Terug naar bibliotheek
Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:9283 - Rechtbank Den Haag - 11 juni 2024

Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2024:928311 juni 2024Deze uitspraak wordt in 1 latere zaken aangehaald

Uitspraak inhoud

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.35597, NL23.35599
[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres,
hierna gezamenlijk te noemen: "eisers",
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).
  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun asielaanvragen. Eisers stellen van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] en [geboortedatum]. Zij hebben op 21 juli 2022 de aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 16 oktober 2023 deze aanvragen afgewezen als ongegrond.
  1. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvragen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
  1. De rechtbank zal de beroepen gegrond verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
  1. Eisers hebben verklaard dat eiser is geboren als vrouw maar zich identificeert als man. In 2012 is eiser begonnen met een transitie door zelfstandig hormonen te slikken en in 2014 heeft eiser een ingreep (mastectomie) ondergaan. Eiser zit nog in de transitiefase en is voornemens om een falloplastie te ondergaan. Eisers hebben elkaar leren kennen in 2010.
De familie van eiseres is streng islamitisch en accepteert haar biseksuele geaardheid en de relatie met eiser (vanwege zijn genderidentiteit) niet. In 2013 is de oudere zus van eiseres achter de relatie gekomen en heeft haar familie hierover ingelicht. Hierop heeft de familie van eiseres haar gedurende een lange periode gevangengehouden in het ouderlijk huis. Eiseres is in die periode door haar familie herhaaldelijk bedreigd, beledigd en ernstig mishandeld. De mishandelingen hebben meerdere malen geleid tot een ziekenhuisopname en haar familie heeft haar willen uithuwelijken. Eiseres heeft één keer telefonisch aangifte tegen haar broer gedaan maar zonder resultaat. In 2015 is eiseres gevlucht en in Istanboel herenigd met eiser.
Eiser werd sinds 2013 (telefonisch) bedreigd door de familie van eiseres en ook na 2015 heeft de familie de bedreigingen richting eisers voortgezet. Enige tijd later hebben familieleden van eiseres haar in Istanboel gevonden en geprobeerd te ontvoeren. Haar familie heeft via Facebook gedreigd om eiser te verkrachten. Eén van de broers van eiseres kan als politieagent registraties van hun verblijfplaats en werkplaats achterhalen. Hierdoor waren eisers aangewezen op zwart werk en woningen waarvoor zij zich niet hoefden te registreren. Eiseres werkte enige tijd zwart in een hotel maar werd ook daar door haar familie gevonden.
Hoewel er geen dreiging uitgaat van de familie van eiser staan zij onverschillig tegenover hun welzijn. In 2018 heeft een incident plaatsgevonden. De zus van eiser was het niet eens met hun verloving en heeft eiser opgesloten in de woning. In reactie daarop heeft eiser een suïcide poging gedaan. Verder heeft eiser vanwege zijn genderidentiteit pesterijen meegemaakt op het werk.
In juni 2020 is de broer van eiseres hun huis binnengevallen. Eisers zijn voorafgaand gewaarschuwd door de moeder van eiseres. Daarna moesten eisers op straat leven. Op verzoek van eisers (en met hulp van organisatie Sönem) hebben de Turkse autoriteiten in juni 2020 een beschermingsmaatregel getroffen tegen enkele familieleden van eiseres in de vorm van een contactverbod en geheimhouding van hun verblijfsplaats. Na vier maanden verliep de maatregel. Eisers hebben de maatregel niet verlengd.
Eisers hebben bij de autoriteiten en andere organisaties verzocht om bescherming tegen de familie van eiseres. Zo hebben eisers hulp gezocht bij de UNHCR, de VN, BM, Cimer, de gemeente Istanbul en de districtsgouverneur van Göngüren. Daarnaast hebben eisers gevraagd om hulp bij organisaties zoals Sönem, de SpoD, Rode Paraplu, Kaosgl en Pembehayat. Dit heeft slechts tot beperkt resultaat geleid. Ook de opgelegde beschermingsmaatregel bood volgens eisers onvoldoende bescherming. Volgens eisers zijn zij ook niet veilig in andere delen van Turkije vanwege de registratieplicht en het risico dat de familie van eiseres hen via die registraties kan vinden. Eisers waren al langere tijd voornemens om het te land verlaten maar hadden steeds niet de mogelijkheid en de middelen. Via sociale media hebben eisers hun verhaal gedeeld en donaties ontvangen. Met het ingezamelde geld hebben eisers Turkije kunnen verlaten.
Het bestreden besluit

