Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:7749 - Rechtbank Amsterdam - 11 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:774911 september 2025

Uitspraak inhoud

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 25/1540

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Beslissingen

De rechtbank:

Overwegingen

  1. Het college heeft een bestuurlijke boete opgelegd vanwege overtreding van het klad - en plakverbod, waarna er bij verzoeker verschillende spullen in beslag zijn genomen. Achteraf heeft het college de bestuurlijke boete ingetrokken. Daarmee staat vast dat het bestuurlijk boetebesluit onrechtmatig was en dat de inbeslagname, het meevoeren en het vernietigen van de spullen daarna ook onrechtmatig heeft plaatsgevonden.
  1. Verzoeker wil schadevergoeding voor de vernietiging van zijn inbeslaggenomen spullen. Verzoeker zegt dat de waarde van die spullen € 3.125, - bedraagt.
  1. Het college merkt terecht op dat er hiervan geen onderbouwing is, er zijn geen facturen overgelegd.
  1. De rechtbank kan het bedrag aan schade dus niet precies vaststellen. Wel is duidelijk dat er schade is ontstaan door het onrechtmatig beslag; de spullen zijn nu eenmaal inbeslaggenomen en vernietigd.
  1. Omdat de rechtbank het schadebedrag niet precies kan vaststellen, zal de rechtbank dit schatten.
De rechtbank schat de schade als volgt:
Verzoeker heeft meerdere keren op zitting gezegd dat een poster € 1,80 bedraagt. De rechtbank is van oordeel dat dit een redelijk bedrag is, daar gaat de rechtbank dus vanuit.
Het totale bedrag aan schadevergoeding is dan € 2.490,-.
  1. Voor zover er volgens het college nog een andere overtreding zou zijn begaan, ziet de rechtbank geen reden om deze mee te wegen bij de vaststelling van de schade.
  1. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding toe. De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van € 2.490, - aan materiële schade die verzoeker heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig boetebesluit en het in het verlengde van het boetebesluit onrechtmatig in beslag nemen, meevoeren en vernietigen van de spullen die hiervoor zijn genoemd.
  1. Het college moet dit bedrag binnen twee weken na verzending van een afschrift van deze mondelinge uitspraak aan verzoeker betalen.
  1. Daarnaast draagt de rechtbank het college op het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194, - aan verzoeker te vergoeden.
  1. De rechtbank wijst partijen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025
door mr. Q.M.J.A. Crul, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.A. Olsen, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.