Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:7577 - Rechtbank Amsterdam - 30 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:7577•30 september 2025
Uitspraak inhoud
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 7869204 CV EXPL 19-14223
vonnis van: 30 september 2025
fno.: 569
I n z a k e
beiden wonende te [woonplaats]
eisers
nader te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp
t e g e n
gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
- Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1. De passagiers hebben bij de vervoerder een vliegreis geboekt van [plaats 2] naar [plaats 1] , uit te voeren op [datum] 2017 – hierna de vlucht – . De vlucht maakte onderdeel uit van de rotatie [plaats 1] – [plaats 2] – [plaats 1] .
1.2. Het vluchtschema van rotatie was als volgt:
1.3. De rotatievluchten zijn geannuleerd. De passagiers zijn door de vervoerder omgeboekt en zijn met een vertraging van meer dan twee uur op de eindbestemming gearriveerd.
1.4. In het OCC rapport is ter zake van de vluchten opgenomen:'cancelled due atc restrictions [plaats 1] due wx [plaats 1] (wind and rwy 06/24 closed for maint)'.
1.5. Uit Metar (Meterological Aerodrome Report) data volgt dat op [datum] 2017 (meetmoment 13:27 UTC) tussen 13:25 en 15:25 UTC ter zake van [plaats 1] is opgenomen:*'24026KT (…) FEW012'*Dit betreft een west/zuidwestelijke wind met windkracht 6 en weinig bewolking (FEW) op 1200 ft (365/366 meter).
1.6. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft in een verklaring van 3 juli 2017 opgenomen:*'because of strong wind and maintenance of the Kaagbaan (06/24) the air traffic to [plaats 1] had to be regulated between 09:00 – 22:40 hour LT on [datum] 2017,*LVNL does not decide about cancellation of individual flights.'
1.7. De passagiers hebben bij de vervoerder aanspraak gemaakt op compensatie ten gevolg van de vertraging van de vlucht.
1.8. De vervoerder heeft geweigerd de compensatie te betalen.
Vordering en verweer
- De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:a. € 500,00 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf [datum] 2017 tot de algehele voldoening;b. € 181,50, dan wel € 90,75, aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente;c. de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.
- De passagiers baseren de vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraagde aankomst op de eindbestemming gehouden is de passagiers te compenseren conform artikel 7 lid 1 van de Verordening.
- De passagiers stellen daartoe – kort gezegd – dat geen sprake was van een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. De weersomstandigheden ten tijde van de vlucht waren voldoende om te vliegen. De weersomstandigheden hebben de uitvoering van de vlucht niet verhinderd. Het is aan de vervoerder om de buitengewone omstandigheid te onderbouwen. De door de vervoerder in het geding gebrachte documenten kunnen niet als bewijs dienen voor het bestaan van een buitengewone omstandigheid. Het door de vervoerder ingebrachte 'traffic counts' rapport betreft enkel vluchten die landen op [plaats 1] , niet de vertrekkende vluchten. Bovendien valt niet op te maken uit de 'traffic counts' of deze leiden tot een restrictie omdat het aanbod van vluchten niet bekend is. De vervoerder bepaalt naar aanleiding van de algemene capaciteitsreductie welke vluchten hij annuleert. Kennelijk had hij er baat bij om onderstaande vlucht te annuleren. Het vliegtuig dat de rotatie zou vliegen was aanwezig op [plaats 1] en kon de vlucht uitvoeren. De vervoerder heeft keuzevrijheid en kiest ervoor om bepaalde vluchten, namelijk korte afstandsvluchten zoals onderhavige vlucht, te annuleren. Dit is een operationele beslissing die niet kan worden aangewend ter afwending van het betalen van compensatie.
