Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:7045 - Rechtbank Amsterdam - 24 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:7045•24 september 2025
Uitspraak inhoud
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/756201 / HA ZA 24-983
Vonnis van 24 september 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] (België),
eiser (hierna: [eiser]),
advocaat: mr. R.S.A. Essed,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
- [gedaagde 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2] (Hongarije),
gedaagden (hierna: [gedaagde 1] en [gedaagde 2]),
advocaat: mr. J. van Hunnik (voorheen: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer).
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 27 augustus 2024 met producties 1 tot en met 34, - de conclusie van antwoord met een productie die is genummerd als 35, - het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 9 september 2025 en de daarin genoemde stukken.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1. [gedaagde 1] werd in 2016 door [gedaagde 2] opgericht als Tradealot B.V. (hierna: Tradealot). Met Tradealot wordt hierna [gedaagde 1] bedoeld en vice versa. Het plan was om met Tradealot een brokerplatform op te bouwen, waarop klanten tegen een vast maandtarief ongelimiteerd financiële instrumenten zouden kunnen verhandelen.
2.2. Om de tijd te overbruggen die het opzetten van een brokerplatform neemt, begon [gedaagde 1] een samenwerking met de AFX Group. De AFX Group richtte zich op CFD's (Contract For Difference) en valutaderivaten met hefboomconstructies (ook wel: forex of arbitrage trading). De AFX Group bestaat onder meer uit het in Engeland gevestigde AFX Market Ltd. (AFX UK) en haar moedermaatschappij, het op Cyprus gevestigde AFX Capital Markets Ltd. (met handelsnaam en hierna: Quantic).
2.3. Tradealot gebruikte haar websites [internetsite 1] en [internetsite 2] om informatie aan de markt te presenteren over vermogensbeheerdiensten in forex. [eiser] raakte medio 2018 geïnteresseerd en liet zijn gegevens online achter.
2.4. Op 30 juli 2018 ontving [eiser] het volgende e-mailbericht, verzonden vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] :
"Geachte heer [eiser] ,
Als eerste mijn dank voor uw interesse in het Vermogensbeheer dat Tradealot u kan bieden.
Zoals u weet zijn er veel vermogensbeheerders in Nederland actief en daarom zou ik u in een paar regels even kort willen aangeven wat de verschillen zijn tussen ons en de resterende beheerders.
- Vermogensbeheer via Tradealot is voordelig*. De vergoedingen die u betaald zijn voornamelijk gerelateerd aan prestatie EN wij behoren tot de voordeligste aanbieders van vermogensbeheer in Nederland. (…)*
- Vermogensbeheer via Tradealot is stabiel*. Onze arbitrage portfolio is uniek in Nederland en heeft, in tegenstelling tot alle andere portfolios van vermogensbeheerders in Nederland, niks te maken met het analyseren van de markt. Deze portfolio speelt op zeker. Als bijlage stuur ik u een brochure toe van deze unieke portfolio en ook een overzicht met verleden behaalde resultaten.*
(…)
Met vriendelijke groet,
[gedaagde 2]
[e-mailadres 1]
[adresgegevens en telefoonnummers]
"
2.5. Bij dit e-mailbericht zat een brochure met, voor zover van belang, de volgende inhoud:
"(…)
WAT IS FOREX
Forex of FX betreft de handel in buitenlandse valuta. De handel is gebaseerd op het kopen van één valutasoort en het verkopen van een andere.
(…)
Alle handel vindt uitsluitend digitaal plaats. Er wordt 24 uur per dag gehandeld van zondagavond ongeveer 23.00 (bij de opening van de beurs van Sydney) tot ongeveer vrijdagavond een uur of 23.00 (nadat de handel in New York gesloten is). (…)
DE QUANTIC ARBITRAGE PORTFOLIO
Onze absolute vlaggenschipstrategie, de Quantic Arbitrage strategie, is een strategie die computers gebruikt die zijn geprogrammeerd om een gedefinieerde reeks instructies (een algoritme) te volgen voor het plaatsen van transacties met het doel om winst te genereren met een snelheid en frequentie die onmogelijk is voor een menselijke handelaar. (…)
(…)".
