Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2022:6653 - Rechtbank Midden-Nederland - 6 juli 2022
Uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2022:6653•6 juli 2022
Uitspraak inhoud
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/073880-22 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] (Azerbeidzjan),
wonende aan de [adres] , [postcode] te [plaats] ,
gedetineerd in te [verblijfplaats] ,
hierna: verdachte.
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 juni 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. E. Wiersma en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. G.F. Schadd, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.
2 TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 24 maart 2022 te Amersfoort opzettelijk heeft gedeald of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 990 gram cocaïne en/of 3270 gram MDMA.
3 VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om niet meer bewezen te verklaren dan verdachte heeft erkend. Uit het dossier blijkt niet dat de rol van verdachte anders of groter is geweest dan waarover verdachte heeft verklaard, namelijk dat hij de aangetroffen hoeveelheden cocaïne en MDMA tegen betaling ging afleveren in Amersfoort.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend voor zover het betreft het vervoeren van de cocaïne en de MDMA. De raadsman heeft geen vrijspraak hiervan bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
5 BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
op 24 maart 2022 te Amersfoort opzettelijk heeft vervoerd 990 gram cocaïne en 3270 gram MDMA, zijnde cocaïne en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8 OPLEGGING VAN STRAF
8.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij reclassering, het inzicht geven in de financiën en het beschikken over dagbesteding.
8.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht in het voordeel van verdachte af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten voor het aanwezig hebben van een hoeveelheid harddrugs tussen de 4 en 5 kilogram. Verdachte had net iets meer dan 4 kilogram aan harddrugs bij zich. De raadsman heeft daarom verzocht om aan te sluiten bij het oriëntatiepunt voor het aanwezig hebben van een hoeveelheid tot 4 kilogram aan harddrugs. Daarvoor geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Verdachte is bovendien first offender en hij heeft zowel bij de reclassering als ter terechtzitting zijn aandeel bekend en zijn verantwoordelijkheid genomen. Daarnaast heeft het feit financiële consequenties gehad voor verdachte, aangezien hij vrijwillig afstand heeft gedaan van het geldbedrag ad 1.650 euro dat is aangetroffen in de door hem bestuurde auto. Verder heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met het reclasseringsadvies om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. De raadsman meent dat daarom kan worden volstaan met een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering.
8.3 Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich bewust schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van ruim vier kilogram harddrugs, te weten cocaïne en MDMA. Cocaïne en MDMA zijn niet alleen schadelijk voor de volksgezondheid, maar zijn ook verslavend met alle gevolgen van dien voor de maatschappij. De harddrugshandel gaat bovendien gepaard met zeer gewelddadige criminaliteit die de maatschappij ontwricht en op verschillende plaatsen regelmatig tot ernstige incidenten leidt. Met zijn handelen heeft verdachte willens en wetens een rol gehad in de keten van de handel in harddrugs. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 18 mei 2022, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en geen relevante documentatie heeft.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 25 mei 2022. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de reclassering een meerwaarde ziet in een toezichtkader om meer zicht te krijgen op de maatschappelijke situatie van verdachte en om de risico's voor mogelijke recidive in de toekomst in te perken. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden de meldplicht, inzicht in financiën en dagbesteding.
Op te leggen straf
Gelet op de hiervoor besproken ernst van het bewezen verklaarde feit acht de rechtbank een gevangenisstraf passend. De rechtbank ziet wel aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte first offender is en dat de reclassering meerwaarde ziet in een toezichtkader. Daarbij heeft verdachte ter terechtzitting kenbaar gemaakt dat hij mee wil werken aan het reclasseringstoezicht en openstaat voor alle bijzondere voorwaarden.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 16 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering.
9 BESLAG
9.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd tot teruggave aan verdachte van de goederen op de beslaglijst onder 1 en 2, tot teruggave aan de moeder van verdachte van het goed op de beslaglijst onder 12, tot onttrekking aan het verkeer van de goederen op de beslaglijst onder 3 tot en met 11 en 13, en tot verbeurdverklaring van de goederen op de beslaglijst onder 15 tot en met 18.
9.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de in beslag genomen telefoons terug te geven aan verdachte, aangezien niet blijkt dat deze goederen verband hebben met het strafbare feit. De raadsman heeft verder verzocht om het voertuig terug te geven aan de rechthebbende, zijnde de moeder van verdachte. Hij wijst nadrukkelijk op artikel 33a lid 3 van het Wetboek van Strafrecht, waarin - kort gezegd - is bepaald dat goederen die niet aan de veroordeelde toebehoren, alleen verbeurd verklaard kunnen worden indien degene aan wie het goed toebehoorde bekend was met het strafbare feit of gebruik. Dat is hier niet het geval, volgens de raadsman.
9.3 Het oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de in beslag genomen zakken (nummers 15 tot en met 18 van de beslaglijst) verbeurd verklaren. Met behulp van deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de in beslag genomen drugs (nummers 3 tot en met 11, 13 en 14 van de beslaglijst) onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Met betrekking tot deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan of de voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen telefoon en simkaart (nummers 1 en 2 van de beslaglijst).
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten de personenauto (nummer 12 van de beslaglijst), aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.
10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De beslissing berust op de artikelen
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
11 BESLISSING
De rechtbank:
Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zestien (16) maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes (6) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast; - stelt als algemene voorwaarde dat:
- verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich meldt binnen drie werkdagen na zijn invrijheidstelling bij Reclassering Nederland op het adres Stieltjesstraat 1 te Nijmegen (tel.nr.: 088 804 1405). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- aan de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- beschikt, over een nader te bepalen aantal dagdelen per week, over dagbesteding, zulks ter beoordeling van de reclassering, zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht; - waarbij Reclassering Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: - gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen: - gelast de teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt van het volgende voorwerp:
personenauto [kenteken] (2966736, zwart, merk: Volkswagen, chassisnr.: [nummer] , bouwjaar 2016 / nummer 12 op de beslaglijst).
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak, voorzitter, mr. A.J. Reitsma en mr. S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 juli 2022.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 maart 2022 te Amersfoort opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
(ongeveer) 990 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne en/of
(ongeveer) 3270 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende MDMA,
zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
( art. 10 lid 4 Opiumwet, art. 2 ahf/ond B Opiumwet )