Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:25493 - Rechtbank Den Haag - 29 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2025:25493•29 december 2025
Uitspraak inhoud
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30029
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Sloots).
- Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het niet eens met die afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
Procesverloop
- Eiser is geboren op [datum] 1993, heeft de Turkse nationaliteit en behoort tot de Koerdische bevolkingsgroep. Samen met twee Turkse vrienden is hij Nederland ingereisd. Op 15 juni 2023 heeft hij zijn asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting in Breda behandeld.[1] Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Tevens is op zitting verschenen [naam 1] , voormalig parlementslid van de HDP in Turkije. Zij heeft op zitting op verzoek van eiser een verklaring afgelegd.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
- Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij sinds 2014 actief lid is van de HDP. Hij heeft bij verkiezingen en demonstraties als medewerker van die partij gewerkt, veel activiteiten verricht, waaronder posts op sociale media geplaatst en geliket. Op 1 juni 2023 is hij uit zijn woonplaats [plaats] vertrokken. Hij was bang dat de HDP de verkiezingen zou verliezen en dat de onrust en onderdrukking zou toenemen. Hij voelde zich gedwongen om het land te verlaten. Eiser heeft verder verklaard dat hij in [plaats] aanwezig is geweest bij de begrafenis van [naam 2] , een Koerdisch artiest. Bij die begrafenis was veel repressie en onderdrukking. Dat was ook een reden om het land te verlaten. Hij was bang om gearresteerd te worden. Hij leefde continu in angst, werd ook achtervolgd en bedreigd door de politie in burger. Zo is hij in 2018 door de politie naar aanleiding van een demonstratie mishandeld. Sociale-media-accounts van eiser zijn door onbekenden gesloten. Eiser ging ook nooit naar het adres waar hij ingeschreven stond maar verbleef elders. Op het adres waar eiser ingeschreven stond, is de politie langsgekomen en heeft navraag gedaan naar eiser, zo ook bij de ouders van eiser. Eiser zou een verklaring over de verkiezingen moeten afleggen. Eiser heeft verder verklaard dat hij niet kan terugkeren naar Turkije omdat hij Koerd is en hij daar geen bestaansrecht heeft. Hij kan elk moment gedood of gearresteerd worden. Volgens eiser krijgen Koerden in Turkije veelvuldig te maken met discriminatie en repressie.
Het bestreden besluit
- Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst,
discriminatie vanwege Koerdische etniciteit,
sympathie HDP,
lidmaatschap HDP en activiteiten voor deze partij,
problemen met de Turkse autoriteiten.
- Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen omdat hij het gestelde lidmaatschap en de activiteiten voor de partij en de gestelde problemen met de Turkse autoriteiten niet geloofwaardig vindt. De asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser een identiteits - of reisdocument opzettelijk heeft vernietigd of weggemaakt. Of eiser gediscrimineerd is omdat hij Koerd is, heeft verweerder in het midden gelaten. De zwaarwegendheid van de door eiser genoemde incidenten acht verweerder onvoldoende om te oordelen dat sprake is van vervolging of ernstige schade, ongeacht of deze al dan niet geloofwaardig zijn.
Landgebonden beleid Turkije en HDP-activisme
- Verweerder heeft in zijn landgebonden beleid ten aanzien van Turkije
[2] HDP-leden en - activisten aangemerkt als risicoprofiel. In paragraaf C2/2.4 van de Vc[3] is bepaald dat het behoren tot een groep, aangemerkt als risicoprofiel, op zichzelf niet voldoende is voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming. Als een vreemdeling binnen een risicoprofiel valt, dan beoordeelt de IND de individuele omstandigheden van het geval, afgezet tegen de positie van de groep en algemene (veiligheidssituatie) in het land van herkomst. Aan de hand van de individuele omstandigheden zoals de persoonlijke omstandigheden, de verrichte activiteiten en eventuele eerdere gebeurtenissen, beoordeelt de IND of de vreemdeling een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt of heeft gelopen.
Algemeen ambtsbericht Turkije
- De rechtbank acht het voor de weging van de individuele omstandigheden van belang wat er in het Algemeen ambtsbericht Turkije van februari 2025 is vermeld met betrekking tot leden van de HDP (thans: DEM).
