Terug naar bibliotheek
Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:6650 - Rechtbank Midden-Nederland - 30 maart 2022

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2022:665030 maart 2022

Uitspraak inhoud

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummers: 16/005777-22 en 16/163319-21 (gev. ttz) (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 maart 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte]
    **,**
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd te [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 maart 2022.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
(16-005777-22)
op 9 januari 2022 te Houten een raam dat toebehoorde aan [bedrijf] heeft vernield;
(16-163319-21)
op 23 juni 2021 te Utrecht zich bij zijn aanhouding met geweld heeft verzet tegen een of meer politieambtenaren, waarbij die politieambtenaren lichamelijk letsel hebben bekomen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman voert geen bewijsverweer.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft bekend de ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd. De raadsman heeft geen vrijspraak voor de feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of beide feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
(16-005777-22)
op 9 januari 2022 te Houten, opzettelijk en wederrechtelijk een raam, dat geheel aan [bedrijf] , toebehoorde heeft vernield;
(16-163319-21)
op 23 juni 2021 te Utrecht, zich met geweld heeft verzet tegen meer ambtenaren, te weten [verbalisant 3] , hoofdagent en [verbalisant 2] , hoofdagent, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte, door:-zich los te rukken en - te proberen de arm van verbalisant [verbalisant 3] weg te trekken en - zich in een andere richting te bewegen dan waarin voornoemde ambtenarenhem wilde bewegen en - te proberen overeind te komen,
terwijl dit misdrijf en de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een geschaafde knie en een beschadigde pink bij die [verbalisant 3] ten gevolge heeft gehad en een geschaafde knie en een geschaafde elleboog bij die [verbalisant 2] ten gevolge heeft gehad.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

De raadsman bepleit ten aanzien van de vernieling van het raam (16-005777-22) dat verdachte dient te worden vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat sprake was van een noodtoestand. Hij voert aan dat verdachte moest kiezen tussen twee kwaden, namelijk het intikken van het raam of buiten blijven in de tuin omdat in zijn perceptie niemand thuis was. Door dit gegeven heeft verdachte niet onrechtmatig gehandeld.
De rechtbank overweegt als volgt. Aan verdachte komt geen gerechtvaardigd beroep op noodtoestand toe, omdat tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat verdachte geen andere keuze had dan het openbreken of intikken van het raam.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
ten aanzien van 16-005777-22: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
ten aanzien van 16-163319-21: wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN MAATREGEL

