Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:7961 - Rechtbank Amsterdam - 3 juni 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:79613 juni 2025

Uitspraak inhoud

vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/169013-23
Datum uitspraak: 3 juni 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[de verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
wonende op het adres [verblijfadres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 mei 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is, zoals op de zitting nader is omschreven - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan
  1. medeplegen van) het in voorraad hebben van en/of handelen in in totaal ongeveer 305 kilo ketamine en daarmee overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet en/of 38 lid 1 Geneesmiddelenwet (cumulatief/alternatief ten laste gelegd);
  1. ( medeplegen van) het aanwezig hebben van 586 gram MDMA;
  1. ( medeplegen van) handelen in, althans aanwezig hebben van in totaal 109 kilo cocaïne;
  1. het aanwezig hebben van 27 kilo hennep/hasjiesj;
  1. ( medeplegen van) (eenvoudig) witwassen van (contante) geldbedragen van in totaal ongeveer € 2.200.000,-.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3 Waardering van het bewijs

3.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 kan het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde (de overtreding van artikel 40 Geneesmiddelenwet) echter niet worden bewezen. Daarom dient met betrekking tot dat onderdeel vrijspraak te volgen.
3.2. Standpunt van de verdediging
Verdachte heeft ter terechtzitting een deels bekennende verklaring afgelegd, die hierna in rubriek 3.3 verder wordt besproken.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat met betrekking tot de 19 kilo ketamine (feit 1) zou sprake kunnen zijn van dubbeltelling met de 15 kilo die in beslag is genomen en met betrekking tot de 20 kilo ketamine (feit 1) is onvoldoende bewijs om vast te stellen dat verdachte dit aanwezig had. Het aanwezig hebben van 27 kilo hennep (feit 4) kan evenmin worden bewezen. Tot slot kan met betrekking tot feit 5 enkel worden bewezen dat verdachte een kleiner bedrag heeft witgewassen dan is opgenomen in de tenlastelegging. Verdachte moet daarom van deze (onderdelen van de) tenlastegelegde feiten worden vrijgesproken.
Met betrekking tot het bewijs van de overige (onderdelen van de) ten laste gelegde feiten heeft de verdediging geen verweer gevoerd, behalve dat verdachte hier weliswaar een rol bij heeft gehad, maar dat die rol beperkt is.
3.3. Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten bewezen op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen en de hierna volgende overwegingen. Met betrekking tot de feiten 1 en 3 komt zij wel tot partiële vrijspraken.
Partiële vrijspraken
De rechtbank is van oordeel, in lijn met het standpunt van de officier van justitie, dat de ten aanzien van feit 1 als eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde overtreding van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet, niet kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 3 acht de rechtbank een geringere hoeveelheid cocaïne bewezen dan in de tenlastelegging is opgenomen. Bij de bespreking van dit feit en zaaksdossier 5 zal de rechtbank hier nader op ingaan.
Identificatie Sky-ECC-accounts
De rechtbank stelt op grond van de bekennende verklaring van verdachte allereerst vast dat verdachte (hierna ook aangeduid als: [de verdachte] ) de gebruiker is van het Sky-ECC-account (hierna: Sky-ID) [Sky-ID 1] . Daarnaast concludeert de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen dat medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) de gebruiker is van [Sky-ID 2] en dat de vader van [medeverdachte] , [vader van medeverdachte] (hierna: [vader van medeverdachte] ) de gebruiker is van [Sky-ID 3] .
