Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:7810 - Rechtbank Midden-Nederland - 7 november 2023

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2023:78107 november 2023

Uitspraak inhoud

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/124313-23 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 7 november 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte]
    ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] , [plaats] ,
hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 oktober 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schapendonk en van de standpunten van verdachte en mr. M. Hoekzema, advocaat te Utrecht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten die mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen, advocaat te Utrecht, namens benadeelde partij [aangeefster] naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
in de periode van 30 december 2022 tot en met 8 juni 2023 in Mijdrecht, althans in Nederland [aangeefster] heeft belaagd (gestalkt).

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Volgens de verdediging is niet gebleken van de voor belaging benodigde stelselmatigheid van de gedragingen. De aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en vrijheid van de aangeefster zijn niet zodanig dat van een strafbare belaging sprake is. Verdachte is een bezorgde vader met psychische problemen die snakte naar omgang met zijn kinderen. Dat alleen is het doel van de contactpogingen geweest. Dit blijkt ook uit de inhoud van de door verdachte gestuurde berichten. Daarnaast is het de intensieve en niet harmonieuze echtscheidingsperiode die van invloed is geweest op het persoonlijke leven van aangeefster, en niet de contactpogingen van verdachte. Het oogmerk, dat verdachte aangeefster zou dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden of vrees aan te jagen en de wederrechtelijkheid kunnen daarmee niet worden bewezen. Voor het geval de rechtbank toch tot een bewezenverklaring mocht komen stelt de verdediging zich op het standpunt dat het begin van de bewezenverklaarde periode niet eerder kan liggen dan 28 februari 2023, de datum van het stopgesprek. Voorts geldt dat uit de processen-verbaal volgt dat er na 9 mei 2023 geen contact meer is geweest. Een langere periode kan daarmee niet worden bewezen.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Vanwege de omvang van het dossier zijn de bewijsmiddelen ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis opgenomen in bijlage II.
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht, zijn de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer van belang.[1]
Uit de in bijlage II van dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen volgt dat de verdachte gedurende de periode van 30 december 2022 tot en met 6 juni 2023 tientallen keren per telefoon, Whatsapp en e-mail contact heeft gezocht met aangeefster, zijn ex partner, terwijl verdachte wist dat aangeefster daar geen prijs op stelde. Uit het proces-verbaal van aangifte blijkt dat verdachte er al in mei 2022 door Veilig Thuis op is aangesproken dat hij moest stoppen met het zoeken van veelvuldig contact met aangeefster. Vervolgens heeft Samen Veilig (SAVE) voorwaarden opgesteld waaronder de verdachte telefonisch contact mocht opnemen met zijn twee kinderen die bij aangeefster wonen. Ook heeft SAVE op 29 december 2022 voorwaarden gesteld aan de wijze waarop verdachte met aangeefster mocht communiceren. Deze voorwaarden waren, zo blijkt uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, bij hem bekend. Verdachte heeft zich, zo blijkt uit zijn verklaring ter terechtzitting, bewust niet aan deze voorwaarden gehouden en is direct dan wel indirect contact met aangeefster blijven zoeken door haar veelvuldig te bellen, te e-mailen en te Whatsappen, maar bijvoorbeeld ook door anderen, zoals de zwager van aangeefster, ertoe te bewegen om berichten van hem aan aangeefster over te brengen. Eind februari 2023 heeft de politie een stopgesprek met verdachte gevoerd, waarin hem is verteld dat hij geen direct of indirect contact met aangeefster mocht hebben buiten de door SAVE bepaalde contactmomenten. Ook dit gesprek heeft er niet toe geleid dat verdachte zijn pogingen om in contact met aangeefster te komen heeft gestaakt. Verdachte is doorgegaan met bellen, e-mailen en Whatsappen. Tevens is verdachte onaangekondigd tweemaal aan de deur van de woning van aangeefster verschenen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster zodanig zijn