Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:7163 - Rechtbank Amsterdam - 22 september 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:716322 september 2025

Uitspraak inhoud

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6857
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Diemen

(gemachtigde: mr. F. Hylkema).

Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 12 november 2024.
1.1. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres op 12 oktober 2024 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren op het [adres] in Diemen op 12 oktober 2024 om 15.58 uur zonder dat daarvoor parkeergeld was betaald.
1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de heffingsambtenaar van 12 november 2024 op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Eiseres was, zonder voorafgaand bericht, niet aanwezig.
1.5. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

  1. De rechtbank beoordeelt de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
  1. Eiseres voert aan dat zij haar auto niet in het vergunningengebied had geparkeerd, maar dat zij vóór het bord dat het begin van het vergunningengebied aangeeft, in het gebied waar betaald parkeren geldt, geparkeerd stond. Zij heeft foto's meegestuurd van de plek.
  1. De heffingsambtenaar zegt dat eiseres wél in het vergunningsgebied heeft geparkeerd en dat dat ook kenbaar was met borden. De heffingsambtenaar heeft dit onderbouwd met foto's ten tijde van het opleggen van de boete.
  1. De rechtbank overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat het aan de heffingsambtenaar is om voldoende kenbaar te maken dat ergens alleen met een vergunning geparkeerd kan worden. Dit kan door middel van borden in de directe omgeving van de parkeerplaats.
  1. Tegelijkertijd heeft de parkeerder een onderzoeksplicht in die zin dat hij, voordat hij parkeert, moet kijken of ergens parkeerbelasting verschuldigd is, dan wel of ergens een vergunningsplicht geldt.
  1. Op de zitting is gekeken naar de foto's van de scanauto en daarop ziet de rechtbank dat er een parkeerbord bijna naast het parkeervak van eiseres staat. Daarmee heeft de heffingsambtenaar in beginsel voldaan aan de informatieplicht en voldoende kenbaar gemaakt dat het een vergunningsgebied betrof.
  1. Het bord is mogelijk minder goed zichtbaar geweest bij het langsrijden door de container die er stond, maar het was aan eiseres om onderzoek te doen toen zij haar auto uitstapte, naar wat er dan op dat bord stond. Dat eiseres dit niet heeft gedaan en daardoor niet wist dat er daar al vergund parkeren gold, komt voor haar rekening en risico

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
  1. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.S. van Limburg Stirum, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 september 2025
Dit proces-verbaal is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.