Zaaksdossier 1 – ketaminelab Lijnden en ketamine in Citroën
De rechtbank acht bewezen dat [de verdachte] , samen met anderen, 15 en 3,668 kilo ketamine zonder registratie in voorraad heeft gehad (feit 1). [de verdachte] heeft ook verklaard dat hij wist van de verborgen ruimte en van de ketamine in de Citroën. Bovendien heeft hij verklaard dat hij betrokken was bij de handel in ketamine. De rechtbank overweegt in het bijzonder nog dat de ketamine is aangetroffen in een auto die op naam van [de verdachte] stond. Ook werd ketamine aangetroffen in de loods waar de bestuurder van deze auto gestopt was. [de verdachte] heeft na deze doorzoeking en aanhouding via Sky-ECC contact met [vader van medeverdachte] . In deze berichten zegt [de verdachte] onder andere dat hij alles heeft weggehaald en bevestigt hij desgevraagd dat "die auto" op zijn naam stond. Ook wordt er gesproken over "15" (wat overeenkomt met het aantal kilo's ketamine dat in de auto is aangetroffen) en dat [de verdachte] deze zelf heeft ingepakt. Bovendien wordt er gechat: "ging gelijk met box naar buiten" en "kunnen we geen advo sturen", direct gevolgd door "naar box" en even later "box houd ze mond wel" en "Is toch ket". [medeverdachte] vraagt op diezelfde dag via Sky-ECC aan [de verdachte] of hij 'box' gesproken heeft. Even later stuurt hij "Ben checken man op plek", "Zie wel een Smeris in de straat staan maar alleen" en "Haal alles weg nu". Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat [medeverdachte] berichten stuurt over "naald", wat blijkens het dossier een verschijningsvorm van ketamine is.
Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat [de verdachte] met [vader van medeverdachte] spreekt over de op diezelfde dag in beslag genomen ketamine en dat 'box' wellicht een advocaat moet krijgen. De rechtbank begrijpt dat met 'box' de voor de ketamine aangehouden [persoon 1] wordt bedoeld. [medeverdachte] stuurt berichten die gezien hun inhoud, in het bijzonder het noemen van box, ook betrekking hebben op deze ketamine. De rechtbank komt op grond hiervan tot het oordeel dat [de verdachte] wetenschap van en beschikkingsmacht over deze ketamine heeft gehad, samen met [medeverdachte] en [vader van medeverdachte] .
De verdediging heeft verweer gevoerd dat deze ketamine niet definitief getest zou zijn. Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, bevat het dossier definitieve testrapporten van de bovengenoemde hoeveelheden ketamine. De rechtbank verwerpt dit verweer dan ook.
Zaaksdossier 2 – ketamine en MDMA in loods Ter Aar
De rechtbank acht bewezen dat [medeverdachte] en [de verdachte] 240,4 kilo ketamine zonder registratie in voorraad (feit 1) en 586 gram MDMA (feit 2) aanwezig hebben gehad. [de verdachte] heeft dit ontkend en de verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkenheid van [de verdachte] bij deze feiten niet kan worden vastgesteld. De rechtbank overweegt als volgt. Kort na de aanhouding van [medeverdachte] , neemt de vriendin van [medeverdachte] , [vriendin van medeverdachte] , contact op met [de verdachte] . [vriendin van medeverdachte] ontmoet [de verdachte] kort daarna. Kort na deze ontmoeting heeft [de verdachte] een ontmoeting met [persoon 2] . [persoon 2] gaat vervolgens naar het bedrijfspand in Ter Aar. Daar wordt een vrachtwagen met een trailer geladen, die even later tot stilstand wordt gebracht en waarin vier ketels met ketamine worden aangetroffen. Volgens de vrachtwagenchauffeur is de lading op het laatste moment veranderd, van één naar twee pallets. Ook in de loods wordt ketamine aangetroffen en ook MDMA. De Google Pixel-telefoon die onder [de verdachte] is aangetroffen, straalt op meerdere momenten aan in de buurt van het bedrijfspand in Ter Aar.
Op de Google Pixel-telefoon die onder [medeverdachte] in beslag is genomen, wordt een chat aangetroffen waarin " [naam 1] " wordt genoemd. [naam 1] is de geadresseerde op de factuur die op de ketels ketamine is aangetroffen. Bovendien worden er vanaf voornoemde telefoon berichten gestuurd waarin wordt gesproken over "naalden" en dat alles door een scan gehaald wordt en wordt gecheckt hoe het eruit ziet. In het bedrijfspand is een x-ray (röntgen)scanner aangetroffen. Gezien dit alles stelt de rechtbank vast dat [de verdachte] (samen met anderen) ook wetenschap van en beschikkingsmacht heeft gehad over de ketamine in de trailer (afkomstig uit het bedrijfspand) en de ketamine en MDMA in het bedrijfspand. De verklaring van [de verdachte] dat hij om andere redenen contact had met [persoon 2] en [vriendin van medeverdachte] en dat hij om andere redenen in de buurt van Ter Aar kwam, is gezien bovenstaande vaststellingen dan ook niet aannemelijk.
