Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:5378 - Rechtbank Amsterdam - 24 juli 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:537824 juli 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/4537
en
(gemachtigde: [gemachtigde]).
  1. Deze uitspraak gaat over de weigering van het UWV om een besluit te nemen op de aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

Procesverloop

  1. Met een besluit van 22 november 2021, in stand gelaten met de beslissing op bezwaar van 16 mei 2022, heeft het UWV geweigerd een besluit te nemen op de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering.
2.1. Met de uitspraak van 3 maart 2023[1] heeft de rechtbank het beroep van eiseres daartegen gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
2.2. Met het bestreden besluit van 21 juni 2024 heeft het UWV het bezwaar van eiseres wederom ongegrond verklaard.
2.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het UWV deelgenomen. Eiseres heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

  1. Eiseres werkte voor het laatst als jurist. Na afloop van haar uitkering op grond van de Werkloosheidswet, meldde zij zich op 28 februari 2018 ziek vanuit Italië vanwege psychische klachten. Vanaf 2 maart 2018 tot en met 25 februari 2020 ontving eiseres een Ziektewetuitkering. Op 6 november 2019 heeft eiseres bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd.
3.1. Het UWV heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat eiseres meerdere keren niet op het afgesproken tijdstip beschikbaar was voor de verzekeringsarts. Daardoor heeft het UWV onvoldoende gegevens om vast te stellen of eiseres arbeidsongeschikt is. Nadat de rechtbank het beroep van eiseres gegrond heeft verklaard, heeft het UWV eiseres gelegenheid geboden om alsnog mee te werken aan noodzakelijk medisch onderzoek. Middels een e-mail en een brief van 16 maart 2023 met een antwoordformulier is eiseres op de hoogte gebracht van mogelijkheden voor onderzoek en gevraagd om een voorkeur door te geven. Op 12 april 2023 heeft het UWV het formulier retour ontvangen. Eiseres heeft op het formulier aangegeven dat zij naar Nederland wil komen voor een medische beoordeling. Verder heeft zij aangegeven dat zij geen telefoonnummer heeft, maar bereikbaar is op hete-mailadres [e-mailadres]. Het UWV heeft op 19 april 2023 per e-mail en per gewone en aangetekende post eiseres opgeroepen om naar Nederland te komen voor een onderzoek op 10 mei 2023, bij een verzekeringsarts en een psychiater. Eiseres is zonder bericht niet verschenen. Het UWV heeft eiseres een e-mail gestuurd om te vragen waarom, maar eiseres heeft hier niet op gereageerd.
3.2. Eiseres voert aan dat zij de e-mails van 19 april 2023 en 10 mei 2023 niet heeft ontvangen. De brief van 16 maart 2023 heeft eiseres wel ontvangen en beantwoord. Er is dus geen sprake van onwil. Eiseres voert verder aan dat de internationale postbezorging er twee tot drie weken over doet. Hier had het UWV rekening mee moeten houden, te meer omdat eiseres dan een vlucht en onderdak had kunnen regelen. Eiseres wijst erop dat het UWV nu nog onmogelijk kan beslissen over haar ziektebeeld ten tijde van de aanvraag. Tot slot verzoekt eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Overwegingen
WIA-uitkering
  1. De rechtbank beoordeelt of het UWV op goede gronden heeft geweigerd om een beslissing te nemen op de aanvraag om een WIA-uitkering.
4.1. Ingevolge artikel 46a van de Wet WIA kan, als het UWV van mening is dat voor het vaststellen van het recht op WIA-uitkering een medisch onderzoek nodig is en een betrokkene daar niet aan meewerkt, eventuele aanspraken op een WIA-uitkering buiten aanmerking blijven, zo lang het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
4.2. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt vast dat eiseres beschikt over het e-mailadres [e-mailadres] en dit e-mailadres door haar gebruikt wordt. De griffier heeft correspondentie over het beroep gevoerd via dit e-mailadres en eiseres heeft via dit e-mailadres gereageerd op de griffier. Het UWV heeft de oproep voor het onderzoek van 10 mei 2023 naar dit e-mailadres gestuurd. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiseres de oproepbrief en de e-mail waarin het UWV eiseres heeft gevraagd waarom zij niet op het onderzoek is verschenen, heeft ontvangen. Eiseres had dan ook op deze e-mails kunnen en moeten reageren. Overigens heeft eiseres op het door haar op 12 april 2023 ingevulde antwoordformulier vermeld dat zij geen telefoonnummer heeft. Op de zitting heeft de gemachtigde van het UWV erop gewezen dat eiseres in haar beroepschrift een telefoonnummer eindigend op 939 noemt. Dit telefoonnummer komt overeen met het door eiseres opgegeven telefoonnummer op het beroepschrift van 6 juni 2021 van de eerdere rechtbankprocedure. Ten tijde van het invullen van het antwoordformulier beschikte eiseres dus, anders dan zij heeft ingevuld, over een telefoonnummer. Door dit telefoonnummer niet op te geven heeft het UWV eiseres niet telefonisch kunnen bereiken om haar van het onderzoek op de hoogte te stellen of haar telefonisch te vragen waarom zij niet is verschenen. De rechtbank wijst erop dat eiseres wenst een WIA-uitkering te ontvangen. Van eiseres mag dan ook verwacht worden dat zij, om dit te bereiken, initiatief neemt om een medische keuring in Nederland af te spreken door te reageren op e-mails en haar telefoonnummer door te geven.