geweest dat van een wederrechtelijke stelselmatige inbreuk daarop sprake is geweest. Dat verdachte heeft aangevoerd dat het door hem met aangeefster gezochte contact uitsluitend om contact met de kinderen te doen was, maakt het voorgaande niet anders. Ten eerste volgt uit bewijsmiddelen dat het verdachte niet uitsluitend om contact met de kinderen te doen was, maar ook om direct contact met aangeefster zelf. Ten tweede geldt, dat ook in het geval van de juistheid van de stelling van verdachte zou moeten worden uitgegaan, het verdachte ook dan uitsluitend was toegestaan om binnen de door SAVE vastgestelde momenten en op de door SAVE vastgestelde wijze contact met aangeefster op te nemen, aan welke afspraken hij zich bewust niet heeft gehouden. De slotsom is dan ook dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
in de periode van 30 december 2022 tot en met 6 juni 2023 te
Mijdrecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van
[aangeefster] , door - veelvuldig, contact te zoeken met die [aangeefster] via de e-mail en de telefoon en WhatsApp en - via vrienden/kennissen indirect contact te zoeken met die [aangeefster] via de telefoon
en - zich meermalen, op te houden in de nabijheid van de woning van die [aangeefster] of [aangeefster] bij haar woning op te zoeken
met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen en te dulden.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
belaging.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 80 uren waarvan een gedeelte van 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als (bijzondere) voorwaarden een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod dat inhoudt dat verdachte niet binnen een straal van 100 meter van het woonadres van aangeefster mag komen. Van deze bijzondere voorwaarden kan in het belang van de kinderen in samenspraak met SAVE (Samen Veilig) worden afgeweken.
8.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte bij eventuele strafoplegging zijn baan kan verliezen. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte zich aan een eventueel contact - en locatieverbod zou willen houden. De verdediging voorziet echter wel praktische problemen omdat verdachte en aangeefster bij elkaar in de buurt wonen en het niet uit te sluiten is dat zij elkaar tegenkomen. Daarnaast is het van belang dat een eventueel contactverbod niet in de weg komt te staan van het contact van verdachte met zijn kinderen. Als SAVE een rol gaat spelen bij het contact van verdachte met de kinderen, is het bovendien van belang dat er vooraf duidelijke regels worden gesteld en ook dat er duidelijkheid is hoe met eventuele uitzonderingen op het contactverbod wordt omgegaan. Ten overvloede merkt de verdediging op dat het niet noodzakelijk is om een contact - en/of locatieverbod op te leggen omdat verdachte geen behoefte heeft aan contact met de aangeefster.
8.3 Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft aangeefster, zijn ex-partner, gedurende een periode van meer dan vijf maanden stelselmatig lastiggevallen door haar veelvuldig te bellen, te e-mailen en Whatsappberichten te sturen, terwijl verdachte ervan op de hoogte was dat aangeefster geen contact met hem wilde. Verdachte heeft de door SAVE gemaakte afspraken over de toegestane contactmomenten met aangeefster, in het kader van het contact van verdachte met zijn kinderen, bewust overtreden en is veelvuldig contact blijven zoeken. Ook het door de politie met verdachte gevoerde stopgesprek, waarbij hem is medegedeeld dat hij direct noch indirect contact met aangeefster mocht opnemen, heeft niet het gewenste effect gehad. Verdachte heeft zijn kwalijke gedrag voortgezet en is daarna zelfs tweemaal bij het huis van aangeefster verschenen. Uit de slachtofferverklaring blijkt hoeveel invloed het gedrag van verdachte op aangeefster heeft gehad. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zich ten tijde van de feiten niet heeft gerealiseerd wat de impact daarvan op aangeefster is geweest. Dat verdachte er verdriet van heeft dat hij zijn kinderen niet op elk door hem gewenst moment kan zien en dat het contact met zijn kinderen vooral telefonisch plaatsvindt, is te begrijpen, maar dit rechtvaardigt zijn gedrag niet.
Persoonlijke omstandigheden
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:
Noord, opgemaakt door mevrouw [A] , reclasseringswerker; - hetgeen de verdachte ter terechtzitting over zijn geestelijke gezondheid en zijn verblijf in [instelling] (een GGZ-instelling), aan de rechtbank heeft verteld.
