Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:192 - Rechtbank Den Haag - 6 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:1926 januari 2026

Uitspraak inhoud

Wrakingskamer
wrakingnummer 2025/79
zaak - /rekestnummer: C/09/696397 / KG RK 25-1716
Beslissing van 6 januari 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. M.L. Sandberg-Crommelin,
rechter-plaatsvervanger in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - een schriftelijk wrakingsverzoek, op 18 december 2025 per e-mail binnengekomen om 9:48 uur bij de griffie van de wrakingskamer; - een e-mail van verzoekster van 18 december 2025 (om 10:04 uur); - een e-mail van verzoekster van 18 december 2025 (om 17:47 uur); - een e-mail van verzoekster van 19 december 2025 (om 11:09 uur); - een e-mail van verzoekster van 19 december 2025 (om 23:30 uur); - een e-mail van verzoekster van 21 december 2025 (om 18:24 uur); - een e-mail van verzoekster van 22 december 2025 (om 17:19 uur); - een e-mail van verzoekster van 22 december 2025 (om 17:28 uur); - een e-mail van verzoekster van 26 december 2025 (om 23:27 uur); - een e-mail van verzoekster van 4 januari 2026 (om 18:13 uur); - een e-mail van verzoekster van 4 januari 2026 (om 18:15 uur); - een e-mail van verzoekster van 4 januari 2026 (om 18:35 uur); - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 18 december 2025; - de beslissing van de rechter van 18 december 2025, verzonden op 29 december 2025.

2 Het wrakingsverzoek

2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/09/694690 / FA RK 25-8657 (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak is behandeld op een zitting van de rechter op 18 december 2025. Na de behandeling heeft de rechter direct mondeling uitspraak gedaan. Na de uitspraak heeft verzoekster nog diezelfde dag de rechter gewraakt.

3 De beoordeling

3.1. Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoekster. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4 De beslissing

De wrakingskamer:
4.1. verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2. beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoekster;
• de officier van justitie;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.