4.3. De rechtbank is van oordeel dat het UWV op goede gronden heeft geweigerd een beslissing te nemen op de aanvraag om een WIA-uitkering.
4.4. Voor zover het UWV nu niet meer kan beslissen over de arbeidsongeschiktheid van eiseres ten tijde van de aanvraag, geldt dat dit voor rekening en risico van eiseres moet blijven. Zodra een verzekerde zijn medewerking verleent aan het noodzakelijk geachte medisch onderzoek kunnen eventuele aanspraken op een uitkering ingevolge de Wet WIA met terugwerkende kracht worden vastgesteld en betaalbaar gesteld. Indien de gezondheidstoestand van de verzekerde in het verleden niet duidelijk wordt na onderzoek, blijft deze onzekerheid voor rekening van de verzekerde. De uitkering zal dan ingaan met ingang van de datum dat het recht kan worden vastgesteld.
Immateriële schadevergoeding overschrijding redelijke termijn
4.5. Eiseres verzoekt om vergoeding van immateriële schade in verband met het overschrijden van de redelijke termijn. Volgens vaste jurisprudentie geldt dat een uitspraak in eerste aanleg niet binnen een redelijke termijn is gedaan als de rechtbank niet binnen twee jaar uitspraak doet, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In die termijn is de duur van de bezwaarfase begrepen. De termijn begint op de dag van ontvangst van het bezwaarschrift en eindigt op de dag van de uitspraak in het beroep. Als de redelijke termijn is overschreden, moet de rechtbank beoordelen in hoeverre die overschrijding is toe te rekenen aan het UWV en in hoeverre aan de rechtbank. De bezwaarfase mag daarbij niet langer dan een half jaar duren en de beroepsfase niet langer dan anderhalf jaar. De vergoeding bedraagt forfaitair € 500, - per half jaar (of deel daarvan) van overschrijding. De rechtbank stelt vast dat tussen het bezwaarschrift van eiseres (3 januari 2022) en de uitspraak in deze procedure bijna 3 jaar en 7 maanden is verstreken. De redelijke termijn is daarmee met 1 jaar en 7 maanden overschreden.
4.6. Als een zaak na een eerdere vernietiging opnieuw aan de rechter wordt voorgelegd, wordt de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig toegerekend aan het bestuursorgaan, tenzij in de rechterlijke fase de redelijke behandelingsduur is overschreden. De redelijke behandelingsduur in beroep is niet overschreden als de beroepsprocedure niet langer dan anderhalf jaar, vanaf het instellen van het beroep, heeft geduurd.[2] De rechtbank stelt vast dat zij in zowel de voorgaande beroepsprocedure als de onderhavige procedure binnen anderhalf jaar uitspraak heeft gedaan. De overschrijding van de redelijke termijn wordt dan ook volledig aan het UWV toegerekend. De door het UWV te betalen schadevergoeding bedraagt € 2.000,-.
4.7. Volgens het UWV moet het verzoek om immateriële schadevergoeding worden afgewezen. Volgens het UWV is het aan eiseres te wijten dat de procedure is vertraagd. De rechtbank volgt het UWV hierin niet. Eiseres heeft het UWV meerdere keren in gebreke gesteld om het UWV aan te sporen een beslissing te nemen. De procedure heeft onder andere langer geduurd omdat eiseres bij uitspraak van 3 maart 2023 van de rechtbank gelijk heeft gekregen. Vervolgens is eiseres weliswaar op 10 mei 2023 niet verschenen op het onderzoek, maar het UWV heeft pas op 21 juni 2024 – bijna een jaar later – het bestreden besluit genomen. De rechtbank wijst de door het UWV aangevoerde verweren tegen de immateriële schadevergoeding af. Dat de procedure lang heeft geduurd komt voor rekening en risico van het UWV.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Omdat de redelijke termijn is overschreden moet het UWV een bedrag van € 2.000, - aan immateriële schadevergoeding aan eiseres betalen. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid vanmr.C.J. van 't Hoff, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Met zaaknummer AMS 22/2804.
Zie een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1331. - - - ## Voetnoten
Met zaaknummer AMS 22/2804.
Zie een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1331.