De reclassering heeft geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn dat er bij verdachte problemen spelen op een hoog aantal leefgebieden en dat dat hun grote zorgen baart. Verdachte heeft aan de reclassering slechts beperkt openheid gegeven en geen toestemming gegeven om een familielid of [instelling] te benaderen als referent. Gezien het gebrek aan cruciale informatie kunnen de risico's op recidive en letsel dan ook niet goed worden ingeschat. Wel heeft de reclassering opgemerkt dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat als gekeken wordt naar het type stalker dat overeenkomt met verdachte, te weten het type van de afgewezen stalker, dat type het vaakst overgaat tot geweld.
De reclassering heeft geadviseerd dat er geen contra-indicaties zijn voor het opleggen van een gevangenisstraf en zij acht verdachte ook in staat een taakstraf uit te voeren. Bij een veroordeling adviseert de reclassering om een gebiedsverbod als vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen dat inhoudt dat verdachte zich niet binnen 100 meter van het adres van het slachtoffer mag bevinden, voor een periode van drie jaar. Daarnaast adviseert de reclassering een contactverbod op te leggen op grond waarvan de verdachte op geen enkele wijze, direct of indirect, contact mag zoeken of hebben met het slachtoffer, voor een periode van drie jaar. De reclassering heeft geadviseerd deze bijzondere voorwaarden bij een veroordeling dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Verdachte heeft ter terechtzitting openheid van zaken gegeven over zijn geestelijke gezondheid. Verdachte lijdt naar eigen zeggen aan een bipolaire stoornis en heeft gedurende de gehele pleegperiode zeer waarschijnlijk een manie gehad. Verdachte is hiervoor inmiddels al enige tijd onder behandeling bij [instelling] en gebruikt daarvoor ook medicatie. Verdachte heeft aangegeven dat het nu goed met hem gaat, dat hij [instelling] naar alle waarschijnlijkheid op 1 november 2023 kan verlaten en dat hij vanaf dat moment ook de beschikking heeft over woonruimte.
Strafoplegging
De rechtbank heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Gelet op wat uit het dossier naar voren komt en wat de verdachte hier ter terechtzitting over heeft verklaard, acht de rechtbank het aannemelijk dat de bipolaire stoornis/manie van verdachte aanwezig was ten tijde van het plegen van de feiten en van invloed was op het handelen van de verdachte ten tijde van deze feiten. Hoewel er geen rapportage is opgesteld door een gedragsdeskundige met een advies hieromtrent, houdt de rechtbank er dan ook rekening mee dat er sprake is van een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid bij verdachte, hetgeen in de strafoplegging tot uitdrukking zal worden gebracht.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een straf, in overeenstemming met de eis van de officier van justitie, in dit geval passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte daarom een taakstraf opleggen van 80 uren met vervangende hechtenis, waarvan een gedeelte van 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zullen algemene en bijzondere voorwaarden worden verbonden om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om de kans op recidive te verkleinen. De rechtbank legt onder andere de volgende voorwaarden op: een locatieverbod dat inhoudt dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet binnen een straal van 100 meter van de woning van het slachtoffer mag bevinden, en een contactverbod dat inhoudt dat verdachte, direct noch indirect, contact mag zoeken of hebben met het slachtoffer, voor een periode van drie jaar, en bepaalt daarbij dat na toestemming van het Openbaar Ministerie of Samen Veilig (SAVE) van het voornoemde contact - en locatieverbod kan worden afgeweken, waarbij geldt dat het Openbaar Ministerie of SAVE daaraan voorwaarden kunnen verbinden. De politie zal worden belast met het toezicht op het contact - en het locatieverbod.
Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden en toezicht
Op grond van artikel 14e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren. Daarvoor is vereist dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het misdrijf belaging in de zin van artikel 285b Wetboek van Strafrecht is niet zonder meer een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (vgl. Hoge Raad 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3379, rov. 5.5). In het onderhavige geval is de rechtbank echter van oordeel dat aan het hiervoor bedoelde gevaarscriterium is voldaan. Daartoe is het navolgende redengevend. Uit het reclasseringsadvies volgt dat verdachte kan worden geclassificeerd als een afgewezen stalker en dat dit type stalker het vaakst overgaat tot geweld. Daarnaast leidt verdachte kennelijk aan een bipolaire stoornis/manie waarvoor hij op vrijwillige basis onder behandeling is bij [instelling] en ook medicatie slikt. Gelet op het voorgaande en het eerder door verdachte vertoonde onvoorspelbare gedrag, is de rechtbank van oordeel dat de dadelijk uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het toezicht in dit geval aangewezen is. De rechtbank zal daarom bevelen dat de te stellen voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

9 BENADEELDE PARTIJ

[aangeefster] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.296, - aan immateriële schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit en de kosten van rechtsbijstand op basis van het geldende liquidatietarief, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000, - en voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand in zijn geheel, vermeerderd met de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
9.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering omdat de verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen omdat de schade geen rechtstreeks gevolg is van het tenlastegelegde, maar juist van de scheiding, en ook omdat de schade onvoldoende is onderbouwd. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering omdat deze een onevenredige belasting van het rechtsgeding oplevert, aangezien uitgezocht dient te worden of de schade het gevolg is van de echtscheiding van de benadeelde partij en de verdachte, of van het tenlastegelegde.
9.3 Het oordeel van de rechtbank
Immateriële schadevergoeding
[aangeefster] maakt aanspraak op vergoeding van immateriële schade ter grootte van € 6.296, - op grond van artikel 6:106 lid 1 en onder b van het Burgerlijk Wetboek. Deze vergoeding kan worden toegekend indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van de aantasting 'op andere wijze' kan onder meer sprake zijn in het geval er een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde. In beginsel zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete (medische) gegevens moeten onderbouwen. In een voorkomend geval kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Naar oordeel van de rechtbank heeft [aangeefster] met de door haar ter terechtzitting voorgedragen verklaring en haar schriftelijke toelichting bij de vordering, voldoende onderbouwd dat de verdachte door zijn gedragingen een ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer heeft gemaakt en dat dit verstrekkende gevolgen voor haar heeft gehad.
De rechtbank zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar billijkheid vaststellen op € 750.-. Daarbij is in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van de normschending, zoals ook omschreven in de strafmotivering, de nadelige gevolgen die de benadeelde partij blijkens haar voorgedragen slachtofferverklaring al heeft ondervonden, en de schadevergoedingen die door rechters in soortgelijke gevallen worden toegekend. De over de immateriële schade gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen. Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde gedragingen is de rechtbank van oordeel dat [aangeefster] in ieder geval halverwege de in rubriek 5 bewezenverklaarde pleegperiode daadwerkelijk schade heeft ondervonden van het gedrag van de verdachte. Dat betekent dat de over de immateriële schade gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van 19 maart 2023.
[aangeefster] heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. Daarom zal de rechtbank [aangeefster] in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Advocaatkosten en overige proceskosten
De gevorderde kosten voor rechtsbijstand conform het liquidatietarief zullen worden toegewezen. De rechtbank gaat hierbij, gelet op de hoogte van de vordering, uit van het tarief voor zaken van een geldswaarde beneden de € 10.000, - in hoofdsom. In dit tarief wordt ieder punt gewaardeerd op € 508,-, waarbij een maximum van 5 punten geldt. De door de advocaat ingediende schriftelijke vordering tot schadevergoeding en zijn aanwezigheid ter terechtzitting zullen beide worden gewaardeerd op 1 punt. Dit leidt tot een vergoeding van (2 punten x € 508 =) € 1.016,-. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die [aangeefster] ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden op dit moment begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor de betaling zal de rechtbank ten behoeve van [aangeefster] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 750, - te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor bij de behandeling van de immateriële vordering tot schadevergoeding is vermeld. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 15 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan [aangeefster] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan [aangeefster] .

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Oplegging straf en maatregel - als algemene voorwaarde geldt dat verdachte:
 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
 gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum] 1977;
 gedurende de proeftijd niet zal begeven binnen een straal van 100 meter rond de woning van [aangeefster] aan de [adres 2] te ( [postcode] ) [plaats] ;
Dadelijk uitvoerbaar - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de politie dadelijk uitvoerbaar zijn;
Benadeelde partij
Dit vonnis is gewezen door M.J. Terstegge, voorzitter, mr. G. Schnitzler en mr. L.E. Verschoor - Bergsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 november 2023.
