Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:8059 - Rechtbank Amsterdam - 28 oktober 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:8059•28 oktober 2025
Uitspraak inhoud
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11035511 \ CV EXPL 24-3605
Vonnis van 28 oktober 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V UNIVÉ ZORG, BETREFFENDE ZEKUR,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
1.1. Bij dagvaarding van 22 maart 2024 heeft eisende partij een vordering ingesteld, zoals in de dagvaarding omschreven.
1.2. Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin geantwoord. Tegen hem is verstek verleend, waarna vonnis is bepaald.
2 De beoordeling
2.1. Eisende partij vordert premie over maart, september en oktober 2021 en een polismutatie, in totaal ten bedrage van € 356,70 minus het reeds betaalde bedrag van € 81,23, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en rente.
2.2. Nu eisende partij een consument is, moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht.
2.3. In de dagvaarding stelt eisende partij dat de overeenkomst op schrift is gesteld en dat gedaagde partij vanaf 20 februari 2021 een zorgverzekering heeft bij eisende partij. Als productie heeft eisende partij een polisblad 2021 overgelegd, waarop is vermeld dat de datum afgifte polis 10 februari 2021 is en de te betalen premie € 105,95 bedraagt. In het polisblad wordt verder vermeld:
"Verzekeringsovereenkomst
Deze polis legt onze verzekeringsovereenkomst vast. Bij de polis horen de verzekeringsvoorwaarden van de door jou gekozen basisverzekering.
Looptijd
Deze overeenkomst ga je voor onbepaalde tijd aan. Dit betekent dat de overeenkomst niet vanzelf afloopt. (…)
Heb je zorg nodig?
- Bekijk de vergoedingen en de voorwaarden op ZEKUR.nl/zorgverzekering/vergoedingen.
(…)".
2.4. Eisende partij heeft aan de hand van haar bestelproces toegelicht dat voldaan is aan de verplichtingen van artikel 6:230m en 6:230v BW. Hoewel dit het bestelproces van 2024 betreft, stelt eisende partij in de " toelichting op het bestelproces" dat dit bestelproces een adequate vervanging representeert, nu de bestelprocessen door de jaren heen in de kern ongewijzigd zijn gebleven. De gegeven toelichting is verder echter zinloos, nu de artikelen 6:230m en 6:230v BW op een overeenkomst op afstand betreffende financiële producten niet van toepassing zijn. Daarbij geldt dat eisende partij in de "toelichting op het bestelproces van eiseres" stelt dat de verzekerde na het doorlopen van het bestelproces een ontvangstbevestiging per e-mail ontvangt en dat de polis (elektronisch) wordt verstrekt.
Eisende partij stelt verder dat de verzekeringsvoorwaarden digitaal vindbaar zijn op de website van eisende partij en verstrekt worden na telefonische opvraag.
2.5. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat eisende partij gedaagde partij bij het aangaan van de overeenkomst niet heeft gewezen op het ontbindingsrecht van artikel 6:230x BW. Daarnaast heeft zij in strijd met de waarheid in de polis vermeld dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan. Ook zijn de verzekeringsvoorwaarden niet bij de polis aan gedaagde partij verstrekt. Dat de voorwaarden vindbaar zijn op de website is daarvoor onvoldoende.
2.6. Verder stelt eisende partij dat de vordering bestaat uit premie en polismutatie en verwijst naar de overgelegde specificatie. Ten aanzien van deze polismutatie heeft eisende partij niet specifiek toegelicht op grond waarvan zij daarvan betaling vordert, hetgeen zij wel had moeten toelichten.
2.7. De vordering komt gelet op het bovenstaande ongegrond voor en wordt daarom afgewezen.
2.8. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.
3 De beslissing
De kantonrechter:
3.1. wijst de vordering af;
3.2. veroordeelt eisende partij in de kosten van gedaagde partij, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.
811