Zaaksdossier 4 – overige ketamine
De rechtbank acht met betrekking tot feit 1 ook bewezen dat [de verdachte] (samen met anderen) zonder registratie 19 kilo en 20 kilo ketamine in voorraad heeft gehad. De rechtbank acht daarnaast bewezen dat [de verdachte] 4 kilo ketamine in voorraad heeft gehad, waarvan hij 3 kilo heeft verkocht en dat hij daarnaast 4 kilo en 3 kilo ketamine heeft verkocht.
In het dossier bevinden zich berichten met als inhoud onder andere "naald", "creme" en "suiker". Deze woorden kunnen in verband worden gebracht met ketamine en uit het dossier blijkt dat "naald" een verschijningsvorm van ketamine is. Bovendien worden deze woorden ook in andere chats genoemd waarin het over "keta" gaat.
Niet bewezen kan worden dat [de verdachte] van deze 20 kilo ketamine, 100 á 200 gram heeft verkocht. Uit de berichten blijkt dat [de verdachte] in totaal 20 kilo ketamine in voorraad heeft en dat hij met de wederpartij een afspraak maakt om een bepaalde hoeveelheid morgen te overhandigen. De wederpartij vraagt echter om "een paar onsjes", stuurt later "100 a 200" en tot slot "minder ook goed". Er volgen geen berichten waarin de daadwerkelijke hoeveelheid die verkocht zou gaan worden, wordt vastgesteld. Deze berichten zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om vast te stellen dat een, en zo ja welke, hoeveelheid ketamine daadwerkelijk is verkocht en van dat onderdeel spreekt de rechtbank verdachte dan ook vrij.
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van dubbeltelling. Wanneer [de verdachte] in een bericht meldt dat hij er "van de week 15 weg heeft kunnen doen" dan duidt dit op een verkoop en niet op de inbeslagname die 11 dagen eerder plaats vond.
Zaaksdossier 5 – cocaïne en hennep
De rechtbank acht met betrekking tot feit 3 bewezen dat [de verdachte] samen met anderen 12, 4, 10 en 20 kilo cocaïne heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd en dat hij 3, 8, tweemaal 7 en 9 kilo cocaïne aanwezig heeft gehad. Deze hoeveelheden tellen samen op tot de 80 kilo cocaïne die in de tenlastelegging is genoemd. De 27 kilo cocaïne die in de tenlastelegging is genoemd, bestaat blijkens het dossier uit 15, 4 en 10 kilo cocaïne (dat telt dus op tot 29 en niet 27 kilo). Uit het dossier blijkt echter dat deze 4 en 10 kilo cocaïne dezelfde hoeveelheden betreffen als de hiervoor al genoemde 4 en 10 kilo. De rechtbank spreekt verdachte daarom hiervan vrij. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte het overige deel, namelijk 15 kilo, heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd.
De rechtbank acht daarnaast, anders dan de verdediging heeft betoogd, bewezen dat [de verdachte] ongeveer 27 kilo hennep aanwezig heeft gehad (feit 4). Uit de berichten blijkt dat [de verdachte] zegt dat hij 18 lemonhaze en 9 psycho delicious heeft en dat het beide "hazes" zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat 'haze' in de Nederlandse straattaal een gangbare aanduiding is voor een wietsoort. De wederpartij vraagt om prijzen en [de verdachte] zegt dat de wederpartij de "lemon" en "psycho" "tussen 13:00 en 13:30" kan komen bekijken. Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat [de verdachte] deze 18 en 9 kilo hennep aanwezig heeft gehad.