8.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren.
8.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman stelt zich op het standpunt dat oplegging van de ISD-maatregel niet proportioneel is. Hij voert aan dat in onderhavig geval slechts sprake was van strafbare feiten van geringe ernst zodat de ISD-maatregel op dit moment een te zwaar middel is.
8.3 Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid waarbij hij, onder andere door zich los te rukken en overeind te komen, heeft geprobeerd te ontkomen aan zijn aanhouding. Verdachte is zelfs weggerend nadat gebruik is gemaakt van pepperspray en heeft door zijn handelen letsel veroorzaakt bij de politieambtenaren. Verdachte heeft door zich op deze manier te gedragen de verbalisanten gehinderd in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. De rechtbank merkt op dat uit de bevindingen van de politieambtenaren blijkt dat verdachtes handelen onrust en chaos heeft veroorzaakt tijdens de aanhouding, waarbij nota bene een van de politieambtenaren pepperspray in de ogen heeft gekregen. Politieambtenaren verrichten een publieke taak en die dient te worden gerespecteerd. Verdachte heeft zich daarvan geen enkele rekenschap gegeven.
De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan een vernieling van een raam bij de woning van zijn moeder. Een dergelijk feit leidt tot financiële schade en veroorzaakt daarnaast overlast en hinder voor de betrokkenen.
Persoon van verdachte
De rechtbank neemt kennis van het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van verdachte van 8 februari 2022, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
De rechtbank houdt ook rekening met een reclasseringsadvies van 25 februari 2022, uitgebracht door Reclassering Tactus. Hieruit volgt dat de reclassering een delictpatroon in vermogens - en geweldsdelicten ziet. In het pro-justitiarapport van 2017 (verouderde diagnostiek) wordt verdachte gediagnosticeerd met een normoverschrijdende gedragsstoornis (beginnend in de adolescentie) en aanwijzingen voor beginnende persoonlijkheidsproblematiek. Er wordt gesproken van 'zelfbepalend gedrag' en 'narcistische en antisociale kenmerken'. Er is daarnaast sprake van een ernstig tekort in de gewetensontwikkeling. Ondanks fors ingezette hulpverleningstrajecten lukte het destijds niet om verdachte te structureren of gedragsverandering te bewerkstellingen.
Vanuit het Veiligheidshuis wordt gerapporteerd dat verdachte momenteel voor veel overlast in de maatschappij zorgt en dat er door middel van verschillende ambulante hulpverlenings-trajecten bij meerdere hulpverleningsinstanties getracht wordt de risicofactoren bij verdachte te verminderen. Echter, deze hulpverlening is onvoldoende toereikend gebleken ten aanzien van de aanwezige problematiek bij verdachte. Daarnaast is vanuit een gedwongen kader getracht meermaals hulpverleningstrajecten in te zetten welke echter door de houding van verdachte alle zijn gestagneerd. Het toezicht onder parketnummer 21/000052-16 is in maart 2020 positief afgerond, maar in het afsluitingsrapport wordt benoemd dat er geen gedragsverandering heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft tot aan onderhavige tenlastelegging reclasseringsbemoeienis afgewezen. Door de houding van verdachte en het zich herhaaldelijk niet conformeren aan interventies en door herhaaldelijke recidive, ziet de reclassering geen mogelijkheden meer tot effectieve interventies in het kader van bijzondere voorwaarden in een voorwaardelijk kader. De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke ISD-maatregel om de aanwezige risico's te verminderen.
ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Bewezen is verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Voorts is gebleken dat verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten meer dan drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel en dat de in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van die eerdere straffen. Uit het reclasseringsadvies volgt dat het risico op recidive wordt ingeschat als hoog en dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten eist de veiligheid van personen naar het oordeel van de rechtbank het opleggen van de ISDmaatregel.
Aan alle criteria voor oplegging van de ISD-maatregel is dus voldaan.
De rechtbank acht een onvoorwaardelijke ISD-maatregel in dit geval ook passend. De rechtbank zal de maatregel opleggen, zodat er aan de problematiek van verdachte kan worden gewerkt en de maatschappij tegen het plegen van strafbare feiten door verdachte wordt beschermd.
Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf of een voorwaardelijke ISD-maatregel met oplegging van bijzondere voorwaarden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan. Uit het reclasseringsrapport volgt immers dat reclasseringsbegeleiding in verschillende kaders niet heeft geleid tot gedragsverandering en recidivevermindering bij verdachte.
De rechtbank zal verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaren.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 181 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging maatregel
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak, voorzitter, mr. L.M. Reijnierse en mr. M. Weistra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 maart 2022.
Mr. Weistra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
(16-005777-22)
hij op of omstreeks 9 januari 2022 te Houten, opzettelijk en wederrechtelijk een
raam/ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] en/of
[bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
( art. 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
(16-163319-21)
hij op of omstreeks 23 juni 2021 te Utrecht,
zich met geweld en/of bedreiging met geweld,
heeft verzet
tegen een of meer ambtenaren, te weten [verbalisant 3] , hoofdagent en/of [verbalisant 2]
, hoofdagent, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun
bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte
door: - zich los te rukken en/of - te proberen de arm van verbalisant [verbalisant 3] weg te trekken en/of - zich in een andere richting te bewegen dan waarin voornoemde ambtena(a)r(en)
hem wilde bewegen en/of - te proberen overeind te komen
terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig
lichamelijk letsel, te weten een geschaafde knie en/of een beschadigde pink bij die
[verbalisant 3] ten gevolge heeft gehad en/of een geschaafde knie en/of een geschaafde
elleboog bij die [verbalisant 2] ten gevolge heeft gehad;
( art. 181 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )