Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:8319 - Rechtbank Amsterdam - 15 oktober 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:8319•15 oktober 2025
Uitspraak inhoud
Parketnummer: 13/148091-24
Datum beslissing: 15 oktober 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 11 augustus 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is afkomstig van het Hof van beroep Antwerpen, België, van 3 juli 2025, en is ingediend door het Parket bij het hof van beroep, Antwerpen, en betreft:
[overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in [land] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De overgeleverde persoon is op 10 oktober 2025 door de substituut-procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen over dit verzoek gehoord. Het proces-verbaal houdt onder meer in:
"De heer [overgeleverde persoon] verklaart hierbij:
"Ik wens niet vrijwillig in te stemmen en doe geen afstand van het specialiteitsbeginsel."
In het kader van de tenuitvoerleggingsprocedure van dit aanvullend Europees aanhoudingsbevel door de Nederlandse gerechtelijke autoriteiten, wordt aan de overgeleverde persoon gevraagd om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken.
Betrokkene verklaart daarop dat hij niet akkoord gaat met het bijkomend verzoek tot overlevering. Hij heeft geen verdere opmerkingen hierbij.
De raadsman van betrokkene wordt eveneens bevraagd naar eventuele juridische argumenten die een bijkomende overlevering in de weg zouden staan. De raadsman verklaart geen juridische argumenten aan te brengen."
Uit dit proces-verbaal leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de
mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot
het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken.[1]
De Belgische autoriteiten hebben op 22 september 2025 de volgende detentiegarantie gegeven:
"1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[overgeleverde persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Dendermonde.
- Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [overgeleverde persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons - als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.
3 Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de straf van [overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 15 oktober 2025 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier.
HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/2 1 PPU en C-429!2 1 PPU, ECLI:EU:C:202 1:876, punt 63. - - - ## Voetnoten