Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:25951 - Rechtbank Den Haag - 22 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2025:2595122 december 2025

Uitspraak inhoud

uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.31249
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , alias [eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 20001. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

Procesverloop

  1. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2003. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A.K. Nyaku als tolk en de gemachtigde van de minister.
2.3. Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.
1 Vreemdelingenwet 2000

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
  1. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. De vader van eiseres is overleden toen zij elf of twaalf was. [persoon] ( [persoon] ), een vriend van de vader van eiseres, is toen in haar leven verschenen. Toen eiseres zestien of zeventien was, heeft [persoon] haar verkracht en bedreigd. Hij eiste dat eiseres met hem zou trouwen. Als zij zou vertellen dat hij haar verkracht had, of als eiseres niet met hem zou trouwen, zou hij haar vermoorden. De moeder van eiseres zou haar vermoorden als zij haar schande zou brengen door niet met [persoon] te trouwen. Eiseres is hierna naar [plaats] gevlucht. Daarna is eiseres naar Nederland gekomen. Bij terugkeer vreest zij te worden gedood door [persoon] of haar moeder, omdat zij niet met [persoon] zal trouwen.
  1. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres
  1. De problemen van eiseres die zijn verbonden met [persoon]
  1. De herbesnijdenis van eiseres
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste asielmotief geloofwaardig wordt geacht voor zover dat ziet op de nationaliteit en herkomst van eiseres. De identiteit van eiseres wordt niet geloofwaardig geacht. De problemen die zijn verbonden met [persoon] worden ook niet geloofwaardig geacht. De minister acht de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c, d, en e, van de Vreemdelingenwet van toepassing. De herbesnijdenis is niet beoordeeld op geloofwaardigheid, omdat dit een toekomstige vrees betreft. Overigens wordt geloofwaardig geacht dat eiseres is besneden.
Referentiekader
  1. Eiseres voert aan dat de minister bij het vaststellen van het referentiekader onvoldoende rekening heeft gehouden met de GGZ verklaring door alleen op te merken dat rekening is gehouden met het seksueel geweld dat eiseres stelt te hebben meegemaakt. In de verklaring van de GGZ staat ook dat ze zich moeilijk kan concentreren en last heeft van herbelevingen. Ook staat vermeld dat zij trauma's heeft en daarvoor behandeld wordt. Bij de vaststelling van het referentiekader had hier ook waarde aan moeten worden toegekend. Daarnaast is ook onduidelijk hoe bij de beoordeling van het asielrelaas rekening is gehouden met het seksueel geweld dat zij heeft meegemaakt. Eiseres wijst in dat kader op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 20 mei 2025, rechtsoverweging 8.2
  1. De rechtbank kan eiseres niet volgen dat de minister bij het vaststellen van het referentiekader ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het gebrek aan concentratie, herbelevingen en trauma's. Deze medische klachten vallen niet onder het begrip referentiekader. De minister kan worden gevolgd dat met de medische klachten van eiseres rekening is gehouden. Dit blijkt uit het nader gehoor waarin het advies van Medifirst is aangehaald. De rechtbank verwijst verder naar de voorbeelden die de minister noemt in haar verweerschrift, waaruit blijkt dat met de medische klachten rekening is gehouden. Uit de in het bestreden besluit neergelegde beoordeling van het asielrelaas blijkt ook dat de minister
2 ECLI:NL:RBDHA:2025:8794.
acht heeft geslagen op het referentiekader van eiseres. Hierbij kan ook worden verwezen naar datgene wat in het verweerschrift hierover naar voren is gebracht en de voorbeelden die daarin zijn gegeven. Eiseres heeft ook niet concreet gemaakt welke verklaringen de minister anders had moeten beoordelen. De beroepsgrond slaagt niet.
Identiteit