2.6. Enkele dagen later nam [gedaagde 2] als bestuurder van Tradealot telefonisch contact op met [eiser] . [eiser] wilde het aangeboden vermogensbeheer en heeft op 11 augustus 2018 de volgende van [gedaagde 2] ontvangen documenten ingevuld en teruggestuurd aan een collega van [gedaagde 2] :
2.7. In zijn begeleidende e-mail bij de hiervoor genoemde documenten heeft [eiser] geschreven dat bijlage 5 ontbrak. Deze bijlage behelsde volgens de overeenkomst de template voor geldopnameverzoeken.
2.8. Vervolgens ontving [eiser] op 16 augustus 2018 de volgende reactie van [e-mailadres 2] :
"In reactie op u opmerking over bijlage 5 kan ik u mededelen dat deze bijlage inderdaad diende als formulier om gelden vrij te maken.
Inmiddels werken wij met een digitaal portaal waarin u zelf met een druk op de knop geld kunt terugstorten.
Wij danken u voor het wijzen op deze onjuistheid, inmiddels zijn de contracten aangepast."
2.9. [eiser] ontving op 22 augustus 2018 een e-mail van [e-mailadres 2] met de gegevens van een Zwitserse bankrekening waarop hij zijn inleg kon storten. Dezelfde dag maakte [eiser] € 100.000 over. Een dag later kreeg [eiser] een e-mail van [e-mailadres 3] met een bevestiging dat dit bedrag aan zijn zogenoemde 'STO trading account' was toegevoegd.
2.10. Op 23 augustus 2018 kreeg [eiser] een e-mail van [e-mailadres 4] met een transactieoverzicht waarop een winst van € 108,42 en saldo van € 100.108,42 stonden.
2.11. Op 30 augustus 2018 vroeg [eiser] per e-mail aan [e-mailadres 2] hoe het kwam dat hij pas één afschrift had ontvangen en of er iets mis was. Dezelfde dag reageerde [gedaagde 2] per e-mail (vanaf het e-mailadres [e-mailadres 2] ) dat er geen afschriften worden verstuurd als er geen transacties plaatsvinden en dat Quantic in een rustige tijd zat.
2.12. Rond 27 september 2018 constateerde Tradealot dat € 75.000 aan voor haar bedoelde gelden van een bankrekening door AFX UK waren onttrokken. Op 28 september 2018 ontving een klant van de AFX Group die zijn relatie met AFX had beëindigd zijn geld terug van twee verschillende rekeningen. [gedaagde 2] vernam rond deze periode ook dat een Amerikaanse entiteit van de AFX Group in een rechtszaak verwikkeld was geraakt.
2.13. Op 7 oktober 2018 vroeg [eiser] per e-mail aan [e-mailadres 2] of er sinds het vorige contact (eind augustus) geen enkele transactie was geweest.
2.14. Op 9 oktober 2018 ontving [eiser] een e-mail van [e-mailadres 5] waarin stond dat Tradealot het eerste kwartaal van 2019 zou starten als goedkoopste online broker van Nederland.
2.15. Op 17 oktober 2018 heeft [gedaagde 2] [eiser] telefonisch gewaarschuwd voor problemen bij de AFX Group en hem geadviseerd zijn gelden op te nemen. [eiser] gaf hieraan gehoor door op 18 oktober 2018 een door [gedaagde 2] opgestelde concepte-mail met een verzoek om volledige terugstorting te versturen aan [e-mailadres 6] . In reactie op ongeruste berichten van [eiser] stuurde [gedaagde 2] hem ook een conceptbericht voor een rappel naar de AFX Group waarin werd gedreigd met verdere acties.
