Terug naar bibliotheek
Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:1349 - Rechtbank Gelderland - 18 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBGEL:2026:1349•18 februari 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 05-001370-26
raadkamernummer : 26-001055
datum : 18 februari 2026
beslissing van de meervoudige militaire raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klager.
Advocaat: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem.
Feiten
Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, WVW 1994, gepleegd te Amsterdam op 2 januari 2026. Het proces-verbaal houdt onder meer in dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, te weten 710 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.
Op 3 januari 2026 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd.
De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van 6 maanden, tot en met 2 juli 2026.
Klager is opgeroepen voor een OM-hoorgesprek op 19 maart 2026.
Procedure
Het klaagschrift is op 14 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De militaire raadkamer heeft op 18 februari 2026 het beklag in openbare raadkamer behandeld.
De militaire raadkamer heeft klager, de advocaat en de officier van justitie op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Namens klager is aangevoerd dat klager zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk bij defensie. Klager is werkzaam bij een gevechtseenheid binnen de Koninklijke Landmacht, gespecialiseerd in gemotoriseerde infanterie, waar hij chauffeur is van een gevechtsvoertuig (de [model] ). Dat klager niet over zijn rijbewijs kan beschikken, zorgt voor problemen in het peloton. Er is sprake van een tekort aan chauffeurs.
Klager heeft zijn rijbewijs ook nodig voor woon-werkverkeer. Hij woont in [plaats] en moet naar de kazerne in [plaats] reizen. Het openbaar vervoer is vanwege de reistijd geen redelijk alternatief.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft verklaard zich tot 2 mei 2026 te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs. Klager is een beginnend bestuurder en gelet op het hoge alcoholgehalte in zijn adem is directe teruggave van het rijbewijs niet gerechtvaardigd. Klager heeft wel een bijzondere functie omdat hij een van de weinigen is die een [model] kan en mag besturen. Gelet daarop stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het rijbewijs aan klager kan worden teruggegeven op het moment dat het rijbewijs 4 maanden ingevorderd en ingehouden is geweest.
Beoordeling
De militaire raadkamer acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig. De officier van justitie heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
Klager heeft een blanco strafblad.
Op grond van hetgeen in het klaagschrift en bij het onderzoek in raadkamer naar voren is gebracht omtrent de belangen van klager bij het kunnen beschikken over het rijbewijs, wordt geoordeeld dat het persoonlijk belang op dit moment niet zo groot is dat dit zwaarder moet wegen dan het belang van voortduring van de inhouding. Klager heeft gereden terwijl hij te veel had gedronken en hij heeft gevaarlijk rijgedrag vertoond. Hij heeft hierdoor de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Dit rechtvaardigt een langere inhouding van zijn rijbewijs. Daar staat tegenover dat klager niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werkzaamheden binnen zijn eenheid en om van en naar de kazerne te kunnen rijden.
De persoonlijke belangen van klager gaan zwaarder wegen op het moment dat het rijbewijs 4 maanden ingevorderd en ingehouden is geweest. De militaire raadkamer zal dan ook de teruggave van het rijbewijs gelasten met ingang van 2 mei 2026.
Dit laat overigens onverlet dat de officier van justitie, dan wel de rechter te zijner tijd in de strafzaak een ontzegging van de rijbevoegdheid kan opleggen voor een langere periode dan de periode die het rijbewijs reeds ingevorderd of ingehouden is geweest.
Klager is een militair en beschikt naast het civiele rijbewijs ook over een militair rijbewijs. Omdat ook dat rijbewijs is ingenomen kan klager zijn functie als bestuurder van de [model] niet meer uitoefenen, terwijl dat voertuig op korte termijn wordt ingezet bij belangrijke militaire oefeningen in Duitsland. Doordat klager een van de weinigen is die de [model] kan besturen, kan één [model] niet deelnemen aan de oefeningen. Ook de commandant van klager heeft het belang van het vervullen van de functie benadrukt.
Omdat de functie en werkzaamheden van klager van groot belang zijn voor het goed en doelmatig functioneren van de krijgsmacht, ziet de militaire raadkamer hierin een zwaarwegend belang en zal zij toepassing geven aan de militaire clausule zodat klager zijn werkzaamheden voor defensie kan blijven uitvoeren. Dat betekent dat klager alleen in het kader van zijn dienstwerkzaamheden en alleen met toestemming van zijn commandant het bijzonder voertuig, de [model] en andere militaire voertuigen, mag blijven besturen.
Beslissing
De meervoudige militaire raadkamer:
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, voorzitter, mr. P.J. Verbeek, rechter, en kolonel mr. M. Hoedeman, als militair lid, in tegenwoordigheid van G.C.FJ. Derkx, griffier, en uitgesproken op 18 februari 2026.
Tegen de beslissing van de meervoudige militaire raadkamer staat voor het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van rechtbank, binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.