De beoordeling van de beroepsgronden

De aanvullende gronden van 4 juni 2024
7.1 De gemachtigde van eisers heeft op 4 juni 2024 aanvullende gronden overgelegd. Bij de zitting heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat de aanvullende gronden te laat zijn ingediend en daarom buiten beschouwing dienen te worden gelaten vanwege strijd met de goede procesorde.
7.2 De rechtbank is van oordeel dat volgens jurisprudentie van de Afdeling[4] de goede procesorde er niet aan in de weg staat dat tot het einde van de mondelinge behandeling gronden worden aangevoerd of aangevuld. De staatssecretaris heeft bij de zitting niet verzocht om uitstel voor het geven van een reactie op de gronden terwijl hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld. De staatssecretaris is ter zitting uitgebreid ingegaan op de aanvullende gronden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen aanleiding is de aanvullende beroepsgronden buiten beschouwing te laten.
Lopen eisers bij een terugkeer naar Turkije een reëel risico op ernstige schade?
8.1 De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris het asielrelaas van eisers geheel geloofwaardig heeft geacht. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit geconcludeerd dat eisers persoonlijk geen reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije. De rechtbank deelt dit standpunt niet.
8.2 De rechtbank acht daarvoor redengevend dat de staatssecretaris geloofwaardig heeft geacht dat eiseres het slachtoffer is geweest van gevangenhouding, herhaaldelijke bedreigingen en van herhaaldelijk fysiek en mentaal geweld van de zijde van haar familie. De mishandelingen hebben bij eiseres geleid tot lichamelijke en psychische klachten. Ten aanzien van eiser acht de staatssecretaris geloofwaardig dat ook hij herhaaldelijk door de familie van eiseres is bedreigd en opgezocht. In dat verband overweegt de rechtbank dat de staatssecretaris op dit punt in het bestreden besluit niet is ingegaan op de vraag of dit moet worden aangemerkt als 'in het verleden reeds is blootgesteld aan […] ernstige schade' als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Vw. Aldus is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris (de toepasselijkheid van) het bewijsvermoeden van deze bepaling ten onrechte niet heeft betrokken bij de beoordeling in hoeverre eisers bij een terugkeer voor ernstige schade van de familie van eiseres hebben te vrezen.
8.3 De rechtbank is van oordeel dat gelet op de geloofwaardig geachte elementen sprake is van vervolging door een niet-statelijke actor, voorafgaand aan het vertrek uit het land van herkomst. Dat betekent dat ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Procedurerichtlijn in beginsel moet worden aangenomen dat zulk gevaar bij terugkeer bestaat. Het standpunt van de staatssecretaris dat eisers geen reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije is dan ook onjuist. Dat zou slechts anders zijn indien er goede redenen zijn om aan te nemen dat die ernstige schade zich niet op nieuw zal voordoen.
8.4 De rechtbank is van oordeel dat zulke omstandigheden zich in het geval van eisers niet voordoen. De staatssecretaris heeft geloofwaardig geacht dat de familie van eiseres niet berust in de situatie en gedreven is om eisers schade toe te brengen. De enkele verwijzing van de staatssecretaris naar beschermingsmogelijkheden acht de rechtbank in het geval van eisers onvoldoende om aan te nemen dat ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. De staatssecretaris heeft erop gewezen dat de autoriteiten in het verleden op verzoek van eisers een effectieve beschermingsmaatregel hebben getroffen en dat eisers deze weg opnieuw kunnen bewandelen. De rechtbank volgt de staatssecretaris daarin niet. De rechtbank acht daarvoor in eerste plaats van belang dat eisers, los van de juridische weg, ook op andere manieren om bescherming hebben gezocht.[5] Deze veelvuldige pogingen hebben enkel tot beperkt resultaat geleid. In de tweede plaats hebben eisers in dit kader terecht naar voren gebracht dat de beschermingsmaatregel steeds voor paar maanden geldig is en dat het inroepen van een juridische procedure zoals de beschermingsmaatregel kostbaar is, terwijl eisers niet beschikken over de benodigde financiële middelen. Dat eisers bij de eerste procedure een proceskostenvergoeding hebben ontvangen doet daar niet aan af nu dit geen gegeven is voor de toekomst en zo'n vergoeding zelden alle kosten dekt. Daarnaast acht de rechtbank navolgbaar dat het verzoek om een beschermingsmaatregel leidt tot een negatieve reactie van de familie van eiseres en dat eisers terecht vrezen dat zich steeds nieuwe familieleden in het geschil zullen mengen en zij tegen een nog grotere groep bescherming moeten vragen. De rechtbank is daarom met eisers van oordeel dat dit voor hen geen begaanbare weg is.
8.5 De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de vrees voor de familie van eiseres bij een terugkeer aannemelijk is en dat zij bij terugkeer naar Turkije een reëel risico lopen op ernstige schade. De staatssecretaris heeft dit ten onrechte niet onderkend. Het bestreden besluit is dan ook onjuist en kan niet in stand blijven. De rechtbank komt verder tot de conclusie dat eisers geen reële mogelijkheid hebben om in Turkije duurzaam en effectief bescherming te krijgen van de autoriteiten. Gelet hierop ziet de rechtbank geen reden om de rechtgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

Conclusie en gevolgen

  1. Het bestreden besluit kan dus niet in stand blijven. De beroepen zijn gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
  1. Op grond van artikel 8:41a van de Awb[6] moet de bestuursrechter een geschil zoveel mogelijk definitief beslechten. Hoewel het in beginsel aan de staatssecretaris is om te beoordelen of een uitspraak van de rechtbank leidt tot de gevraagde vergunning, ziet de rechtbank in dit specifieke geval aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank beschikt over alle noodzakelijke gegevens en niet is gebleken van andere redenen die aan toewijzing van de aanvraag in de weg zouden staan. Daarbij komt dat eisers reeds in juli 2022 de aanvragen hebben ingediend en de procedure al bijna twee jaar duurt. De rechtbank zal in het kader van finale geschilbeslechting met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak voorzien. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op om aan eisers verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd te verlenen, binnen een termijn van twee weken na de bekendmaking van deze uitspraak.
  1. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.750, - (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875, - en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
€ 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Banda, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.L.M. Celie, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vreemdelingenwet 2000
Vluchtelingenwerk Nederland, Turkije – Positie LHBTI, 19 april 2024
ECLI:NL:RBNHO:2023:5206
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
De rechtbank wijst op rechtsoverweging 4.3 van deze uitspraak
Algemene wet bestuursrecht - - - ## Voetnoten
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
De rechtbank wijst op rechtsoverweging 4.3 van deze uitspraak
Algemene wet bestuursrecht