- In het ambtsbericht staan het volgende: "Voorgaand ambtsbericht meldde dat er ongeveer vijfduizend HDP-leden in de gevangenis zaten. Het was lastig om het precieze aantal gevangengezette HDP leden bij te houden, omdat het oppakken en vrijlaten van HDP-leden voortdurend doorging.**Gedurende de verslagperiode bleef het een komen en gaan van DEM-leden in de gevangenis. Een bron schatte het aantal gevangengezette DEM-leden op zeven - à achtduizend. Deze baseerde zich daarbij op mediaberichten en signalen uit het veld. Begin januari 2025 telde DEM 14.741 leden. Dit betekende dat gedurende de verslagperiode ongeveer 47,49% tot 54,27% van het DEM-ledental in de gevangenis zat."
[4]
- Uit het ambtsbericht volgt niet dat alleen hooggeplaatste DEM-leden te maken kunnen krijgen met vervolging. Het ambtsbericht vermeldt
[5] activiteiten die kunnen leiden tot negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten:
het plaatsen, delen en liken van DEM-gezinde berichten op de sociale media;
het deelnemen aan demonstraties (bijvoorbeeld tegen de benoeming van bewindvoerders);
het geven of bijwonen van persverklaringen;
het sturen van geld naar gevangengezette familieleden.
Daarbij is vermeld dat deze opsomming niet als uitputtend kan worden beschouwd.
"De antiterreurwetgeving in Turkije is breed en vaag geformuleerd, zodat de Turkse autoriteiten uiteenlopende omstandigheden en activiteiten konden aanwenden om een DEM-lid of - aanhanger tot doelwit te maken."
- Vervolgens vermeldt het ambtsbericht
[6] dat ook familieleden van HDP-leden de negatieve aandacht kunnen trekken.
"Zo kwam het voor dat familieleden van een DEM-lid geen overheidsbaan konden krijgen. Indien zij geld stuurden naar een gevangengezet familielid, dat lid was van DEM, liepen zij het risico om zelf strafrechtelijk te worden vervolgd wegens het financieel steunen van de PKK.
Een bron gaf aan dat familieleden van DEM-leden door de politie of veiligheidsdiensten werden gevolgd, opgepakt en/of verhoord. Ook kwam het voor dat familieleden van DEM-leden onder druk werden gezet om te getuigen tegen andere DEM-leden in brede zin. Daarnaast gebeurde het dat personen niet in aanmerking kwamen voor een studiebeurs, lening, ziektekostenverzekering of sociale voorziening, omdat een familielid lid was van DEM. Voornoemde vormen van repressie werden hoofdzakelijk ingezet tegen ouders, echtgenoten, broers en zussen en kinderen van DEM-leden, aldus de bron."
- Verder is in het ambtsbericht vermeld
[7] dat DEM-aanhangers niet alleen te maken krijgen met repressie van de zijde van de Turkse autoriteiten, maar ook met agressie en onverdraagzaamheid vanuit de Turkse samenleving.
- De rechtbank leidt daaruit af dat niet alleen hooggeplaatste HDP - of DEM-leden, maar ook HDP - of DEM-leden met een minder vooraanstaande rol, familieleden van HDP - of DEM-leden en HDP - of DEM-aanhangers die actief zijn voor de partij in de negatieve belangstelling kunnen staan van de Turkse autoriteiten en/of te maken kunnen krijgen met vervolging, repressie en agressie.
De geloofwaardigheid
- Verweerder heeft geloofwaardig geacht dat eiser sympathie heeft voor de HDP. Omdat eiser echter onvoldoende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van het HDP-lidmaatschap, heeft verweerder het gestelde lidmaatschap niet geloofwaardig geacht. Ook van de verrichte activiteiten voor de partij heeft eiser volgens verweerder onvoldoende onderbouwing geleverd.
- De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit uitvoerig aandacht heeft besteed aan het wel of niet hebben van een e-devlet-account door eiser. Zo heeft verweerder afgewogen of eiser wel of niet geloofwaardig heeft verklaard over het hebben van en het toegang hebben tot een account en wordt eiser ook verweten dat hij zich niet heeft verdiept in de mogelijkheden om (opnieuw) toegang te verkrijgen tot zijn account in het geval deze toegang verloren is gegaan. Daarbij heeft verweerder ook uiteengezet hoe eiser dat dan had kunnen doen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarmee heeft miskend dat hij de geloofwaardigheid van de asielmotieven moest beoordelen en niet zozeer de toegang tot het Turkse e-devlet-systeem. Het feit dat eiser niet aantoonbaar toegang had tot een e-devlet-account, sluit namelijk niet uit dat de verklaringen van eiser over zijn lidmaatschap van en zijn activiteiten voor de HDP waar zijn. En dan geldt dat, zoals hiervoor al onder 12 is overwogen, uit het ambtsbericht volgt dat HDP-leden en - aanhangers al snel in de negatieve belangstelling staan van de Turkse autoriteiten en al snel een risico lopen op vervolging of ernstige schade.