2.16. Op 27 november 2018 ontving [eiser] € 50.108,42 terug. Omdat betaling van de overige € 50.000 uitbleef, heeft [eiser] volmachten verstrekt aan door [gedaagde 2] aangedragen advocaten; eerst voor de inschakeling van een Nederlandse advocaat, mr. J. Hagers, en, toen zijn acties geen effect hadden, ook een Engelse advocaat, R. Kirketerp-Moller.
2.17. Met de Engelse advocaat heeft [eiser] een klachtprocedure bij de financiële ombudsman op Cyprus succesvol doorlopen. Bij beslissing van 17 oktober 2019 heeft de ombudsman bepaald dat Quantic de resterende € 50.000 aan [eiser] moest terugbetalen.
2.18. Niet lang daarna is de AFX Group door de Cyprische toezichthouder CySEC onder insolventiebewind geplaatst. Eind maart 2020 maakte CySEC op haar website bekend dat het Cyprische beleggerscompensatiestelsel ICF tot uitkering aan gedupeerden van Quantic overging en dat compensatie tot 30 september 2020 kon worden aangevraagd. Het ICF dekte maximaal € 20.000.
2.19. [eiser] heeft pas op 9 maart 2021 geprobeerd een vergoeding van CySEC te ontvangen, tevergeefs.
3 Het geschil
3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen te betalen:
I. € 50.000,00 aan hoofdsom met wettelijke rente vanaf 17 november 2018,
II. € 1.275,00 aan buitengerechtelijke incassokosten met wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding,
III. de proceskosten, inclusief nakosten.
3.2. Kort gezegd licht [eiser] zijn vorderingen als volgt toe. [gedaagde 1] is aansprakelijk voor de schade die hij heeft geleden, doordat de helft van zijn inleg, € 50.000, nooit aan hem is terugbetaald. Hij legt hieraan ten grondslag: i) schending van een buitencontractuele zorgplicht door onvoldoende te informeren en waarschuwen in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid dan wel ii) misleidende handelspraktijken door onjuiste en onvolledige informatie voor te spiegelen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben hun conflict met de AFX Group te lang verzwegen, aangezien [eiser] op 30 augustus 2018 zijn ongerustheid had geuit, [gedaagde 2] naar eigen zeggen de omstandigheden rond 27 en 28 september 2018 als rode vlaggen zag en [gedaagde 2] pas op 17 oktober 2018 [eiser] waarschuwde. Dit is zodanig onzorgvuldig geweest dat [gedaagde 2] hiervan ook persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, zodat hij naast [gedaagde 1] hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade, aldus steeds [eiser] .
3.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. Zij betwisten onrechtmatig of misleidend te hebben gehandeld, dat sprake is van aan hen toe te rekenen schade en causaal verband en dat [gedaagde 2] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beroepen zich ook op eigen schuld van [eiser] . [gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen dat zij van begin af aan transparant waren over de samenwerking met de AFX Group. Volgens hen had [eiser] voldoende ervaring met beleggen en had hij bij ondertekening kunnen lezen dat hij niet bij Tradealot maar bij Quantic vermogensbeheer afnam. Uit de vestigingsplaats van Quantic had [eiser] kunnen opmaken dat hij onder het compensatiestelsel van het ICF zou vallen. Verder achten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van belang dat de schade geen verlies uit beleggingen vormt, maar is veroorzaakt door malversaties bij de AFX Group waarvan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] evengoed slachtoffer zijn.
4 De beoordeling
kern van het geschil
4.1. Op de zitting kwam naar voren dat [eiser] [gedaagde 2] vooral verwijt dat hij (althans Tradealot) zich heeft gepresenteerd als vermogensbeheerder en dat [eiser] daardoor dacht dat [gedaagde 2] (Tradealot/ [gedaagde 1] ) zijn vermogen zou gaan beheren. [eiser] verwijt [gedaagde 2] dat hij als vermogensbeheerder zijn geld heeft ondergebracht in een insolvabele partij op Cyprus. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen hier tegenover dat [eiser] slechts zaken deed met Quantic die vanuit Cyprus in België aan [eiser] vermogensbeheerdiensten zou hebben verleend. Dat is ook de kern van het geschil.
