Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:7964 - Rechtbank Amsterdam - 24 oktober 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:796424 oktober 2025

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **AMSTERDAM**
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11786829 \ CV EXPL 25-9387
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 24 oktober 2025
in de zaak van
de heer [eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. P.M. Poelman,
tegen
de heer [gedaagde] (handelend onder de naam [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Bij dagvaarding van 27 juni 2025, met producties, heeft [eiser] een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft daarop mondeling geantwoord en een productie overgelegd.
Op 24 oktober 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is behandeld door mr. G.J. Boeve, kantonrechter, en mr. M.E. Zwart da Silva Palma als griffier.
[eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook is verschenen [naam] , een vriend van [eiser] . [gedaagde] is in persoon verschenen.
Partijen en de gemachtigde van [eiser] hebben op de zitting de zaak toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ter zitting heeft [eiser] zijn eis verminderd, in die zin dat hij niet meer subsidiair veroordeling van [gedaagde] vordert tot het verstrekken van de fabrieksgarantiebon, op straffe van een dwangsom. Vervolgens is de mondelinge behandeling geschorst, daarna heropend en gesloten. De kantonrechter heeft op de zitting in aanwezigheid van partijen uitspraak gedaan.

1 De beoordeling

Ontbinding overeenkomst
1.1. [eiser] heeft van [gedaagde] een aircosysteem gekocht en [gedaagde] heeft dit systeem afgemonteerd (hierna: de overeenkomst). Na aflevering begonnen de twee binnen-units van het aircosysteem gas te lekken. Na een jaar zijn deze units water gaan lekken en maakte een van deze units lawaai. [eiser] heeft de overeenkomst op 6 oktober 2023 daarom buitengerechtelijk ontbonden. [eiser] vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden vanwege de lekkages en het lawaai. [eiser] vordert verder dat [gedaagde] de koopsom van € 3.600,00 terugbetaalt, vermeerderd met rente, en dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten, eveneens vermeerderd met rente.
1.2. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de overeenkomst met hem in privé is gesloten en niet met zijn bedrijf [handelsnaam] . Verder heeft hij de vordering tot ontbinding betwist en aangevoerd dat (een deel van) de gebreken worden veroorzaakt door het werk van [eiser] zelf.
1.3. Voor de beoordeling van de ontbindingsvordering is van belang of [gedaagde] het aircosysteem in privé of handelend onder de naam [handelsnaam] heeft verkocht, omdat het beoordelingskader in die gevallen enigszins verschillend is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] het aircosysteem vanuit zijn bedrijf verkocht. [gedaagde] en [eiser] zijn door een neef van [eiser] met elkaar in contact gebracht en [gedaagde] zag mogelijkheden om zijn bedrijfsvoering uit te breiden met het leveren en afmonteren van aircosystemen. [gedaagde] heeft het aircosysteem zakelijk ingekocht bij zijn leverancier en heeft ter zitting verklaard dat hij met de opdracht geld wilde verdienen. Dat [gedaagde] deze opdracht niet in zijn bedrijfsadministratie heeft verwerkt, daar niet of nauwelijks winst op heeft gemaakt en geen verstand van aircosystemen had, is niet relevant, omdat het gaat om de vraag in welke hoedanigheid de overeenkomst is aangegaan.
1.4. Bij een consumentenkoop heeft [eiser] de bevoegdheid de overeenkomst te ontbinden als het aircosysteem niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten en [gedaagde] niet overgaat tot herstel. Aan deze vereisten is voldaan.
1.5. [gedaagde] heeft niet (voldoende) betwist dat het aircosysteem vanaf het begin niet heeft gefunctioneerd. Eerst door lekkage van gas en nadien door lekkage van water in beide binnen-units en lawaai in de binnen-unit in de slaapkamer. [eiser] heeft [gedaagde] om herstel gevraagd, maar [gedaagde] heeft aan dat verzoek niet (voldoende) voldaan. Hij heeft [eiser] verwezen naar een monteur en daarna niet meer gereageerd op herstelverzoeken. Daarom was [eiser] bevoegd te ontbinden en dat heeft hij bij brief van 6 oktober 2023 gedaan. De vorderingen van [eiser] worden dan ook toegewezen.
1.6. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat op [eiser] dan wel de verplichting rust om het aircosysteem terug te geven aan [gedaagde] .
Proceskosten
1.7. [gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten*.*De proceskosten van [eiser] worden begroot op € 565,50, bestaande uit het griffierecht (€ 90,00), het salaris van de gemachtigde (2x € 204,00) en de nakosten
(€ 67,50). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

2 De beslissing

2.1. verklaart voor recht dat de overeenkomst is ontbonden,
2.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 3.600,00, te verhogen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 27 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
2.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op
€ 565,50, eventueel te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe en te verhogen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW als deze proceskosten niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald.
2.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. G.J. Boeve, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 24 oktober 2025.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.