Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:9112 - Rechtbank Amsterdam - 25 november 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:9112•25 november 2025
Uitspraak inhoud
Parketnummer: 13/241295-25
Datum uitspraak: 25 november 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 15 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 maart 2025 door the Regional Court in Lublin ( Sąd Okregowy w Lublinie ), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1996,
zonder vaste woon - of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] ,
hierna 'de opgeëiste persoon'.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 november 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.J. Korver, advocaat in Amsterdam (waarnemend voor mr. M.L. van Gessel) en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[2] Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een enforceable warrant on temporary arrest of the District Court Lublin-West in Lublin dated 3rd July, 2024 met referentie*: IV Kp 497/24 (3020-1.Ds.50.2024)*.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.[3]
4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[4]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[5]
6 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Polen
Inleiding
Nu de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd in verband met een strafrechtelijke vervolging en de opgeëiste persoon (nog) niet is veroordeeld, zal hij na overlevering aan Polen aldaar in voorlopige hechtenis verblijven, oftewel in het zogenoemde remand regime.
De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 juni 2024 geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen.[6] Het kernpunt hierbij is dat voorlopig gedetineerden slechts 3 m2 persoonlijke leefruimte (exclusief sanitair) krijgen in een meerpersoonscel, terwijl zij veelal 23 uren per dag op hun cel doorbrengen.
Het Internationaal Rechtshulp Centrum (hierna: IRC) heeft op 7 oktober 2025 vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de detentieomstandigheden.
Bij brief van 22 oktober 2025 heeft de Prosecutor of the District Prosecutor's Office delegated to the Regional Prosecutor's Office in Lublin de volgende informatie verstrekt:
"In response to the email sent on 7 October 2025 to the District Court in Lublin in case EAW IV Kop 46/25 concerning suspect [de opgeëiste persoon] , I hereby inform you that during the ongoing proceedings, the named suspect will most likely be held at the Lublin Remand Centre - Areszt Śledczy w Lublinie.
Pursuant to the principle set forth in Article 110, paragraph 1, of the Executive Penal Code, in conjunction with Article 209 of the Executive Penal Code, the area of a residential cell per remand prisoner is no less than 3 square meters (excluding a designated sanitary area).
I would also like to inform you that in accordance with the order no. 131/2025 of the Director of the Remand Centre in Lublin of 11 August 2025, on establishing internal order at the Remand Centre in Lublin, the time from 7:00 a.m. to 12:30 p.m., from 1:30 p.m. to 4:30 p.m. and from 5:00 p.m. to 8:00 p.m., is used by remand prisoners for cultural and educational activities, sports, personal activities, as well as for studying."
Het IRC heeft op 23 oktober 2025 aanvullende vragen gesteld. Hierop is bij e-mail van 3 november 2025 de volgende aanvullende informatie verstrekt door de voormelde prosecutor:
"In conversation with employees Remand Centre in Lublin I got the information that the requested person will be able to spend a minimum of two hours outside his cell per day, when participating in all activities as mentioned in an email of 22 October 2025."
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering geweigerd dient te worden, nu de detentiegarantie niet volstaat. Er wordt slechts gegarandeerd dat de opgeëiste persoon zich minimaal twee uur buiten de cel kan begeven indien hij deelneemt aan de activiteiten. Deze activiteiten zijn vaak niet beschikbaar vanaf het moment dat een gedetineerde de gevangenis binnenkomt. Er is dan ook geen garantie dat de opgeëiste persoon vanaf de eerste dag minimaal twee uur buiten zijn cel kan doorbrengen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak aangehouden dient te worden, om aanvullende informatie over de detentieomstandigheden op te vragen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de individuele detentiegarantie en aanvullende informatie van 3 november 2025 voldoende waarborgen bieden voor de opgeëiste persoon. Hij heeft tenminste 3 m2 personal space en er zijn voldoende compenserende factoren, nu de opgeëiste persoon minstens twee uur buiten zijn cel zal kunnen doorbrengen.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voornoemde garanties.[7] De rechtbank is, gelet op deze toezeggingen van de Poolse autoriteiten, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon in het remand regime waar hij na overlevering in zal worden geplaatst geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest.[8]
De rechtbank stelt vast dat uit de aanvullende informatie van 22 oktober 2025 volgt dat de opgeëiste persoon na overlevering in een meerpersoonscel persoonlijke leefruimte van minimaal 3 m2 exclusief sanitair ter beschikking zal krijgen. In de aanvullende informatie van 3 november 2025 wordt desgevraagd door de uitvaardigende justitiële autoriteit bevestigd dat de opgeëiste persoon ten minste twee uur per dag buiten zijn cel kan doorbrengen. Deze individuele garantie is voldoende om voor de opgeëiste persoon het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in het remand regime in Poolse penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, weg te nemen. De stelling van de raadsman dat de genoemde activiteiten niet vanaf het begin voor gedetineerden beschikbaar is, volgt niet uit de door Poolse autoriteiten verschafte informatie en is evenmin door hem onderbouwd, zodat de rechtbank daaraan voorbij zal gaan. De detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon in Polen na overlevering staan dus niet aan overlevering in de weg. Het verweer van de raadsman wordt verworpen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om nadere vragen te stellen.
7 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
8 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Lublin (Sad Okregowy w Lublinie), Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M.W. Speksnijder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.
Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)).
Rechtbank Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3311.
Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. - - - ## Voetnoten