Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:3858 - Rechtbank Den Haag - 26 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:385826 februari 2026

Uitspraak inhoud

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54563
V-nummer: [nummer],
mede namens haar minderjarige kinderen
[naam],
[naam],
[naam],
[naam]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
(gemachtigde: mr. Ö. Sari).
  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres.[1] Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

Procesverloop

  1. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 6 november 2025 in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft ook een terugkeerbesluit opgelegd en bepaald dat eiseres Nederland onmiddellijk moet verlaten.
2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van de echtgenoot van eiseres[3] en de verzoeken om voorlopige voorziening van eiseres en haar echtgenoot.[4] Aan de zitting hebben deelgenomen: eiseres, de echtgenoot van eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Voorgeschiedenis

  1. Eiseres heeft op 19 oktober 2018 voor de eerste keer in Nederland asiel aangevraagd. Eiseres heeft daarbij verwezen naar het asielmotief van haar echtgenoot. De minister heeft de aanvraag afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 14 december 2018 ongegrond verklaard.[5]
  1. Vervolgens heeft eiseres op 1 februari 2019, 30 december 2019, 27 juli 2020, 28 oktober 2020 en 19 maart 2021 opnieuw asiel aangevraagd. De minister heeft de aanvragen van 1 februari 2019, 28 oktober 2020 en 19 maart 2021 niet-ontvankelijk verklaard en de overige aanvragen buiten behandeling gesteld.
  1. Eiseres is op 19 maart 2021 uitgezet naar India, samen met haar echtgenoot. Eiseres is na aankomst direct doorgereisd naar Nepal, waar zij ongeveer acht maanden heeft verbleven. Vervolgens is zij opnieuw naar Europa gekomen en heeft zij de onderhavige asielaanvraag gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
  1. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat haar man in de negatieve aandacht staat van de Indiase autoriteiten, omdat er aanklachten tegen hem zouden zijn gedaan vanwege commentaar dat hij op sociale media heeft geplaatst.
Het bestreden besluit
  1. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  1. De problemen van de man van eiseres vanwege zijn uitspraken op sociale media.
De minister vindt het eerste asielmotief geloofwaardig. De minister vindt het tweede asielmotief niet geloofwaardig en verwijst daarvoor naar de motivering in het besluit van de echtgenoot van eiseres.
Heeft de minister de problemen van de man ongeloofwaardig kunnen vinden?
  1. Eiseres voert aan dat de minister de problemen van haar man als gevolg van zijn commentaar op sociale media ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.
  1. De beroepsgrond slaagt niet. Eiseres heeft geen zelfstandige asielmotieven naar voren gebracht en zij heeft op de zitting bevestigd dat zij geen zelfstandige asielmotieven heeft. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister de gestelde problemen van de echtgenoot niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht en het beroep van de echtgenoot ongegrond verklaard.[6] Het beroep van eiseres is daarom ook ongegrond.

Conclusie en gevolgen

  1. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000
Zaaknummer NL25.54561.
Zaaknummer NL25.54561.
Zaaknummers NL25.54564 en NL25.54562.
Zaaknummer NL18.20991.
Zaaknummer NL25.54561. - - - ## Voetnoten
Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000
Zaaknummer NL25.54561.
Zaaknummers NL25.54564 en NL25.54562.
Zaaknummer NL18.20991.
Zaaknummer NL25.54561.