Overweging ten aanzien van de
      feiten 1 en 3
[de verdachte] heeft verklaard dat hij weliswaar een rol heeft gehad bij de handel in ketamine en cocaïne, maar dat dit een kleine en ondergeschikte rol was. Hij zou namelijk alleen kwaliteitscontroles hebben uitgevoerd en telkens hebben gehandeld in opdracht van een derde. Bovendien heeft hij verklaard nooit grote hoeveelheden geld en/of ketamine of cocaïne voorhanden te hebben gehad. De rechtbank oordeelt echter dat uit de in de bewijsmiddelen opgesomde berichten, een ander beeld blijkt dan [de verdachte] schetst. Uit die berichten komt namelijk een actieve rol naar voren, waarbij verdachte zelf geld afleverde en in ontvangst nam en waarin hij zelf beschikkingsbevoegd was tot de handel. Tot slot is verdachte blijkens deze berichten (op eigen initiatief) afgereisd naar Birmingham om een lading te controleren waar iets mis mee was. De verklaring van verdachte dat hij op de achtergrond werd aangestuurd door een derde, acht de rechtbank gezien de inhoud van deze berichten dan ook niet aannemelijk.
Zaaksdossier 6 - witwassen
De rechtbank acht ten aanzien van feit 5 bewezen dat [de verdachte] verschillende contante geldbedragen van in totaal € 1.507.750, - samen met anderen heeft witgewassen en hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat dit geld gebruikt is om cocaïne aan te kopen. De rechtbank stelt de criminele herkomst van deze bedragen vast op grond van de verklaring van verdachte dat hij er vanuit ging dat de aankoopbedragen crimineel geld betrof en de omstandigheid dat met de aankopen grote bedragen aan contant geld gemoeid waren. De rechtbank oordeelt dan ook dat het niet anders kan dat deze bedragen een criminele herkomst hadden en dat verdachte dit ook wist. Aangezien de aankopen van cocaïne in een periode van een half jaar regelmatig plaatsvonden (gemiddeld iets meer dan één keer per maand), oordeelt de rechtbank dat verdachte van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat [de verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het eenvoudig witwassen van verschillende contante geldbedragen van in totaal € 675.100,-. Uit de bewijsmiddelen blijkt namelijk dat dit bedragen zijn die verdachte heeft ontvangen uit de verkoop van cocaïne en ketamine.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte
in de periode van 18 augustus 2020 tot en met 11 juli 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, (telkens) zonder registratie - 15 kilogram en 3,668 kilogram ketamine (zaakdossier 1) en - 240,4 kilogram ketamine (zaakdossier 2) en - 19 kilogram ketamine (paragraaf 3.1.1. zaakdossier 4) en - 3 kilogram ketamine (paragraaf 3.1.2. zaakdossier 4) en - 4 kilogram ketamine (paragraaf 3.1.3. zaakdossier 4) en - 4 kilogram ketamine (paragraaf 3.1.4. zaakdossier 4) en - 20 kilogram ketamine (paragraaf 3.1.5. zaakdossier 4)
in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en heeft afgeleverd;
op 11 juli 2023 in Nederland, tezamen en in verenging met anderen, aanwezig heeft gehad ongeveer 586 gram van een materiaal bevattende MDMA (zaakdossier 2), zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de periode van 8 september 2020 tot en met 16 februari 2021 in Nederland en te Birmingham, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, in totaal (ongeveer) 80 kilogram en 15 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne (zaakdossier 5), zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
op 2 maart 2021 in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 27 kilogram hennep (Lemonhaze en Psycho Delicioushaze), zijnde hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; (zaakdossier 5)
in de periode van 8 september 2020 tot en met 8 maart 2021 in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander, meerdere voorwerpen, te weten (contante) geldbedragen van €1.507.750, - (bestaande uit geldbedragen van €405.000,-, €101.250,-, €266.000,-, €227.500,-, €100.500,-, €160.000, - en €247.500,-) (paragraaf 3.1.1. t/m 3.1.7. zaakdossier 6)
heeft voorhanden gehad, overgedragen en omgezet terwijl hij en zijn mededaders wisten dat die voorwerpen afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt
en
alleen, meerdere voorwerpen, te weten (contante) geldbedragen van €675.100, - (bestaande uit geldbedragen van €619.100,-, €16.800,-, €16.800, - en €22.400) (paragraaf 3.1.8., 3.2.1. t/m 3.2.3. zaakdossier 6)
heeft verworven en voorhanden gehad terwijl die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig eigen misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1. Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar, met aftrek van voorarrest en daarnaast een geldboete van € 15.000,-, te vervangen door 110 dagen hechtenis.
