Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:120 - Rechtbank Den Haag - 5 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2026:120•5 januari 2026
Uitspraak inhoud
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20795
(gemachtigde: mr. M.S. Yap)
en
(gemachtigde: mr. M.G. Meyboom-de Jong).
Procesverloop
Bij besluit van 24 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
De rechtbank heeft het onderzoek op 19 december 2025 gesloten.
Overwegingen
- Naar het oordeel van de rechtbank is het voorgaande onvoldoende om te concluderen dat er redelijkerwijs van uit móet worden gegaan dat eiser onvrijwillig uit het zicht is verdwenen. Nu eiser geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde, neemt de rechtbank gelet op de vaste lijn in de rechtspraak aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland.
[2] Eiser heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
- Het beroep is niet-ontvankelijk.
- Eiser krijgt geen vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 5 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Zie de uitspraak van 1 juli 2024 met het kenmerk: ECLI:NL:RVS:2024:2662. - - - ## Voetnoten