Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:335 - Rechtbank Den Haag - 9 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2026:335•9 januari 2026
Uitspraak inhoud
Wrakingskamer
wrakingnummer 2025/83
zaak - /rekestnummer: C/09/697271 / KG RK 26-14
Beslissing van 9 januari 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
Loterijverlies.nl B.V.,
hierna te noemen: verzoekster,
bijgestaan door mr. N.V.C. Haneveld, advocaat te Amsterdam,
strekkende tot de wraking van
mrs. J.C.A.T. Frima, M. Rootring en E.A.W. Schippers,
rechters in deze rechtbank,
hierna te noemen: de wrakingsrechters.
1 De procedure
1.1. Het schriftelijke wrakingsverzoek is gedaan op 29 december 2025.
2 Het wrakingsverzoek
2.1. Op 15 december 2025 heeft de advocaat van verzoekster een verzoek tot wraking ingediend van de rechters van de meervoudige kamer in de zaak met nummer C/09/678094 / HA ZA 25-18 tussen Staatsloterij B.V. en verzoekster (hierna: de hoofdzaak). De mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek stond gepland op 5 januari 2026 en zou behandeld worden door de wrakingsrechters. Vanwege verhindering van de advocaat van verzoekster is de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek verplaatst naar 19 januari 2026.
2.2. Het op 29 december 2025 ingediende wrakingsverzoek strekt tot wraking van de wrakingsrechters die het verzoek tot wraking op 5 januari 2026 zouden behandelen.
2.3. In het wrakingsverzoek van 29 december 2025 staat, voor zover van belang voor de beoordeling van onderhavig wrakingsverzoek, het volgende:
"Vice versa samenwerking door leden wrakingskamer vs zij die beoordeeld moeten worden
LV [Loterijverlies.nl B.V.; toevoeging rechtbank] heeft rechtspraak gevonden waaruit blijkt dat de specifieke leden van de wrakingskamer zaken hebben beoordeeld van de rechters die zij nu objectief zouden moeten beoordelen. Dat is voor LV een volstrekt ongeloofwaardige gang van zaken.
Hierbij komt dat mrs. J.C.A.T. Frima, M. Roting en E.A.W. Schippers behoren tot dezelfde wrakingskamer waar mr. Kelkensberg toe behoort. Dit betekent dat er bij herhaling sprake is geweest van een samenwerking. Gelet op hetgeen hiervoor uiteengezet is, valt niet in te zien hoe mrs. J.C.A.T. Frima, M. Roting en E.A.W. Schippers onpartijdig kunnen oordelen over hun collegae.
(…)
Conclusie
Niet valt in te zien waarom de wrakingskamer 'ineens' de kant van LV zal kiezen ongeacht het feit dat daar wel alle aanleiding toe is. Er is zoveel gebeurd en aan de hand zoals in dit wrakingsverzoek aangetoond, dat de rechters bij de rechtbank Den Haag niet op de wijze zoals art. 6 EVRM gebied zaken van LV kan behandelen. Ook al neemt de rechtbank/ de gewraakte rechters een ander standpunt in; het neemt de aan de orde zijnde feiten die een schending van het elementaire rechtsbeginsel dat LV recht heeft op een gerecht dat voldoet aan art. 6 EVRM niet weg."
3 De beoordeling
3.1. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2. Bij e-mail van 23 december 2025 is de advocaat van verzoekster het volgende medegedeeld:
"Namens de wrakingskamer bericht ik u hierdoor dat, gelet op uw verzoek, is besloten de behandeling van het wrakingsverzoek te verplaatsen naar de eerstvolgende zitting van de wrakingskamer op 19 januari a.s. te 9.30 uur.
Gelet op de aard van een wrakingsprocedure is het van belang dat een wrakingsverzoek op korte termijn behandeld wordt, zodat met de rest van de door u opgegeven verhinderdata geen rekening kan worden gehouden. Mocht u geen mogelijkheid hebben om op deze datum aanwezig te zijn bij de behandeling van het verzoek, dan wordt u verzocht zich te laten waarnemen. Ook bestaat de mogelijkheid om digitaal bij de zitting aanwezig te zijn."
De samenstelling van de wrakingskamer verschilt per zitting. Op de zitting van 19 januari 2026 zullen andere rechters dan de wrakingsrechters zitting hebben. Hieruit blijkt dat het wrakingsverzoek niet meer in behandeling is bij de wrakingsrechters op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft. Verzoekster heeft dan ook geen belang meer bij het door haar ingediende wrakingsverzoek. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
3.3. Bovendien betreffen de door verzoekster aangevoerde gronden over (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid van de wrakingsrechters slechts veronderstellingen en suggesties. Concrete feiten waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de wrakingsrechters of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, ontbreken. Om die reden lag het verzoek, als verzoekster ontvankelijk zou zijn, voor afwijzing gereed.
3.4. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3.5. Verzoekster heeft in deze procedure meerdere wrakingsverzoeken gedaan. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruikt verzoekster het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Onderhavig verzoek tot wraking is ingediend nadat aan de advocaat van verzoekster is meegedeeld dat haar verzoek tot uitstel vanwege haar verhindering op 5 januari jl. werd gehonoreerd, maar dat bij de verdere planning van de behandeling van het verzoek – gelet op het belang van een spoedige behandeling daarvan – geen rekening kon worden gehouden met alle ingediende verhinderdata. Na deze mededeling heeft verzoekster het onderhavige wrakingsverzoek tegen de wrakingsrechters ingediend. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking, zowel in de hoofdzaak, als in de wrakingsprocedure, niet meer in behandeling zal worden genomen.
4 De beslissing
De wrakingskamer:
4.1. verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen;
4.3. beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoekster p/a haar advocaat mr. N.V.C. Haneveld;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de wrakingsrechters.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.