Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:24224 - Rechtbank Den Haag - 22 december 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2025:24224•22 december 2025
Uitspraak inhoud
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1523
(gemachtigde: mr. J. Geelhoed)
en
(gemachtigde: [naam]).
- Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de omgevingsvergunning die het college aan haar heeft verleend. Eiseres is het niet eens met de omgevingsvergunning voor zover daarin is opgenomen dat eiseres ook een woningvormingsvergunning moet aanvragen voordat het project gerealiseerd kan worden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
- Op 20 april 2023 heeft eiseres een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van de woning aan de [adres] in Den Haag tot twee woningen en het maken van constructieve doorbraken.
2.1. Het college heeft de aanvraag met het besluit van 4 augustus 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 januari 2025 heeft het college het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, het besluit van 4 augustus 2023 herroepen en de omgevingsvergunning alsnog verleend.
2.2. Op 18 februari 2025 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend gericht tegen het bestreden besluit. Het college heeft deze brief op 26 februari 2025 doorgezonden naar de rechtbank om als beroepsschrift te behandelen.[1]
2.3. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.[2]
Beoordeling door de rechtbank
Overgangsrecht
- Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
3.1. De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 20 april 2023. Dit betekent dat in deze zaak de Wabo van toepassing blijft.
Woningvormingsvergunning
- Eiseres voert aan dat zij geen bezwaar heeft tegen het bestreden besluit voor zover daarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het splitsen van de woning. Eiseres heeft bedenkingen bij de in de omgevingsvergunning opgenomen zinsnede waarin de verplichting staat opgenomen om een woningvormingsvergunning aan te vragen. Volgens eiseres hoort deze verplichting niet thuis in een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning.
4.1. Het betoog van eiseres slaagt niet. In het bestreden besluit staat dat voor de feitelijke splitsing van de woning niet alleen een omgevingsvergunning is vereist, maar ook een woningvormingsvergunning. In Bijlage C bij het bestreden besluit staan nadere aanwijzingen over de woningvormingsvergunning. Deze wordt in een beperkt aantal gebieden en onder bepaalde voorwaarden verleend. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 is woningvorming verboden op de locatie van het bouwplan van eiseres, aldus Bijlage C.
4.2. Anders dan eiseres betoogt, bevat de omgevingsvergunning geen voorschrift tot het aanvragen van een woningvormingsvergunning. Deze verplichting vloeit namelijk niet voort uit de omgevingsvergunning, maar uit de Huisvestigingsverordening Den Haag 2023. Het college heeft eiseres er slechts – ten overvloede – op gewezen dat deze woningvormingsvergunning nodig is ter realisatie van het project. De standpunten die het college ten grondslag heeft gelegd aan het verlenen van de omgevingsvergunning zien op ruimtelijk relevante omstandigheden. Het college heeft in geval van eiseres geconcludeerd dat het splitsen van de woning niet strijd is met een goede ruimtelijke ordening en heeft daarom de omgevingsvergunning verleend. Een woningvormingsvergunning vormt geen voorwaarde voor het verlenen van de omgevingsvergunning. In het kader van de woningvormingsvergunning spelen andere omstandigheden een rol, zoals het reguleren van de woningvoorraad.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De omgevingsvergunning blijft ongewijzigd in stand. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zoals bedoeld in artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 8:57 van de Awb maakt dat mogelijk. - - - ## Voetnoten