  1. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte de identiteit ongeloofwaardig heeft bevonden. Over het verschil van achternaam volgens de opgave van eiseres en de registratie in EUVIS, merkt eiseres op dat zij slachtoffer is geworden van mensenhandel en dat zij de documenten over haar visum niet heeft gezien. Van eiseres mag daarom niet worden verwacht dat zij een reactie kan geven op de registratie van haar achternaam in EUVIS. Dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de achternaam van haar vader, is verklaarbaar omdat haar de achternaam [eiseres] is voorgehouden. Omdat de minister van deze achternaam is uitgegaan, heeft eiseres zich begrijpelijkerwijs hierin geschikt. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres wisselend heeft verklaard over haar geboorteplaats, voert eiseres aan dat zij niet weet te benoemen waar ze is geboren en dat ze niet weet welke geboorteplaats in het visum is vermeld. Zij kan verder vanwege PTTS niet consistent en coherent verklaren waardoor zij wisselende verklaringen heeft afgelegd over haar geboortedatum.
  1. De rechtbank overweegt dat de minister zich ten aanzien van de geloofwaardigheid van de identiteit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel is, als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Vaststaat dat de door eiseres opgegeven naam verschilt van die van haar visum. De rechtbank kan de minister volgen dat verondersteld mag worden dat eiseres op de hoogte is van de inhoud van haar visum waarmee zij heeft gereisd. Dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de achternaam van haar vader, wordt niet betwist. Van eiseres mag worden verwacht dat zij de minister corrigeert wanneer over haar onjuiste gegevens worden voorgehouden. Ook omdat haar is gevraagd de waarheid te verklaren. Wat betreft haar geboorteplaats en geboortedatum zijn de verklaringen ook wisselend. Eiseres heeft tijdens het politiegehoor van 30 november 2021 verklaard dat zij is geboren in [geboorteplaats 1] . In het aanmeldgehoor en het nader gehoor heeft zij verklaard te zijn geboren in [geboorteplaats 2] . Dat zij niet weet te benoemen waar ze is geboren, kan de rechtbank niet volgen. Eiseres heeft verschillende geboortedata opgegeven. Tijdens het politieverhoor en het nader gehoor heeft zij respectievelijk de geboortedata [geboortedatum 2] 2002 en [geboortedatum 3] 2002 opgegeven. In EUVIS staat [geboortedatum 1] 2003 als haar geboortedata vermeld.
  1. De minister heeft de verklaringen ten aanzien van de identiteit van eiseres niet ten onrechte niet samenhangend en aannemelijk bevonden waardoor niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
De problemen met [persoon]
  1. Ten aanzien van de problemen met [persoon] bespreekt de rechtbank de beroepsgronden van eiseres in de volgorde zoals de minister die in het voornemen en het bestreden besluit heeft gehanteerd en gaat daarbij in op wat eiseres hierover heeft aangevoerd.
De beroepsgronden van eiseres
  1. Eiseres voert aan dat de minister de problemen met [persoon] ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Ten aanzien van de tegenwerping dat zij het jaar niet kan noemen waarin de verkrachting plaatsvond, voert eiseres aan dat zij moeite heeft met concentreren. Dit blijkt ook uit de brief van het GGZ van 16 mei 2025. Daarnaast is er een medisch advies horen en beslissen, waarin staat: "Betrokkene heeft aangegeven dat zij moeite lijkt te hebben met tijds - en geografische aanduidingen." Eiseres heeft haar concentratieproblemen hiermee voldoende onderbouwd. Dat zij het jaar van de verkrachting niet kan noemen, is dus verklaarbaar en doet geen afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen. Over de wisselende en tegenstrijdige verklaringen over de verkrachting voert eiseres aan dat de vraag of eiseres een kruiwagen(menner) mee heeft genomen naar [persoon] een miniem en niet relevant detail is. Daarbij komt dat eiseres dit tijdens het gehoor al heeft gecorrigeerd. Dat de minister deze correctie niet zomaar aanneemt, is geen afdoende motivering. Dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de kapotgemaakte kledingstukken, volgt eiseres niet. De verklaring van eiseres dat alleen haar bovenkleding is gescheurd, vormt een specificering van haar verklaring in het vrije relaas dat haar kleding was gescheurd. In het vrije relaas wordt in algemene bewoordingen verteld wat er is gebeurd. De tegenwerping van de minister dat eiseres zeer weinig weet te vertellen over [persoon] , kan eiseres niet volgen. Zij heeft uitgelegd dat zij een beperkte band met hem had en dat zij hem enkel als haar vader beschouwde omdat hij in haar levensonderhoud voorzag.
  1. De rechtbank volgt de minister dat van eiseres verwacht had mogen worden dat zij het jaartal kan benoemen waarin de verkrachting heeft plaatsgevonden, ook omdat eiseres wat betreft haar vertrek naar [plaats] wel in staat was vertrekdata te noemen. Dit laatste is ook niet door eiseres betwist. De minister heeft de door eiseres genoemde en onderbouwde concentratieproblemen onvoldoende mogen vinden om het niet benoemen van het jaartal niet tegen te werpen.