Bijlage I: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 30 december 2022 tot en met 8 juni 2023 te
Mijdrecht en/of Vinkeveen, althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van
[aangeefster] ,
door - veelvuldig, althans meermalen, contact te zoeken met die [aangeefster] via de
e-mail en/of de telefoon en/of WhatsApp en/of - veelvuldig, althans meermalen, via vrienden/kennissen en/of de kinderen en/of
Save indirect contact te zoeken met die [aangeefster] via de e-mail en/of telefoon
en/of WhatsApp en/of - zich meermalen, althans eenmaal, op te houden in de nabijheid van [aangeefster]
en/of de woning van die [aangeefster] en/of [aangeefster] bij haar woning op te
zoeken en/of
met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden
en/of vrees aan te jagen;
( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )
Bijlage II: de bewijsmiddelen
    <footnoteReference id="_8f6caf12-320f-4ef5-a148-41926c3fc332">[2]</footnoteReference>
(i) Aangeefster [aangeefster] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:
Plaats delict: Mijdrecht
Pleegdatum Tussen 16 april 2022 en 30 januari 2023
Ik doe aangifte van belaging tegen mijn ex partner [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1976. De verdachte maakt kennelijk opzettelijk stelselmatig inbreuk op mijn persoonlijke levenssfeer. Dit jaagt mij vrees aan.[3]
Op 12 mei 2022 heb ik bij Veilig Thuis aangegeven dat [verdachte] mij meerdere keren per dag mailt en appt. [verdachte] is hierop aangesproken en verteld dat hij acuut moet stoppen met het vele contact zoeken.[4]
Op 30 december 2022 heeft [verdachte] via Whatsapp een bericht naar mij gestuurd met de
tekst:
'Ik hoop dat je een hele leuke jaarwisseling hebt met onze kinderen. Zorg je wel dat je die viespeuk van een [B] in de gaten houdt... aangezien [C] nachtmerries heeft. Lekker slim om hem steeds weer met hem in aanraking te brengen. Ik vergeef je dat allemaal nooit meer.'[5]
Op 15 januari 2023 heeft [verdachte] mij gebeld.[6]
(ii) Een e-mail van [D] van Samen Veilig van 29 december 2022 die aan het proces-verbaal van aangifte is gehecht, waarin – zakelijk weergegeven – het volgende staat:
De afspraken die gemaakt zijn met ouders zijn als volgt:
Afspraken
Belmomenten
De belmomenten met [C] zijn nog steeds op maandag en vrijdag en de belmomenten met [E] zijn op dinsdag, donderdag en zondag.
Voor [C] is de afspraak tussen 19:00-19:15 uur te bellen. Wordt er niet op dit tijdstip gebeld dan betekent dit dat het belmoment van die dag voorbij is. Voor [E] willen wij afspreken om tussen 19:00 en 21:00 uur één contactmoment te hebben. De belmomenten vinden plaats mits SAVE dit stop zet.
Wekelijkse updatemail - Moeder stuurt vader wekelijks op zondag (uiterlijk zondagavond) een overdrachtsmail.
Wat komt er in deze mails te staan; - Noodzakelijke bijzonderheden omtrent de kinderen.
Wat komt er niet in deze mails te staan; - Verwijten, negatieve zaken, discussies etc. Houd de mails zo positief en kort en bondig als mogelijk. - Bij vragen of onduidelijkheden die belangrijk zijn voor de [E] en [C] , mag vader indien nodig één reactie op de overdrachtsmail van de ander sturen met daarin de vraag. Vader neemt Save hierbij mee in de cc. De andere ouder zal hier dan ook één keer op reageren.[7]
(iii) Een e-mail van verdachte van 31 december 2022, waarin het volgende staat:
Van [verdachte] [emailadres] @outlook.com
Aan [D] [emailadres] @samen-veilig.nl
Cc [aangeefster] [emailadres] @gmail.com
Ik wens jullie allemaal, vooral [aangeefster] , een heel fijn en gezellige jaarwisseling. Ik wil iedereen
bedanken dat ik deze fantastische avond helaas niet met mijn gezin kan doorbrengen.
