Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:1807 - Rechtbank Amsterdam - 19 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2026:1807•19 februari 2026
Uitspraak inhoud
Parketnummer: 13-328247-25
Datum uitspraak: 19 februari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 19 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 november 2025 door Section 23 of the Crown Court of Madrid, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 2000,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres]
gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting],
hierna 'de opgeëiste persoon'.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 februari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.C. Cox, advocaat in Amersfoort, en door een tolk in de Spaanse taal.
De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering kan worden toegestaan.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 12 november 2025, uitgevaardigd door Section 23 of the Crown Court of Madrid.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.[3]
4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
verkrachting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van **[opgeëiste persoon]**aanSection 23 of the Crown Court of Madrid (Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. A.M. Timorason en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 februari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB. - - - ## Voetnoten