- De vervoerder voert verweer en voert – kort gezegd – aan dat sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening, waardoor geen compensatie verschuldigd is. De capaciteit ten tijde van vlucht was beperkt door de LVNL en Eurocontrol wegens slechte weersomstandigheden. Eurocontrol heeft regulaties afgekondigd voor [datum] 2017 waarbij het aantal vluchten dat op [plaats 1] kon landen werd beperkt door middel van 'traffic counts' tussen 27 en 50 per uur. Dit aantal ligt aanzienlijk hoger op een normale dag waarbij de piek 70 vluchten per uur bedraagt. Daar moet de vervoerder zich aan te houden. Gelet daarop zouden vertragingen van meer dan 70 minuten optreden. Dat is de maximale buffer die de vervoerder hanteert om vertragingen te kunnen opvangen. Daarboven dienen vluchten te worden geannuleerd, zoals in deze zaak. Het baanonderhoud van de Kaagbaan betreft een buitengewone omstandigheid want dit betreft, net als een capaciteitsreductie, een besluit van de luchtverkeersleiding. De luchthavenexploitant heeft ter zake van het onderhoud aan de Kaagbaan niets meegedeeld omtrent een aanpassing van de planning, zodat de vervoerder daar ook geen rekening mee hoefde te houden in zijn planning. Een capaciteitsreductie is een besluit van LVNL en is een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. De vervoerder heeft geen invloed op dergelijke besluiten. Daarbij komt dat LVNL weliswaar geen individuele vluchten kan annuleren maar zij kan wel vertrekklaring aan de vlucht onthouden, waardoor de vlucht niet kan vertrekken. Zowel rechters in Nederland als in het buitenland oordelen dat een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid betreft. Tot slot is in 5.4 van de Interpretatieve richtsnoeren betreffende Verordening (EG) nr. 261/2004 van de Commissie – hierna de Richtsnoeren – opgenomen dat overeenkomstig overweging 14 van de Verordening er sprake is van buitengewone omstandigheden als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt.
- De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht.
- Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
Uitgangspunt
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan twee uur zijn aangekomen op de eindbestemming, zodat de vervoerder op grond van artikel 5 lid 1 c onder III jo artikel 7 lid 1 van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op de doelstelling van de Verordening, die volgens overweging 1 van de Verordening erin is gelegen een hoog niveau van bescherming van de passagiers te waarborgen, en het feit dat artikel 5, lid 3, van de Verordening een afwijking is van het beginsel dat de passagiers recht op compensatie hebben in geval van annulering van hun vlucht, moet het begrip "buitengewone omstandigheid" in de zin van deze bepaling echter strikt worden uitgelegd (zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 23 maart 2021, Airhelp/SAS, ECLI:EU:C:2021:226).
Onderbouwing buitengewone omstandigheid
- Van de vervoerder mag verwacht worden dat hij de gestelde buitengewone omstandigheid, in casu de capaciteitsreductie, onderbouwt en tevens met name onderbouwt wat de gevolgen daarvan zijn voor de geplande vlucht. Daarin is hij niet geslaagd. De vervoerder moet onderbouwen dat hij geen andere mogelijkheid had dan de vlucht te annuleren. Dat heeft hij nagelaten. Reeds gelet daarop is het arrest van het hof Amsterdam van 23 augustus 2022 (ECLI:GHAMS:2022:2422) op dit punt niet relevant voor onderhavige zaak. In die situatie was sprake van een verzoek van de luchthavenexploitant aan alle luchtvaartmaatschappijen om een algemene capaciteitsreductie door te voeren van 30 % voor inkomend en uitgaand vliegverkeer, hetgeen de facto een beperking van 30% van de geplande vluchten betekent. Gesteld noch gebleken is dat dit hier het geval was. Het betreft in deze zaak een verzoek van LVNL tot een capaciteitsreductie, hetgeen een procentuele vermindering betreft van het aantal vastgestelde maximale vliegbewegingen, vastgesteld door LVNL. Van de vervoerder had derhalve verwacht mogen worden te onderbouwen wat de gevolgen waren van de capaciteitsreductie. Het had op zijn weg gelegen om, bijvoorbeeld, een NOTAM over te leggen waaruit blijkt dat hij gehouden was om een bepaald percentage van zijn vluchten te annuleren (zie ook Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, 29 januari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1824). Dat is niet gebeurd. Zo stellen de passagiers terecht dat de Eurocontrol regulaties in de vorm van 'traffic counts' enkel de beperking weergeven ter zake van de inkomende vluchten, zonder daarbij aan te geven wat het aanbod van de vluchten was op dat moment, zodat de omvang van de restrictie niet valt vast te stellen. De vervoerder voert tardief, namelijk bij conclusie van dupliek aan, dat er op de piek 70 vluchten per uur landen zonder dit overigens te onderbouwen. Daarbij betreffen de regulaties enkel de inkomende vluchten. De kantonrechter begrijpt de vervoerder zo dat hij zich beroept op de buitengewone omstandigheid ter zake van de uitgaande voorafgaande vlucht van de rotatie die doorwerkt op de vlucht van de passagiers. Gelet op het voorgaande passeert de kantonrechter het verweer op dit punt. Voor zover de vervoerder aanvoert dat de weersomstandigheden ten tijde van de eerste vlucht van de rotatie een buitengewone omstandigheid opleveren wordt hij daarin niet gevolgd. De onder 1.5 opgenomen weersomstandigheden kwalificeren niet daartoe. Gelet daarop is de buitengewone omstandigheid onvoldoende onderbouwd en volgt toewijzing van de gevorderde compensatie.