Ik hoop dat jullie wel een leuke avond hebben. Nogmaals....BEDANKT !!!![8]
(iv) Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
Ik heb twee telefoonnummers eindigend op + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] . Ik heb ook met simkaarten gebeld en dus andere nummers gebruikt. Ik heb ook meerdere e-mailadressen gebruikt. Ik heb er wel een stuk of tien. Alle adressen die zijn genoemd in de aanvullende aangifte van [aangeefster] van 7 april 2023 zijn van mij. Op 7 mei 2023 ben ik twee keer langs het huis van [aangeefster] en de kinderen geweest. De eerste keer waren ze er niet. Toen ben ik opnieuw langsgegaan. Ik was op de hoogte van de afspraken met SAVE van maart en december 2022. Ik heb ook buiten de contactmomenten gebeld.[9]
(v) Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] verklaren – zakelijk weergegeven – het volgende:
Op 28 februari 2023 is [verdachte] op het politiebureau in Mijdrecht verschenen. Hierop hebben wij hem medegedeeld dat wij een zogenaamd "stopgesprek" wilden voeren en hem uitgelegd wat dit inhield.[10] Hierop heb ik, [verbalisant] , de volgende afspraken die gemaakt zijn, aan [verdachte] voorgelezen: " [verdachte] mag geen direct en geen indirect contact hebben met [aangeefster] . Dit betekent dus ook dat hij geen appjes mag sturen, niet bij haar woning mag komen en geen e-mails mag sturen naar haar advocaat. De enige uitzondering hierop is het contact dat loopt via Save. Via Save zijn afspraken gemaakt over de dagen en tijden waarop [verdachte] mag bellen met de kinderen. Buiten deze dagen/tijden om mag [verdachte] geen contact opnemen met de kinderen." Ik, [verbalisant] , had deze afspraken uitgeprint en aan [verdachte] overhandigd. [11]
(vi) Verbalisant [verbalisant] verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Ik hoorde dat [F] tegen mij zei dat [aangeefster] de zus van zijn vrouw is. Ik hoorde dat hij zei dat hij op 24 maart 2023 gebeld werd door [verdachte] . [verdachte] vroeg aan [F] of hij aan [aangeefster] kon doorgeven dat hij haar miste, van haar hield en haar terug zou willen.[12]
(vii) Verbalisant [verbalisant] verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Door aangeefster [aangeefster] werd gebruik gemaakt van twee telefoonnummers, waarvan er één specifiek gebruikt zou moeten worden voor het contact tussen verdachte [verdachte] en hun kinderen [E] en [C] . Van beide telefoonnummers werd een historische bevraging gedaan over de periode van 16 december 2022 00.00 uur tot en met 16 mei 2023 23.59.
Afspraken tot donderdag 6 april 2023
Maandag en vrijdag tussen 19:00 uur - 19:15 uur belmoment met [C] op telefoonnummer
[telefoonnummer] . Dinsdag, donderdag en zondag tussen 20:30 uur - 21:00 uur belmoment met [E] op het telefoonnummer [telefoonnummer] .
Afspraken vanaf donderdag 6 april 2023
Vanaf donderdag 6 april tot woensdag19 april waren de belmomenten tussen [E] en [verdachte] tijdelijk stop gezet. Vanaf donderdag 6 april zijn de belmomenten van [C] onder begeleiding van de voogd geweest op vrijdag 7 april en vrijdag 14 april en vrijdag 21 april van 16:30 uur tot 16:45 uur.