12.1. Ten aanzien van de wisselende en tegenstrijdige verklaringen over de verkrachting is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres wisselend heeft verklaard over of zij een kruiwagen(menner) mee had genomen naar [persoon] . In het nader gehoor, in het vrije relaas, heeft zij verklaard: "Ik heb een kruiwagen genomen om de spullen op te halen."3 Later heeft zij hierover verklaard:
U zei dat u een kruiwagen had, was dat gebruikelijk om mee te nemen als u naar [persoon] zou gaan?
Hoe dat wordt gedaan is als volgt. Als ik de spullen ga ophalen, ga ik naar een bestuurder van een kruiwagen. Ik neem ze mee, en ik betaal ze geld. Die kan ik betalen om spullen mee te nemen naar mijn huis. Maar, deze keer had ik de spullen gezien. Ze waren gestapeld om daarna de kruiwagen te regelen.
Dus u had geen kruiwagen bij u toen u naar [persoon] ging? Nee.
Misschien heb ik het verkeerd begrepen, maar ik dacht dat u eerder zei dat u een kruiwagen bij u had toen u naar hem toe ging.
3 Nader gehoor, pagina 6.
*Nee, dat heb ik niet gezegd.*4
Eiseres heeft in het vrije relaas verklaard dat zij een kruiwagen heeft genomen, later verklaart ze dat ze dit niet heeft gezegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze verklaringen wisselend zijn. Dat eiseres haar verklaringen hiermee heeft 'hersteld', zoals ze aanvoert, volgt de rechtbank niet. Daarbij heeft de minister het vreemd mogen vinden dat niet duidelijk is of er een kruiwagenmenner mee is gegaan naar [persoon] . Dat dit volgens eiseres een miniem detail betreft, maakt nog niet dat de minister dit niet aan eiseres heeft mogen tegenwerpen.
12.2. Ten aanzien van de gestelde tegenstrijdige verklaringen over de kleding, heeft eiseres in haar vrije relaas verklaard: "Hij heeft mijn kleren afgetrokken en alles kapotgemaakt."5 En vervolgens: "Ik heb mijn kleren aangedaan."6 Eiseres is hier vervolgens mee geconfronteerd:
"U zei dat die vriend van uw vader uw kleren had gescheurd, hoe kan het dat u uw kleren na het incident weer aan hebt getrokken?
Wat ik heb gedaan is het volgende. Ik had een broek aan. Die was niet kapot. Hij hebt wel mijn bovenkleren kapotgemaakt. Dat was het moment dat hij de kleren had gescheurd. Maar de broek was nog heel. Ik heb die broek gebruikt om weg te gaan. Hij heeft mij een van zijn kleren gegeven om te dragen."7
De verklaring van eiseres dat [persoon] alles kapot zou hebben gemaakt kom niet overeen met de latere verklaring dat haar broek heel was gebleven. Verder komt de verklaring van eiseres dat ze haar eigen kleding weer had aangetrokken niet overeen met haar verklaring dat ze een kledingstuk van [persoon] heeft gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht aan eiseres tegengeworpen dat haar verklaringen op dit punt tegenstrijdig zijn. Het standpunt van eiseres dat haar latere verklaring een nadere specificering is van haar vrije relaas, volgt de rechtbank dan ook niet.
Zeer weinig kunnen vertellen over [persoon]
12.3. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres zeer weinig weet te vertellen over [persoon] , is de rechtbank van oordeel dat de minister dit niet ten onrechte aan eiseres heeft tegengeworpen. Uit het relaas van eiseres volgt dat [persoon] de rol van verzorger van haar gezin (moeder, zusje, en eiseres) had opgenomen na het overlijden van haar vader. Eiseres heeft ook verklaard dat zij elke maand spullen bij [persoon] ging ophalen.8 Ook heeft eiseres verklaard dat ze hem voor het incident als haar vader beschouwde.9 Gelet op de verklaring dat eiseres [persoon] als haar vader beschouwde, heeft de minister voldoende gemotiveerd waarom de stelling van eiseres dat zij een beperkte band met [persoon] had niet wordt gevolgd. Gelet hierop, mag de minister van eiseres verwachten dat zij meer kan verklaren over hoe vaak hij bij haar thuis kwam en wat hij voor werk deed.
Deelconclusie
4 Nader gehoor, pagina 21.
5 Nader gehoor, pagina 6.
6 Nader gehoor, pagina 6.
7 Nader gehoor, pagina 21.
8 Nader gehoor, pagina 20.
9 Nader gehoor, pagina 21.
  1. De minister heeft de verklaringen ten aanzien van de problemen met [persoon] niet ten onrechte niet samenhangend en aannemelijk bevonden waardoor niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
Overige beroepsgronden
  1. Omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, behoeven de overige beroepsgronden die betrekking hebben op de toepassing van artikel 31, zesde lid, onder d en onder e, van de Vw geen nadere bespreking.

Conclusie en gevolgen

  1. De minister heeft de aanvraag mogen afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.