IPR-aspecten
4.2. Partijen hebben op de zitting bevestigd een rechts - en forumkeuze te hebben gemaakt voor de toepasselijkheid van het Nederlandse recht (artikel 14 lid 1 Rome II) ten overstaan van de Nederlandse rechter (artikel 25 lid 1 Brussel I-bis).[1]
misleidende handelspraktijk – juridisch kader
4.3. [eiser] is een particulier die niet handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. [gedaagde 1] deed dat wel en is bovendien een rechtspersoon. Daardoor valt hun onderlinge verhouding, tussen [eiser] als consument en [gedaagde 1] als handelaar, onder het toepassingsbereik van de wettelijke regeling uit titel 6.3 Burgerlijk Wetboek (BW) over oneerlijke handelspraktijken.
4.4. Een handelspraktijk is in het bijzonder oneerlijk wanneer zij misleidend of agressief is (artikel 6:193b lid 3 BW). Een handelspraktijk is volgens artikel 6:193c BW misleidend indien aan de volgende cumulatieve vereisten wordt voldaan:
Dit verbod op feitelijk onjuiste of misleidende informatieverstrekking geldt zowel vóór als na het sluiten van een overeenkomst.
4.5. Het voeren van een oneerlijke handelspraktijk is onrechtmatig (artikel 6:193b lid 1 BW), zodat een consument schadevergoeding kan vorderen op grond van artikel 6:162 BW. Daarbij kan de consument profiteren van de volgende bewijslastomkeringen:
Verder geldt de gewone leer van de onrechtmatige daad en is op de vergoedbaarheid van schade de afdeling 6.1.10 BW van toepassing.
4.6. Voor de toets of hier sprake is van een oneerlijke handelspraktijk is niet van belang de kennis en ervaring die [eiser] met beleggen had. Getoetst moet worden aan de norm van een redelijk geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument. Het gemiddelde of doorsnee lid van een specifieke groep tot wie de betreffende handelspraktijk zich richt is daarbij leidend.[3] Van deze consument mag worden verwacht dat hij bereid is om zich in de door de handelaar aangeboden informatie te verdiepen.[4] Overigens is niet gebleken dat [eiser] zelf daadwerkelijk deskundig was in beleggen, zoals [gedaagde 1] bepleit, laat staan in forex, het product waarin [eiser] – via Tradealot – ging beleggen. [eiser] heeft toegelicht dat hij altijd vertrouwt op vermogensbeheer of beleggingsadvies, zoals wordt bevestigd in de door hem ingevulde vragenlijst beleggingsgeschiktheid.
aansprakelijkheid [gedaagde 1] (Tradealot) – misleidende handelspraktijk
4.7. Gezien het hiervoor geschetste juridisch kader moet worden beoordeeld of de door [gedaagde 1] als handelaar aan [eiser] als consument verstrekte informatie over haar dienstverlening, ook als feitelijk correct, al dan niet door de algemene presentatie, de gemiddelde consument bedriegt of kan bedriegen. Dat is het geval: de door Tradealot verstrekte informatie was misleidend, waardoor consumenten besluiten konden nemen die zij anders niet zouden nemen. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.8. [eiser] stelt dat hij dacht uitsluitend zaken te doen met Tradealot via [gedaagde 2] als vermogensbeheerder. [eiser] neemt [gedaagde 2] kwalijk dat hij "zijn centen heeft ondergebracht bij een insolvabele partij". Naar de rechtbank uit zijn stellingen begrijpt heeft [eiser] op de deskundigheid van [gedaagde 2] in forex vertrouwd en is [eiser] vermogensbeheer aangegaan om zijn geld door Tradealot in Quantic te laten beleggen, alsof Tradealot vermogensbeheerder en Quantic beleggingsinstelling was.