Afspraken vanaf 26 april 2023
De belmomenten met [E] op woensdag, vrijdag en zondag tussen 16:30 - 17:00 uur. [E] wilde de belmomenten graag op zijn eigen telefoonnummer. Voor [C] werd er afgesproken dinsdag van 19.00-19.20 uur.[13]
Telefoonnummer [aangeefster] [telefoonnummer] (privé)
Uit de opgevraagde historische gegevens blijkt dat [verdachte] twee keer met zijn telefoonnummer [telefoonnummer] buiten de gemaakte afspraken om naar [aangeefster] heeft gebeld:
op woensdag 1 maart 2023 om 18.20 uur
op woensdag 19 april 2023 om 15.52 uur[14]
Uit de opgevraagde historische gegevens blijkt dat [verdachte] negen keer met zijn telefoonnummer [telefoonnummer] buiten de gemaakte afspraken om naar [aangeefster] heeft gebeld:
op woensdag 1 februari 2023 om 16.07 uur
op zondag 26 februari 2023 om 19.11 uur
op vrijdag 24 maart 2023 om 16.29 uur
op vrijdag 7 april 2023 om 17.13 uur
op vrijdag 14 april 2023 om 12.41 uur
op zaterdag 15 april 2023 om 21.14 uur
op woensdag 26 april 2023 om 15.56 uur
op zondag 30 april 2023 om 16.57 uur
op dinsdag 9 mei 2023 om 14.37 uur[15]
Telefoonnummer [aangeefster] [telefoonnummer] (specifiek voor contact met kinderen)
Uit de opgevraagde historische gegevens blijkt dat [verdachte] negen keer met zijn telefoonnummer [telefoonnummer] buiten de gemaakte afspraken om naar [aangeefster] heeft gebeld:
op zondag 26 februari 2023 om 19.09 uur
op dinsdag 7 maart 2023 om 09.01 uur
op donderdag 9 maart 2023 om 21.10 uur
op vrijdag 10 maart 2023 om 21.43 uur
op donderdag 30 maart 2023 om 18.01 uur
op vrijdag 21 april 2023 om 18.18 uur[16]
(viii) Verbalisant [verbalisant] verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Door [aangeefster] werden alle e-mails (en overige contactmomenten), die [verdachte] naar haar stuurde vanaf 12 mei 2023, doorgestuurd. In onderstaand schema is weergegeven op welke data [verdachte] mails naar [aangeefster] heeft gestuurd (buiten de gemaakte afspraken om):
12 mei 2023.18.40 uur
21 mei 2023 16.43 uur
23 mei 2023 18.32 uur
23 mei 2023 18.27 uur
24 mei 2023 13.09 uur
25 mei 2023 15.27 uur
27 mei 2023 12.44 uur
30 mei 2023 20.07 uur
31 mei 2023 17.34 uur
31 mei 2023 23.07 uur[17]
(ix) Verbalisant [verbalisant] verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Door aangever [aangeefster] werden meerdere WhatsApp berichten doorgestuurd, waaruit blijkt dat verdachte [verdachte] contact met haar zoekt.
Een WhatsApp van donderdag 1 juni 2023. [18]
Een WhatsApp van zaterdag 3 juni 2023.[19]
Een WhatsApp van dinsdag 6 juni 2023.[20]
Vgl. Hoge Raad 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3095, rov. 2.5.2.
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina's van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek 09DAM23, genummerd PL0900-2023030267, opgemaakt door Districtsrecherche Oost-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 686. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , pagina 70.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , pagina 72.
Dit Whatsappbericht is aan het voornoemde proces-verbaal van aangifte gehecht en is een geschrift als bedoeld in artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, pagina 91.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , pagina 76.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat als bijlage aan de aangifte is gehecht, pagina 121.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat als bijlage aan de aangifte is gehecht, pagina 177-178.
Een proces-verbaal ter terechtzitting van 24 oktober 2023.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 324.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 324.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 472.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 473.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 474.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 475.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 476.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 512.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 485.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 486.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 488. - - - ## Voetnoten
Vgl. Hoge Raad 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3095, rov. 2.5.2.
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina's van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek 09DAM23, genummerd PL0900-2023030267, opgemaakt door Districtsrecherche Oost-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 686. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , pagina 70.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , pagina 72.
Dit Whatsappbericht is aan het voornoemde proces-verbaal van aangifte gehecht en is een geschrift als bedoeld in artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, pagina 91.
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , pagina 76.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat als bijlage aan de aangifte is gehecht, pagina 121.
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat als bijlage aan de aangifte is gehecht, pagina 177-178.
Een proces-verbaal ter terechtzitting van 24 oktober 2023.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 324.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 324.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 472.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 473.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 474.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 475.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 476.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 512.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 485.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 486.
Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 488.