Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:25579 - Rechtbank Den Haag - 30 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2025:25579•30 december 2025
Uitspraak inhoud
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58972
[verzoeker] , verzoeker
[V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.A. Besselsen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Franca).
Inleiding
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het doel 'Arbeid als zelfstandige'. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 oktober 2025 afgewezen.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om verweerder op te dragen per direct de gevraagde verblijfssticker af te geven waarop staat 'Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV'.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
Partijen hebben toestemming gegeven om de zaak op de stukken, dus zonder zitting af te doen. De rechtbank heeft hierna het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan hangende een
beroepsprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige
voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen.
Conclusie en gevolgen
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat verweerder aan verzoeker per direct de verblijfssticker met arbeidsmarktaantekening 'Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV' af te geven.
- Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden en krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 907.
Beslissing
De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek toe; - treft de voorlopige voorziening dat verweerder aan verzoeker per direct de verblijfssticker
met arbeidsmarktaantekening 'Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst
alleen toegestaan met TWV' afgeeft; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194 aan verzoeker moet vergoeden; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 907 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan op 30 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.