4.9. [gedaagde 1] stelt dat niet zij, maar Quantic vermogensbeheerdiensten heeft verleend aan [eiser] in België, waarbij Quantic gebruik maakte van haar Cyprische vergunning als paspoort. Ook heeft [gedaagde 1] op zitting toegelicht dat zij het vermogensbeheer van de AFX Group in de markt 'aanbood', omdat zij tijdens het opzetten van een brokerplatform ondertussen al iets moest waarmaken aan haar obligatiehouders. [gedaagde 1] stelt verder dat haar rol als intermediair, tussenpersoon of cliëntenremisier voor [eiser] was op te maken uit: de kleine letters onder de handtekening van e-mails, de telefonische toelichting in de precontractuele fase en het feit dat [eiser] uiteindelijk een overeenkomst tekende met Quantic.
4.10. Afgaande op wat tussen partijen aan informatie is gewisseld, kan de rechtbank goed volgen dat [eiser] heeft gedacht dat Tradealot, vertegenwoordigd door [gedaagde 2] , zijn vermogensbeheerder zou worden. [gedaagde 2] schreef hem immers vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] :
Bij eerste lezing van de correspondentie (voordat zij het verweer had gelezen) kreeg ook de rechtbank de indruk dat Tradealot als vermogensbeheerder optrad. Dat – zoals [gedaagde 2] ter zitting heeft verklaard – hij het vermogensbeheer van de AFX Group mocht aanbieden, kennelijk als gevolmachtigde, blijkt nergens uit: hij ondertekende immers met ", [e-mailadres 1] , tradealot"; nergens staat dat hij 'namens' AFX UK of Quantic tekende. Dat – zoals [gedaagde 2] ter zitting nog eens heeft benadrukt – onder de handtekening (in de kleine lettertjes) staat uitgelegd wat de rol van iedere vennootschap is, kan die indruk niet wegnemen, zeker niet in samenhang met de hiervoor geciteerde teksten in de correspondentie.
4.11. De uiteindelijke vermogensbeheerovereenkomst stond dan wel op naam van Quantic, maar ook na ondertekening daarvan werd op een vraag van [eiser] aan [e-mailadres 2] over bijlage 5 weer vanaf dat e-mailadres gereageerd: "Inmiddels werkenwijmet een digitaal portaal waarin u zelf met een druk op de knop geld kunt terugstorten". Het is dan ook niet verwonderlijk dat [eiser] nog steeds dacht dat het vermogensbeheer via [gedaagde 2] /Tradealot liep.
4.12. [gedaagde 1] heeft in de processtukken herhaaldelijk aangevoerd dat zij "slechts behulpzaam was bij het leggen van contact tussen de heer [eiser] en vermogensbeheerder Quantic"*.*De rechtbank heeft zich daarom de vraag gesteld hoe de activiteiten van Tradealot kwalificeerden onder de Wet op het financieel toezicht (Wft). De feiten, omstandigheden en stellingen duiden in deze zaak immers wisselend op het aanbieden of bemiddelen ten aanzien van financiële producten of diensten. [gedaagde 1] heeft in de processtukken niet vermeld dat zij een vergunning had als beleggingsonderneming, financiële dienstverlener of anderszins.
4.13. Zoals hiervoor is overwogen past het beeld dat uit de correspondentie naar voren komt ook bij de verklaring van [gedaagde 2] op zitting dat hij de vermogensbeheerdiensten van AFX UK mocht "aanbieden". Dat is iets anders dan bemiddelen of "slechts behulpzaam zijn bij het leggen van contact tussen de heer [eiser] en vermogensbeheerder Quantic"*.*Sterker nog, bij gebrek aan nadere info over de (al dan niet vergunninghoudende) positie van Tradealot op de financiële markt in België en hoe de samenwerking met AFX Group juridisch was vormgegeven, kan de rechtbank van een kwalificatie van de diensten van Tradealot geen chocola maken.