- Uit de stukken blijkt dat eiser ter onderbouwing van zijn HDP-lidmaatschap een kopie van een bewijs van lidmaatschap heeft overgelegd. Eiser heeft ook een handgeschreven verklaring van [naam 1] , voormalig parlementslid van de HDP, van 3 juli 2025 overgelegd. Daarmee heeft eiser een onderbouwing van zijn HDP-lidmaatschap geleverd. [naam 1] verklaart in de handgeschreven verklaring dat eiser actief lid is van de partij, dat zij eiser persoonlijk heeft leren kennen tijdens de verkiezingscampagne in de provincie [plaats] , en dat zij in die periode heeft vastgesteld dat eiser zich met grote inzet en verantwoordelijkheid heeft ingezet als vrijwilliger voor de partij. Dit heeft zij in woorden van gelijke strekking op zitting nogmaals bevestigd. De verklaring van [naam 1] komt op belangrijke punten overeen met de verklaringen die eiser zelf bij de gehoren heeft afgelegd. Vastgesteld kan worden dat de verklaringen van eiser op belangrijke punten ook overeenkomen met de verklaringen die de twee Turkse vrienden, met wie eiser naar Nederland is gekomen en met wie hij actief stelt te zijn geweest voor de HDP, in hun eigen zaken (zaaknummers NL25.7784 en NL25.7785) hebben afgelegd. Door in het bestreden besluit de nadruk te leggen op het al dan niet hebben van of toegang hebben tot een e-devlet-account, zonder inhoudelijk in te gaan op de afgelegde verklaringen en overige overgelegde informatie, is de geloofwaardigheidsbeoordeling onvolledig en onzorgvuldig geweest.
- De rechtbank komt op basis daarvan tot de conclusie dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eisers lidmaatschap van en activiteiten voor de HDP en dientengevolge zijn problemen met de Turkse autoriteiten ongeloofwaardig zijn.
De zwaarwegendheid
- Verweerder heeft ter zitting het subsidiaire standpunt ingenomen dat, voor zover het lidmaatschap van en de activiteiten voor de HDP wel geloofwaardig zijn, deze niet voldoende zwaarwegend zijn voor het aannemen van vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije. Verweerder heeft dit subsidiaire standpunt niet gemotiveerd. Mede gelet op wat er in het ambtsbericht over de algemene veiligheidssituatie voor HDP-leden in Turkije is vermeld en op wat hiervoor is overwogen, kan verweerder niet in dit ongemotiveerde standpunt worden gevolgd.
Identiteit
- Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn Turkse paspoort opzettelijk heeft vernietigd. Een aanvraag kan op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw
[8] worden afgewezen als 'kennelijk ongegrond' wanneer de vreemdeling een identiteits - of reisdocument dat er toe kon bijdragen dat zijn identiteit of nationaliteit werd vastgesteld, te kwader trouw heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. Eiser heeft bij het aanmeldgehoor verklaard dat hij wel een paspoort had, maar dat hij die onderweg heeft verscheurd omdat hij bang was om opgepakt te worden. De constatering van verweerder dat eiser zich te kwader trouw heeft ontdaan van zijn paspoort, is dus terecht. Eiser heeft echter zijn identiteit wel aangetoond met een (echt bevonden) Turkse identiteitskaart. Verweerder heeft om die reden niet artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen.
Conclusie en gevolgen
- Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids - en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
19.1. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak.
19.2. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814, - omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 1 juli 2025; - draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814, - aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan op 29 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D'Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Uitspraak bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Het beroep van de twee Turkse vrienden, met wie eiser Nederland is ingereisd, is op dezelfde zitting behandeld, zaaknummers NL25.7784 en NL25.7785.
paragraaf C7/34.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000
Vreemdelingencirculaire 2000
paragraaf 5.4.4, p. 63
paragraaf 5.4.4, p. 64/65
paragraaf 5.4.5, p. 65
paragraaf 5.4.6, p. 65
Vreemdelingenwet 2000 - - - ## Voetnoten