7.2. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn is overschreden. Daarnaast verzoekt zij om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de beperkte rol die verdachte heeft gespeeld. De verdediging heeft de rechtbank tot slot verzocht om een geldboete of een hoge taakstraf op te leggen of in ieder geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zo veel mogelijk te beperken.
7.3. Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (medeplegen van) bezit van en handel in cocaïne, MDMA en ketamine, en (gewoonte)witwassen. Dit zijn ernstige feiten. De handel in drugs vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving. Met de internationale handel in drugs wordt daarnaast veel criminele winst behaald. Het op de markt brengen van drugs vormt daarnaast een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en bevordert de toename van criminaliteit en het daarmee gepaard gaande geweld. Door voornoemde stoffen voorhanden te hebben en daarin te handelen, heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een markt voor deze drugs. De rechtbank overweegt bovendien dat ketamine, hoewel het niet op één van de lijsten bij de Opiumwet staat, populair is als partydrug. Dat is ook de reden waarom er veel vraag naar en illegale handel in is. Bovendien is de stof verslavend en levert gebruik ervan gezondheidsrisico's op. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om bij de strafoplegging met betrekking tot dit onderdeel aan te sluiten bij de straffen die worden opgelegd voor de handel in harddrugs. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 20 maart 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet recent voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 9 mei 2025 betreffende verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte zelfstandig is en geen hulpvragen heeft of begeleiding behoeft.
Redelijke termijn
Uitgangspunt is dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling geldt als zo'n handeling. Hoewel een aantal feiten al plaatsgevonden heeft in 2020, is verdachte pas in juli 2023 in verzekering gesteld. Aangezien onderhavig vonnis op 3 juni 2025 is uitgesproken, heeft de rechtbank uitspraak gedaan binnen twee jaar na de aanvang van de redelijke termijn en is deze dus niet overschreden.
Strafoplegging
Voor de bewezenverklaarde feiten is een geldboete of een hoge taakstraf, zoals door de verdediging voorgesteld, niet passend. De rechtbank is van oordeel dat gezien de ernst van de feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en gezien de omstandigheid dat verdachte (in ieder geval gedeeltelijk) openheid van zaken heeft gegeven, acht de rechtbank de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist, te hoog. De rechtbank legt daarom een gevangenisstraf van 3 jaar op, met aftrek van voorarrest.
De officier van justitie heeft tot slot gevorderd om naast een gevangenisstraf een geldboete op te leggen. Hierbij heeft zij naar voren gebracht dat dit als een soort profijtontneming zou kunnen dienen, aangezien het openbaar ministerie tegen verdachte geen ontnemingsvordering zal aanbrengen. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om een geldboete op te leggen. De ontnemingsprocedure is de geëigende weg om profijt te ontnemen. Daarnaast blijkt uit de strafprocedure zoals deze nu heeft plaatsgevonden, onvoldoende hoeveel wederrechtelijk verkregen voordeel verdachte heeft genoten.
De rechtbank zal tot slot het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

8 Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen:
  1. 1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: ADRBB23010_779674: Google Pixel, Google Pixel)
Onttrekking aan het verkeer
Omdat dit voorwerp is aangetroffen in het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven, terwijl zij kan dienen tot het begaan/de voorbereiding van een soortgelijke misdrijven en van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 38, eerste lid van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd
Ten aanzien van feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Ten aanzien van feit 3:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Ten aanzien van feit 4:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Ten aanzien van feit 5:
medeplegen van een gewoonte maken van witwassen
en
eenvoudig witwassen
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [de verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) jaren.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
  1. STK Telefoontoestel
(Omschrijving: ADRBB23010_779674: Google Pixel, Google Pixel)
Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. C. Wildeman, voorzitter,
mrs. H.J. Bos en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.C. Roodenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juni 2025.
[… 3]
[… 4]
[… 5]
.
[… 9] .
[… 6]
[… 8] .
[… 7]
.
[… 2]
[… 2] :
[… 1]
.