4.14. De hiervoor beschreven informatie is dan ook zodanig misleidend geweest dat [eiser] werd bedrogen ten aanzien van wat voor diensten hij afnam (vereiste a). Verder is deze informatie van dien aard dat zij een gemiddelde consument ertoe kon brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen (vereiste b); klanten die denken met een Nederlandse aanbieder van vermogensbeheerder van doen te hebben zullen immers niet zonder meer in zee willen gaan met een Cyprische vermogensbeheerder. Het beroep van [eiser] op misleidende handelspraktijken slaagt.
4.15. Het bestaan van schade en causaal verband is voldoende door [eiser] onderbouwd. Zonder de misleidende handelspraktijk was [eiser] niet ingestapt en had hij nu geen € 49.891,58 verloren; zijn inleg van € 100.000 minus het teruggestorte deel van € 50.108,42.
deel schade voor rekening van [eiser]
4.16. Rest nog het verweer van [gedaagde 1] dat (een deel van) de schade voor rekening van [eiser] moet blijven, omdat sprake is van eigen schuld of om dat de schade van [eiser] in redelijkheid niet aan haar handelen kan worden toegerekend. Dat Quantic haar verplichtingen tegenover [eiser] niet nakwam zou niet voor rekening van [gedaagde 1] moeten komen en [gedaagde 1] heeft allerlei kosten gemaakt en inspanningen verricht om [eiser] te helpen zijn geld terug te halen. Bovendien had [eiser] adequater kunnen handelen om nog op tijd een compensatie te verkrijgen uit het beleggerscompensatiestelsel in Cyprus, aldus [gedaagde 1] .
4.17. Omdat titel 6.3 Burgerlijk Wetboek (BW) over oneerlijke handelspraktijken implementatie vormt van richtlijn 2005/29/EG met als doel een hoog niveau van consumentenbescherming, brengt het Europese doeltreffendheidsbeginsel mee dat terughoudendheid is geboden bij honorering van een verweer op eigen schuld of redelijke toerekening van de handelaar die zich van een oneerlijke handelspraktijk heeft bediend.
4.18. Desalniettemin ziet de rechtbank ook dat [eiser] zijn schadebeperkingsplicht heeft verzaakt. Na de hulp van [gedaagde 2] was het enige wat [eiser] hoefde te doen om € 20.000 compensatie te verkrijgen, het tijdig aanmelden bij het onlineloket dat ICF voor compensatie had geopend. [eiser] werd bijgestaan door de Engelse advocaat die [eiser] op voordracht van [gedaagde 2] heeft ingeschakeld en die al met succes namens [eiser] een procedure had doorlopen bij de financiële ombudsman op Cyprus. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij erop vertrouwde dat deze advocaat het zou regelen. Voor zover deze advocaat – die in zijn opdracht handelde – een fout heeft gemaakt, ligt dat echter in [eiser] risicosfeer en kan hij dat niet aan [gedaagde 1] tegenwerpen. Dit betekent dat [eiser] € 20.000 van zijn schade zelf zal moeten dragen, zodat slechts € 29.891,58 van de gevorderde schadevergoeding toewijsbaar is, te vermeerderen met de gevorderde (en terecht onweersproken) rente.
4.19. Dat [gedaagde 1] op enig moment klanten, waaronder [eiser] , is gaan waarschuwen en zij [eiser] vervolgens heeft geholpen met de te nemen stappen om zijn inleg terug te krijgen, maakt het voorgaande niet anders. [gedaagde 2] heeft ter zitting verklaard dat hij de gebeurtenissen van 27 en 28 september 2018 (zie onder 2.12) als rode vlaggen zag en niet lang daarna klanten is gaan waarschuwen, ook al mocht dat niet van de AFX Group gezien het bankrun-effect dat zij vreesde en zich ook verwezenlijkte. Vervolgens heeft het echter om onduidelijk gebleven redenen nog tot 17 oktober 2018 geduurd voordat [gedaagde 2] [eiser] daadwerkelijk waarschuwde, ondanks dat [eiser] al eerder zijn zorgen had geuit en op 7 oktober 2018 nogmaals contact had gezocht (zie onder 2.13).