Onderhoud Kaagbaan
- Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat het geplande onderhoud aan de Kaagbaan in dit geval eveneens geen buitengewone omstandigheid is. Het onderhoud aan de Kaagbaan is zowel in het OCC rapport als in de verklaring van LVNL opgenomen als een oorzaak van de annulering van de vluchten. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder, dan wel de luchthavenexploitant, hiermee rekening hebben gehouden bij de planning van de vluchten/capaciteit, hetgeen wel verwacht had mogen worden. De vervoerder kan hiervoor niet verwijzen naar de luchthavenexploitant en enkel stellen dat die niets heeft meegedeeld over een aanpassing in de planning van de vluchten met betrekking tot het onderhoud aan de Kaagbaan . Het is voor de vervoerder voorzienbaar dat bij weersomstandigheden die niet uitzonderlijk zijn voor de tijd van het jaar en bij de geplande uitval van de Kaagbaan , één van de twee landingsbanen van [plaats 1] die in west/zuidwestelijke richting zijn aangelegd, er vluchten gaan uitvallen indien de planning niet wordt aangepast.
Richtsnoeren
- Dat in, thans in 5.2.3 onder sub h, van de Richtsnoeren is opgenomen dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid 'als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt', maakt het voorgaande niet anders alleen al omdat hier geen sprake is van slechte weersomstandigheden in de zin van de Verordening. In dit geval leidt het niet tot het oordeel dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid. Ook de uitspraken van andere (Europese) rechtbanken geven geen aanleiding om het oordeel in deze zaak anders te doen laten uitvallen. De vraag of, dan wel wanneer, een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid is, is nooit door het Europees Hof of, inmiddels, het Gerecht beoordeeld omdat de luchtvaartmaatschappijen de zaken die daarvoor in aanmerking kwamen, dan wel aanhangig zijn gemaakt, regelden waardoor geen uitspraak over dit punt is gedaan.
- Hetgeen overigens is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
Hoofdsom en wettelijke rente
- Dat betekent dat gevorderde hoofdsom toewijsbaar is als gevorderd. De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen als gevorderd. Het betreft immers een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. En dat moment is de datum van de geannuleerde vlucht.
Buitengerechtelijke kosten
- De passagiers hebben niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast hebben de passagiers naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. De passagiers hebben derhalve onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
Proceskosten
- Bij deze uitkomst wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. Nu de aktes na de rolmededelingen buiten beschouwing zijn gelaten is het salaris gemachtigde toewijsbaar als hierna te melden toegewezen. Gelet op de hoogte van het toe te wijzen bedrag is een bedrag aan griffierecht toewijsbaar als hierna te melden.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [datum] 2017 tot aan de voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van de passagiers tot op heden begroot op: - griffierecht: € 81,00 - exploot: € 99,01 - salaris: € 80,00 - ------------ - totaal: € 260,01
inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover indien deze proceskosten niet betaald zijn binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw, en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover indien deze proceskosten niet betaald zijn binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.