Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:7814 - Rechtbank Midden-Nederland - 5 december 2023

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2023:78145 december 2023

Uitspraak inhoud

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/015239-23 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 5 december 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte]
    ,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats] , hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 augustus 2023, 8 november 2023 en 21 november 2023. De zaak is op laatstgenoemde datum inhoudelijk behandeld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schapendonk en van hetgeen verdachte naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:
    in de periode 23 oktober 2022 tot en met 16 januari 2023 te Utrecht en/of [plaats] , samen met een ander de minderjarige [minderjarige 1] heeft onttrokken aan het over hem wettig gesteld gezag en/of aan het over hem uitgeoefende opzicht;
feit 2:
    in de periode 23 oktober 2022 tot en met 16 januari 2023 te Utrecht en/of [plaats] , samen met een ander de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , die beneden de twaalf jaren oud waren, heeft onttrokken aan het over hen wettig gesteld gezag en/of aan het over hen uitgeoefende opzicht.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, nu verdachte, samen met zijn ex-partner, heeft nagelaten de toezichthoudende instantie Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE) informatie te geven over waar zij in [land] met hun kinderen verbleven. Hierdoor heeft SAVE geen toezicht kunnen houden op de kinderen.
4.2 Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
      <footnoteReference id="_544ace00-73e5-42f7-9326-00ca23e87470">[1]</footnoteReference>
Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:
Ik ben met mijn gezin naar [land] gegaan. Ik heb dit niet overlegd met de gezinsvoogd. Ik wist dat mijn kinderen onder toezicht waren gesteld van SAVE. De gezinsvoogd heeft mij onder meer verzocht onze adresgegevens te verstrekken. Ik heb aan de gezinsvoogd geen adres doorgegeven van waar wij in [land] verbleven, omdat [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: mevrouw [medeverdachte] ) dit niet wilde en ik de instanties zat was. [2]
Aangeefster [aangeefster] heeft, namens Samen Veilig Midden Nederland, onder meer het volgende verklaard:
Het betreffen de volgende drie minderjarige personen die worden onttrokken aan het bevoegd gezag:[minderjarige 1] , [geboortedatum] 2006
[minderjarige 2] , [geboortedatum] 2011
[minderjarige 3] , [geboortedatum] 2016
Vader en moeder zijn:
Naam: [medeverdachte][3]
Naam: [verdachte]
Op 23 oktober 2022 is de vader zonder overleg met Samen Veilig met de kinderen vertrokken naar [land] . Aan vader en moeder is meermalen te kennen gegeven dat zij de gegevens met betrekking tot het verblijf aldaar dienden te verstrekken aan de gezinsvoogd. Dit betrof informatie zoals het adres waar hij met de kinderen verblijft.[4] Dit contact is voornamelijk via de mail gegaan. Zij gaven echter geen antwoorden op de gestelde vragen. De drie minderjarigen zijn gelet op het voorgaande onbereikbaar voor Samen Veilig.
Vader heeft de bewindvoerder verzocht om geld over te maken ten behoeve van het betalen van de huur. Via de naam van degene op wiens rekeningnummer het door de vader opgegeven betaalverzoek aan de bewindvoerder staat, heeft de bewindvoerder de volgende woning gevonden: [locatie] , [plaats] , [land] .[5]
Uit de beschikking ondertoezichtstelling van de Rechtbank Midden-Nederland blijkt onder meer het volgende:
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Samen Veilig Midden-Nederland, Utrecht met ingang van 1 juni 2022 tot 1 juni 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.[6]
Verbalisant [verbalisant] heeft onder meer het volgende verklaard:
Op 16 januari 2022 zagen wij dat het voertuig, voorzien van het kenteken [kenteken] , Nederland in reed. Ik ben naar het genoemde kentekenvoertuig gelopen. Ik kon de identiteit van de inzittenden van het voertuig vaststellen:[7]
[verdachte] , geboren [geboortedatum] - 1971
[minderjarige 1] , geboren [geboortedatum] - 2006
[minderjarige 2] , geboren [geboortedatum] - 2011
[minderjarige 3] , geboren [geboortedatum] - 2016[8]
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
Bewijsoverweging
De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, met mevrouw [medeverdachte] (hierna: medeverdachte), zijn minderjarige kinderen in ieder geval vanaf 13 november 2022 tot en met 16 januari 2023 heeft onttrokken aan het bevoegd opzicht van SAVE.
De kinderen van verdachte zijn op 1 juni 2022 door de kinderechter van deze rechtbank onder toezicht van SAVE gesteld. Zoals volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2018 is onder meer sprake van het opzettelijk 'onttrekken' van een minderjarige aan het bevoegd opzicht, als iemand op de hoogte is van een ondertoezichtstelling en hij of zij de toezichthoudende instantie niet informeert over de verblijfplaats van het onder toezicht gestelde kind. [9] In zo een geval is het voor instanties namelijk onmogelijk hun toezichthoudende taak uit te oefenen.
De rechtbank neemt in overweging dat verdachte, voordat hij met zijn gezin naar [land] ging, wist dat zijn kinderen onder toezicht waren gesteld van SAVE. SAVE is door zowel verdachte, als zijn medeverdachte, niet geïnformeerd over dit vertrek. Vervolgens hebben verdachte én medeverdachte tijdens hun verblijf in [land] in ieder geval vanaf 13 november 2022 nagelaten contact te onderhouden of op te nemen met SAVE. SAVE heeft beide verdachten meermaals verzocht informatie te verschaffen over onder meer de verblijfplaats van het gezin in [land] , echter hebben zij hier niet op gereageerd. Uit de verklaring van verdachte ter zitting volgt tevens dat dit een bewuste keus was van beide ouders, zij waren de hulpverlenende instanties zat.
Met zijn handelen heeft verdachte er actief aan bijgedragen dat SAVE geen contact kon krijgen met de onder toezicht gestelde kinderen. Verdachte stond de toegang van SAVE tot de kinderen in de weg en het was voor SAVE zodoende feitelijk onmogelijk haar toezichthoudende taken uit te oefenen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
feit 1:
in de periode van 13 november 2022 tot en met 16 januari 2023 te [plaats] , althans in [land] , tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een minderjarige, [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2006, heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende;
feit 2:
    in de periode van 13 november 2022 tot en met 16 januari 2023 te [plaats] , althans in [land] , tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk twee minderjarigen, - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011, en - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2016,heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende, terwijl die minderjarigen beneden de twaalf jaren oud waren.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent;
feit 2:
medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaar oud is, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 80 uren, waarvan een gedeelte van 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
8.2 Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met zijn (ex-)partner voor de duur van drie maanden schuldig gemaakt aan het onttrekken van zijn drie kinderen, waarvan twee kinderen onder de twaalf jaar oud waren, aan het opzicht van SAVE. De kinderen van verdachte zijn onder toezicht gesteld omdat zij ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Zo waren er zorgen over het schoolverzuim, de leerachterstand en de persoonlijke problematiek van de ouders en kinderen en was sprake van een onveilige en onrustige opvoedsituatie. Op 12 oktober 2022 is een spoedmachtiging uithuisplaatsing verleend, waarbij de kinderen bij verdachte in [instelling] zijn geplaatst. Zeer kort hierna, te weten 23 oktober 2022, is verdachte al met zijn (ex-)partner en de kinderen zonder overleg met SAVE naar [land] vertrokken. Door het handelen van verdachte kon SAVE geen invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de kinderen en hun veiligheid niet waarborgen terwijl, zoals hiervoor benoemd, het welzijn van de kinderen in gevaar was. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij een rechterlijke uitspraak naast zich neer heeft gelegd, de gezinsvoogd niet op de hoogte heeft gesteld van de verblijfplaats van de kinderen en de kinderen heeft blootgesteld aan mogelijke (verdere) beschadiging van hun welzijn.
De rechtbank neemt, in het voordeel van verdachte, in aanmerking dat hij uit eigen beweging, vanwege de onveilige (thuis)situatie in [land] , met zijn kinderen is teruggekeerd naar Nederland. Verdachte heeft, voor zijn vertrek uit [land] , ook bij de gezinsvoogd aangegeven met zijn kinderen terug te keren naar Nederland.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
13 november 2023 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor
soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank weegt dit niet in strafmatigende zin mee.
Verdachte heeft ter terechtzitting verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en spijt betuigd.
Beoordeling van de rechtbank
De ernst van de feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank oplegging van een langer onvoorwaardelijk strafdeel dan door de officier van justitie is geëist. Toch zal de rechtbank geen langer onvoorwaardelijk strafdeel opleggen. De rechtbank heeft daartoe meegewogen dat de kinderrechter van deze rechtbank per 1 november 2023 een machtiging tot uithuisplaatsing van één van de kinderen van verdachte, [minderjarige 1] , heeft verleend. Als gevolg daarvan woont [minderjarige 1] thans bij verdachte en draagt hij (voor een groot deel) de dagelijkse zorg voor het kind. Een langere onvoorwaardelijke straf heeft mogelijk negatieve invloed op de zorg en de tijd die verdachte aan zijn zoon kan besteden. Dat acht de rechtbank onwenselijk.
De rechtbank zal een gedeelte van de taakstraf voorwaardelijk opleggen, zodat verdachte ervan wordt weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.
Alles afwegende acht de rechtbank, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een taakstraf voor de duur van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 279 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis; - bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 40 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast; - beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mrs. I.G.C. Bij de Vaate en J.E.S. Dolmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 december 2023.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2022 tot en met 16 januari 2023 te Utrecht, althans in Nederland en/of te [plaats] , althans in [land] , in elk geval in Europa, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2006, heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende;
(art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2022 tot en met 16 januari 2023 te Utrecht, althans in Nederland en/of te [plaats] , althans in [land] , in elk geval in Europa, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk twee minderjarigen, - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011, en/of - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2016,heeft onttrokken aan het wettig over hem/haar/hun gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem/haar/hen uitoefende, terwijl die minderjarigen beneden de twaalf jaren oud waren;
(art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 279 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina's van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 28 februari 2023, genummerd 230117.0816.09762, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 87. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren..
Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 21 november 2023, inhoudende de
verklaring van verdachte.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] namens SAVE, pagina 7.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] namens SAVE, pagina 8.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] namens SAVE, pagina 9.
Een geschrift, te weten een beschikking ondertoezichtstelling van de kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juni 2022, pagina 15.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 49.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 51.
Hoge Raad 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:157. - - - ## Voetnoten
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina's van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 28 februari 2023, genummerd 230117.0816.09762, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 87. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren..
Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 21 november 2023, inhoudende deverklaring van verdachte.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] namens SAVE, pagina 7.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] namens SAVE, pagina 8.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] namens SAVE, pagina 9.
Een geschrift, te weten een beschikking ondertoezichtstelling van de kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juni 2022, pagina 15.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 49.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 51.
Hoge Raad 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:157.