[gedaagde 2] persoonlijk aansprakelijk?
4.20. [eiser] heeft daarnaast zijn pijlen gericht op [gedaagde 2] . Kennelijk stelt [eiser] dat [gedaagde 2] als bestuurder van Tradealot een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken, omdat [gedaagde 2] wist dat Tradealot een misleidende handelspraktijk erop nahield, het voor de onboarding van [eiser] al het plan was om de samenwerking met AFX Group staken en [eiser] te laat is gewaarschuwd voor de problemen bij de AFX Group.
4.21. [gedaagde 2] betwist dit. Op zitting heeft [gedaagde 2] toegelicht dat hij ook slachtoffer is van de teloorgang van de AFX Group, waarbij gelden van Tradealot zijn verdwenen en Tradealot vanwege een performance fee afhankelijk was van de prestaties van de beleggingen.
4.22. Uitgangspunt is dat een vennootschap zelf aansprakelijk is voor het tekortschieten in de nakoming van een verbintenis of het plegen van een onrechtmatige daad. Onder bijzondere omstandigheden kan daarnaast ruimte zijn voor aansprakelijkheid van een bestuurder. Daarvoor is nodig dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Deze hoge drempel wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.[5]
4.23. [gedaagde 2] heeft slechts namens Tradealot gehandeld en de rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor een ernstig verwijt om hem persoonlijk aansprakelijk te houden voor schade van [eiser] . Het enkele feit dat sprake is van een misleidende handelspraktijk maakt de bestuurder nog niet persoonlijk aansprakelijk. Uit de toelichting van [gedaagde 2] valt op te maken dat hij bij de onboarding van [eiser] ook niet had voorzien dat er financiële problemen zouden ontstaan bij de AFX Group. De verklaring van [gedaagde 2] ter zitting kwam betrouwbaar over en van bewuste 'misleiding' is niet gebleken. Ook is bijvoorbeeld niet gebleken dat [gedaagde 2] persoonlijk van de misleidende handelspraktijk heeft geprofiteerd. Tot slot is gesteld noch gebleken dat de vennootschap (Tradealot/ [gedaagde 1] ) geen verhaal biedt. De vorderingen tegen [gedaagde 2] persoonlijk zullen dan ook worden afgewezen.
kosten
4.24. [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding wordt daarom getoetst aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen in het Rapport BGK-integraal. Daaruit volgt dat de vergoeding niet toewijsbaar is, omdat [eiser] heeft nagelaten een omschrijving te geven van de voor zijn rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten waarvan [eiser] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
4.25. [gedaagde 1] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:
4.26. [gedaagde 2] is in het gelijk gesteld, maar heeft geen afzonderlijk griffierecht betaald omdat hij samen optrok met [gedaagde 1] en heeft zich slechts met drie alinea's hoeven verweren tegen de nauwelijks onderbouwde vordering op grond van bestuursaansprakelijkheid. De proceskosten van [gedaagde 2] worden daarom begroot op nihil.
5 De beslissing
De rechtbank
5.1. veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan [eiser] van € 29.891,58, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 17 november 2018,
5.2. veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van € 3.215,83, te betalen aan [eiser] binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter, bijgestaan door mr. M.A.A. van Achterberg, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
Verordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II) en Verordening (EU) Nr. 1215/2012 (Brussel I-bis).
HvJ EU 19 december 2013, C-281/12; Kamerstukken II 2006/07, 30928, nr. 3, p. 15.
Kamerstukken II2006/07, 30928, nr. 3, p. 14.
HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3408.
HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627 (RCI). - - - ## Voetnoten