen uitsluitend in behandeling wordt genomen,
indien het is ingediend via een daarvoor door de bestuursrechter opengesteld systeem dat
wordt vermeld in de bijlage bij dit reglement, met toepassing van de bepalingen vermeld in
de bijlage.
  1. In artikel 2 van bijlage 1 bij het procesreglement staat dat Veilig mailen alleen is
toegestaan indien digitaal procederen voor de indiener in de betreffende zaak niet
beschikbaar is.
  1. In artikel 1 van bijlage 1 bij het procesreglement staat dat de bestuursrechter
formulieren voor het instellen van (hoger) beroep beschikbaar heeft gesteld op de digitale
loketten op www.rechtspraak.nl. Voor belastingzaken is digitaal procederen beschikbaar
gesteld en dus is Veilig mailen niet toegestaan. Op de webpagina 'Digitaal procederen
belastingen', te vinden op rechtspraak.nl, staat ook duidelijk vermeld dat in lokale - en
rijksbelastingzaken het beroepschrift niet via Veilig Mailen kan worden ingediend.
  1. Eiser stelt het beroepschrift al op 10 april 2024 via Veilig Mailen ingediend te hebben,
maar die weg stond voor hem niet open. De toezending van het beroepschrift via Veilig
Mailen kan daarom niet gelijk worden gesteld aan het indienen van een beroepschrift in de
zin van de Awb. Het beroep van 15 oktober 2024 is ver buiten de beroepstermijn ingediend,
ook als de uitspraak op bezwaar pas op 3 april 2024 is bekendgemaakt, zoals eiser stelt.
  1. Er is evenmin sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Eiser kon er van op
de hoogte zijn dat het beroepschrift niet via Veilig Mailen kon worden ingediend. Dat er
werd verondersteld dat het beroep wel was ontvangen en in behandeling zou worden
genomen is geen geldige reden. Het mag immers verwacht worden van eiser en zijn
professioneel gemachtigde dat de informatie op rechtspraak.nl voorafgaand aan het indienen
van het beroepschrift zorgvuldig wordt bekeken. Het is de eigen verantwoordelijkheid van
eiser om op de voorgeschreven wijze beroep in te stellen.
  1. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen
uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54
Awb).
  1. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
In de versie vanaf 1 juli 2025 staat dit in artikel 1.7b. - - - ## Voetnoten
In de versie vanaf 1 juli 2025 staat dit in artikel 1.7b.