Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:6243 - Rechtbank Amsterdam - 7 augustus 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:62437 augustus 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 24/6032, 24/6033, 24/6034 en 24/6035
**[eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] ,**te [plaats] , eiseressen
(gemachtigde: [gemachtigde] )
en

Procesverloop

Met de besluiten van 29 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiseressen voorlopige aanslagen toeristenbelasting opgelegd over het belastingjaar 2024.
Eiseressen hebben tegen deze beschikkingen bezwaar gemaakt. In de uitspraken op bezwaar van 16 augustus 2024 (de bestreden uitspraken) heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseressen gegrond verklaard en de voorlopige aanslagen toeristenbelasting over het belastingjaar 2024 lager vastgesteld.
Eiseressen hebben tegen de bestreden uitspraken beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend.
De zaken zijn gevoegd behandeld op de zitting van 28 juli 2025. De gemachtigde van eiseressen is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van mr. H. Oderkerk.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
  1. Eiseressen exploiteren hotels in Amsterdam.
  1. In de bestreden uitspraken heeft de heffingsambtenaar de verlaging toegelicht. Hij gaat ervan uit dat de totale bruto omzet van eiseressen voor het jaar 2024 hetzelfde blijft als in het jaar 2023. Op basis van de door eiseressen ingediende aangiften toeristenbelasting over het belastingjaar 2023 en met toepassing van het voor 2024 geldende tarief van 12,5% heeft de heffingsambtenaar de voorlopige aanslagen toeristenbelasting over het belastingjaar 2024 gewijzigd vastgesteld op € 76.205,25 voor [eiseres 1] , € 85.462,88 voor [eiseres 2] , € 51.270,25 voor [eiseres 3] en
€ 65.279,50 voor [eiseres 4]
Stanpunt van eiseressen
  1. Eiseressen zijn het er niet mee eens dat de heffingsambtenaar de voorlopige aanslagen toeristenbelasting over het belastingjaar 2024 baseert op de cijfers van 2023. Uit de omzetcijfers van eiseressen blijkt dat de omzet in het eerste halfjaar van 2024 met bijna 20% is gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2023. Eiseressen vinden het onredelijk dat belasting wordt geheven, gebaseerd op verouderde cijfers die de nieuwe situatie niet correct weerspiegelen. Bovendien menen eiseressen dat de gemeente een significante rol heeft gespeeld in de daling van de omzet door de maatregelen die de gemeente heeft genomen om toeristen te weren uit Amsterdam.
Standpunt van de heffingsambtenaar
  1. De heffingsambtenaar legt uit dat bij het opleggen van een voorlopige aanslag wordt uitgegaan van een schatting van de voor het jaar 2024 verwachte omzet aan overnachtingsvergoedingen. In dit geval heeft de heffingsambtenaar de voorlopige aanslagen 2024 berekend naar de omzet die eiseressen in hun aangiften voor 2023 hebben aangegeven. Het argument dat de omzet in de eerste helft van 2024 20 % lager ligt dan in de eerste helft van 2023 overtuigt de heffingsambtenaar niet. Van belang is namelijk een inschatting van de omzet voor het gehele jaar 2024. Eiseressen zullen bovendien in de gelegenheid worden gesteld om aangifte te doen voor het jaar 2024 aan de hand van de gerealiseerde omzet.
Het oordeel van de rechtbank
  1. Uit artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Amsterdam 2020 volgt onder meer dat de heffingsambtenaar zijn schatting van de heffingsgrondslag voor de voorlopige aanslag toeristenbelasting mag baseren op het gemiddelde van de bedragen die dienden voor de aanslagen van de meest recente belastingaanslagen over elk van de twee voorafgaande jaren. De heffingsambtenaar heeft de voorlopige aanslagen van eiseressen niet gebaseerd op het gemiddelde van de bedragen over 2022 en 2023, maar uitsluitend over het bedrag van 2023. Niet is gesteld of gebleken dat daardoor een onrealistisch hoog bedrag voor de heffingsgrondslag is gebruikt en dat de heffingsambtenaar een irreële schatting heeft gemaakt. Eiseressen hebben met hun argumenten ook niet aannemelijk gemaakt dat de bedragen die de heffingsambtenaar aan de voorlopige aanslagen ten grondslag heeft gelegd lager vastgesteld zouden moeten worden. Het enkele feit dat hun gerealiseerde omzet in de eerste helft van 2024 beduidend lager was dan in de eerste helft van 2023 is daarvoor onvoldoende. Dat de gemeente toeristen zou weren en daarmee zou hebben bijdragen aan de daling van de omzet, is in dit verband niet relevant. Verweerder heeft de voorlopige aanslagen niet te hoog vastgesteld. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
  1. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.