Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:6840 - Rechtbank Amsterdam - 2 mei 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:68402 mei 2025

Uitspraak inhoud

RECHTBANK
  **AMSTERDAM**
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11480597 \ CV EXPL 25-350
Vonnis van 2 mei 2025
in de zaak van
[eiseres] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonend in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. A.S. Nijland,
tegen

1 MIJN MEDIAMIX GROUP B.V.,

gevestigd in Amsterdam,2. [gedaagde 2],
wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] ,
procederend in persoon.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 december 2024 met producties, - de schriftelijke reactie van Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] van 7 februari 2025, - het tussenvonnis van 21 februari 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 4 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1. [eiseres] vindt dat Mijn Mediamix Group tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen om voor het bedrijf van [eiseres] een website te ontwikkelen en, na oplevering van de website, online marketingdiensten te verlenen om de zichtbaarheid van de website te vergroten. [eiseres] heeft voor het hele pakket € 9.704,02 betaald, maar volgens haar niets bruikbaars gekregen, ondanks herhaaldelijk vragen. Zij wil dus haar geld terug. [gedaagde 2] is, via een andere vennootschap ( [bedrijf] B.V.), de bestuurder van Mijn Mediamix Group. Hij voert namens Mijn Mediamix Group aan dat hij en zijn collega's hun best hebben gedaan om de website voor [eiseres] te ontwikkelen, maar dat [eiseres] steeds niet tevreden was. Hij vindt dat Mijn Mediamix Group niets meer aan [eiseres] verschuldigd is.
2.2. [eiseres] stelt [gedaagde 2] ook persoonlijk aansprakelijk, omdat Mijn Mediamix Group kort na haar laatste contact met [gedaagde 2] is uitgeschreven uit het Handelsregister, waardoor Mijn Mediamix Group haar verplichtingen tegenover [eiseres] niet meer kon nakomen. Omdat [gedaagde 2] de uitschrijving uit het Handelsregister volgens [eiseres] met opzet heeft laten gebeuren, zodat [eiseres] haar vordering niet meer kon innen en Mijn Mediamix Group haar contractuele verplichtingen niet meer kon nakomen, is [gedaagde 2] volgens haar persoonlijk aansprakelijk voor het bedrag dat zij nog van Mijn Mediamix Group te vorderen heeft. [gedaagde 2] zegt dat Mijn Mediamix Group uit het Handelsregister is uitgeschreven, omdat zijn boekhouder de jaarcijfers had moeten deponeren, maar dat niet heeft gedaan, waardoor hij in de problemen is gekomen met de Belastingdienst. Volgens [gedaagde 2] lag de uitschrijving buiten zijn controle.

3 De kantonrechter wil meer informatie van [gedaagde 2]

3.1. De kantonrechter heeft, mede omdat [gedaagde 2] niet op de zitting is verschenen, onvoldoende informatie over de uitschrijving van Mijn Mediamix Group en [bedrijf] uit het Handelsregister om de vorderingen van [eiseres] goed te kunnen beoordelen. Dat is informatie waarover [gedaagde 2] bij uitstek kan beschikken. De kantonrechter beveelt hem daarom om schriftelijk een nadere toelichting te geven, onderbouwd met stukken, op de uitschrijving van Mijn Mediamix Group [bedrijf] en hoe dat in zijn werk is gegaan. Hierna staat uitgewerkt om welke informatie het gaat. De gevraagde toelichting en stukken moeten binnen vier weken na vandaag bij de rechtbank binnen zijn. [eiseres] krijgt vervolgens ook vier weken om daarop te reageren. Als [gedaagde 2] niet aan dit bevel voldoet, zal de kantonrechter daaraan de gevolgtrekking verbinden die zij geraden acht, tenzij er een rechtvaardiging is voor het niet voldoen aan het bevel.[1] De kantonrechter neemt verder op dit moment nog geen beslissingen in de zaak.
3.2. De kantonrechter beveelt [gedaagde 2] om bij akte een nadere toelichting te geven op de uitschrijving van Mijn Mediamix Group en [bedrijf] uit het Handelsregister, door de volgende vragen te beantwoorden:
3.3. De kantonrechter beveelt [gedaagde 2] tot het toesturen van de volgende stukken:
Voor zover [gedaagde 2] niet over de gevraagde stukken beschikt, verzoekt de kantonrechter [gedaagde 2] om toe te lichten waarom hij daarover niet beschikt of niet kan beschikken.

4 De beslissing

De kantonrechter
4.1. verwijst de zaak naar de rol van 30 mei 2025, voor de schriftelijke toelichting als bedoeld in 3.2 en 3.3, waarna de zaak zal worden verwezen naar de rol van vier weken later voor antwoordakte van [eiseres] ,
4.2. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door W.B. Fonville, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025.
Artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. - - - ## Voetnoten
Artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.